A1.40.1 - Populairste sporten
Populairste sporten
Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.
| Woord |
|---|
| Bewegen |
| Sportief |
| Gym |
| Activiteiten |
| Fiets |
| Op een sportclub zitten |
| Tennis |
| Voetbal |
| Dansen |
| Hockey |
| Aan sport doen |
| Een populaire sport |
| Basisschool Het Lichtpunt is de sportiefste school van Nederland. |
| In groep Z staat vandaag bewegen op het programma. |
| De kinderen doen verschillende activiteiten en hebben twee keer per week gym. |
| In de klas staat een fiets zodat je kunt bewegen tijdens het leren. |
| De kinderen krijgen hierdoor meer energie en kunnen hun hoofd even resetten. |
| Veel kinderen zitten ook op een sportclub, zoals tennis, voetbal, dansen of hockey. |
| Populaire sporten op de school zijn vooral voetbal, dansen en hockey. |
| Sporten is gezond, ook al hebben sommige oudere kinderen soms minder zin. |
Begripsvragen:
-
Hoe vaak hebben de kinderen gym op school?
(Hoe vaak hebben de kinderen gym op school?)
-
Wat staat er in de klas zodat de kinderen kunnen bewegen tijdens het leren?
(Wat staat er in de klas zodat de kinderen kunnen bewegen tijdens het leren?)
-
Noem twee sporten die populair zijn op de school.
(Noem twee sporten die populair zijn op school.)
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Sport en beweging
| 1. | Jorik: | Hé, ik hoorde dat jij tennist. Klopt dat? |
| 2. | Fien: | Ja, dat klopt! Ik tennis elke week met vrienden. Tennist jij ook? |
| 3. | Jorik: | Leuk, ja! Misschien kunnen we een keer samen tennissen? |
| 4. | Fien: | Dat klinkt goed! Ik wil graag een keer samen spelen. |
| 5. | Jorik: | Welke sport deed je als kind? Was je ook sportief? |
| 6. | Fien: | Ja, ik heb veel sporten geprobeerd, zoals tennis en voetbal. |
| 7. | Jorik: | Interessant! Ik speelde altijd hockey en soms basketbal. |
| 8. | Fien: | Hockey is een leuke sport! Speel je nog wel eens? |
| 9. | Jorik: | Nee, al jaren niet. Het is moeilijk te combineren met mijn werk. |
| 10. | Fien: | Ja, dat snap ik. Werk en sporten is soms lastig. |
| 11. | Jorik: | Laten we toch een keer tennissen. Dat wordt vast gezellig! |
1. Wat doet Fien elke week?
2. Welke sporten heeft Fien als kind geprobeerd?
Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken
Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.
-
Welke sport doe je nu? Hoe vaak sport je per week?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Welke sport deed je als kind? Vind je die sport nog steeds leuk?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Een collega wil na het werk meer bewegen. Wat stel jij voor om samen te doen?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Je wilt in Nederland beginnen met sporten. Welke sport kies je en waarom?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefen deze dialoog met een echte leraar!
Deze dialoog maakt deel uit van ons leermateriaal. Tijdens onze conversatielessen oefen je de situaties met een docent en andere studenten.
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen