Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik ben nieuw in de klas. Aangenaam, ik ___ Maria.
2. Goedemorgen. ___ u de nieuwe docent Nederlands?
3. Wij ___ klaar. Tot morgen!
Oefening 4: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 5: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je komt 's ochtends op kantoor of in de les. Je ziet je collega of docent voor het eerst die dag. Groet hem/haar op een vriendelijke manier. (Gebruik: goedemorgen, hallo, hoe gaat het)
Goedemorgen,
Voorbeeld:
Goedemorgen, hoe gaat het?
2. Je loopt aan het eind van de dag naar huis. Je collega of docent staat bij de deur. Neem op een beleefde manier afscheid. (Gebruik: tot morgen, fijne avond, doei)
Tot morgen,
Voorbeeld:
Tot morgen, fijne avond!