A1.1 - Groeten en afscheid nemen - Oefeningen
Haal je boekOefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Toon antwoordenOefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Oefening 3: Werkwoordsvervoegingen
Instructie: Kies de juiste oplossing
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Ik ben nieuw in de klas. Aangenaam, ik ___ Maria.
2. Goedemorgen. ___ u de nieuwe docent Nederlands?
3. Wij ___ klaar. Tot morgen!
Oefening 4:
Dialoogbegrip
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Nieuwe collega op kantoor
Sanne (collega): Show Goedemorgen, ik ben Sanne.
David (nieuwe collega): Show Goedemorgen, ik ben David — aangenaam.
Sanne (collega): Show Leuk je te ontmoeten, David.
David (nieuwe collega): Show Dank je, tot straks Sanne.
Open vragen:
1. Hoe begroet Sanne David en op welk moment van de dag gebeurt dit?
Oefening 5: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Je komt 's ochtends op kantoor of in de les. Je ziet je collega of docent voor het eerst die dag. Groet hem/haar op een vriendelijke manier. (Gebruik: goedemorgen, hallo, hoe gaat het)
Goedemorgen,
Voorbeeld:
Goedemorgen, hoe gaat het?
2. Je loopt aan het eind van de dag naar huis. Je collega of docent staat bij de deur. Neem op een beleefde manier afscheid. (Gebruik: tot morgen, fijne avond, doei)
Tot morgen,
Voorbeeld:
Tot morgen, fijne avond!