Niet iedereen heeft vaste werktijden. In deze video gaat het over verschillende werktijden: van ziekenhuisdiensten en ploegendiensten tot wisselende roosters en zelfroosteren.
Niet iedereen heeft vaste werktijden. In deze video gaat het over verschillende werktijden: van ziekenhuisdiensten en ploegendiensten tot wisselende roosters en zelfroosteren.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.

Woord
Maandag
Vrijdag
Late nachten
Weekenddiensten
Veel mensen werken van maandag tot en met vrijdag, van negen tot vijf.
In de zorg werk je soms ’s avonds, ’s nachts of in het weekend.
Als oproepkracht heb je een wisselend rooster, met elke week andere uren.
In de industrie werk je soms in ploegendiensten.
Soms mag je zelf je rooster maken, zodat het past bij je thuissituatie.
Je maakt het werkrooster samen met je werkgever.
Je spreekt af op welke dagen en hoeveel uren je werkt.
Je kan zeggen op welke momenten je niet kunt werken.
Bij sommige bedrijven maak je het rooster samen met collega’s.
Soms is het rooster niet precies zoals jij wilt, maar collega’s helpen elkaar.

Begripsvragen:

  1. Op welke dagen werken veel mensen en van hoe laat tot hoe laat?

    (Op welke dagen werken veel mensen en van hoe laat tot hoe laat?)

  2. Noem twee momenten waarop je in de zorg kunt werken, naast overdag.

    (Noem twee momenten waarop je in de zorg kunt werken, behalve overdag.)

  3. Wat kun je afspreken met je werkgever over je werkrooster?

    (Wat kun je met je werkgever afspreken over je werkrooster?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Dagen van de week en dagdelen – werkschema in het ziekenhuis

1. Verpleger: Goedemorgen, Lisa. Hoe gaat het vandaag? Heb je een leuk weekend gehad?
2. Lisa, administratie: Ja, hoor, alles goed. Zullen we jouw werkschema voor deze week even doornemen?
3. Verpleger: Graag. Wanneer werk ik vandaag? En morgen?
4. Lisa, administratie: Je werkt elke ochtend van maandag tot en met zaterdag.
5. Verpleger: Oké. En wanneer werkt dokter Van Geel deze week?
6. Lisa, administratie: De dokter werkt maandagochtend. ’s Middags is hij vrij.
7. Verpleger: Oké. En Paul, werkt hij hele dagen? Dat is fijn. Dan ben ik niet alleen.
8. Lisa, administratie: Inderdaad. En hij werkt ook dinsdagavond en donderdagavond.
9. Verpleger: Doet Elisa deze week weer de nachten? Gisteren was ze er niet.
10. Lisa, administratie: Ja, dat vraagt ze zelf. ’s Morgens brengt ze haar kinderen naar school. Daarom werkt ze graag ’s avonds.
11. Verpleger: Dus ze werkt maar vier dagen deze week? In het weekend neem ik het dan over.
12. Lisa, administratie: Trouwens, Paul is deze week donderdag vrij. Hij volgt dan een cursus.
13. Verpleger: Nou, heeft die weer geluk.

1. Wat is jouw taak:


2. Wanneer werkt de verpleger deze week?


Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken

Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.

  1. Kunt u kort uw werkweek beschrijven? Wat doet u op maandag en dinsdag?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Wat doet u meestal in de ochtend en in de avond op een werkdag?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Hoe ziet uw weekend eruit? Wat doet u vaak op zaterdag en zondag?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Welke dag van de week bent u het drukst? Waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________