Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.
| Woord |
|---|
| Bewegen |
| Sportief |
| Gym |
| Activiteiten |
| Fiets |
| Op een sportclub zitten |
| Tennis |
| Voetbal |
| Dansen |
| Hockey |
| Aan sport doen |
| Een populaire sport |
1. Welke school is heel sportief?
2. Hoe vaak hebben de kinderen gym?
3. Waarom staat er een fiets in de klas?
4. Welke sporten zijn populair bij de kinderen?
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Twee collega's praten over sporten en samen tennissen
| 1. | Jorik: | Hé, ik hoorde dat jij tennis speelt. Klopt dat? |
| 2. | Fien: | Ja, dat klopt! Ik speel elke week met vrienden. Tennis jij ook? |
| 3. | Jorik: | Leuk, ja! Misschien kunnen we een keer samen spelen? |
| 4. | Fien: | Dat klinkt goed! Ik speel graag een keer samen. |
| 5. | Jorik: | Wat voor sport deed je als kind? Was je toen ook sportief? |
| 6. | Fien: | Ja, ik heb veel verschillende sporten geprobeerd, zoals tennis en voetbal. |
| 7. | Jorik: | Interessant! Ik speelde altijd hockey en soms basketbal. |
| 8. | Fien: | Hockey is een leuke sport! Speel je dat nu nog? |
| 9. | Jorik: | Nee, al jaren niet. Dat is moeilijk te combineren met werk. |
| 10. | Fien: | Ja, dat snap ik. |
| 11. | Jorik: | Laten we tennis plannen! Het wordt vast gezellig. |
1. Welke sport speelt Fien nu elke week?
2. Waarom speelt Jorik nu geen hockey meer?