Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Stadswandeling in Utrecht
Vul de lege plekken in: station, adres, stoppen, park, weg, rechtdoor, rechtsaf, straat, centrum
(Stadswandeling in Utrecht)
In de nieuwsbrief van de taalschool staat een korte stadswandeling in Utrecht. Begin bij het . Loop naar het tot je bij de grote kerk komt. Aan de linkerkant zie je een . Hier kun je even en op een bankje zitten.
Loop daarna verder door de naast het park. Neem de eerste straat . Aan het einde van de is een klein bruggetje. Ga over de brug en loop nog vijf minuten rechtdoor. Daar zie je een mooie, oude bibliotheek. Het staat ook op de kaart bij de balie van de school, als je het nog eens wilt bekijken.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Waar ligt het station volgens de vrouw?
Wat moet de man doen bij de halte?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. U staat bij het station, ___ goed en ga dan rechtdoor naar het park.
2. ___ eerst het juiste adres op en loop daarna naar het centrum.
3. ___ maar bij de volgende halte en kijk dan naar rechts.
Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je bent op een stedentrip in Utrecht. Je staat bij het station en je weet niet waar het centrum is. Spreek iemand op straat aan en vraag de weg naar het centrum. (Gebruik: het centrum, de weg, rechtdoor)
Waar is
Voorbeeld:
Waar is het centrum, alstublieft? Ik moet daar naartoe.
2. Je hebt een afspraak bij de tandarts, maar je weet niet waar de praktijk is. Je belt de assistent en vraagt naar het adres. (Gebruik: het adres, de straat, dichtbij)
Kunt u
Voorbeeld:
Kunt u het adres van de praktijk geven? Is de praktijk dichtbij het station?
Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Hoi, ik ben Mark, je nieuwe collega.
Ik sta nu bij het station in het centrum, maar ik kan het kantoor niet vinden. Ik zoek het adres op mijn telefoon, maar de kaart werkt niet goed.
Kun je mij even helpen? Welke straat moet ik nemen? Is het kantoor dichtbij of ver van het station?
Alvast bedankt!
Mark
Hoi, ik ben Mark, je nieuwe collega.
Ik sta nu bij het station in het centrum, maar ik kan het kantoor niet vinden. Ik zoek het adres op mijn telefoon, maar de kaart werkt niet goed.
Kun je mij even helpen? Welke straat moet ik nemen? Is het kantoor dichtbij of ver van het station?
Alvast bedankt!
Mark
Nuttige zinnen:
-
Vanaf het station loop je…
-
Je gaat eerst rechtdoor en dan…
-
Het is dichtbij: ongeveer … minuten lopen.
Vanaf het station loop je eerst rechtdoor naar de grote rotonde. Daar ga je linksaf de Parkstraat in. Loop ongeveer vijf minuten rechtdoor. Bij de bushalte stop je; ons kantoor is dan rechts, naast het café.
Het is dus dichtbij, ongeveer tien minuten lopen.
Tot zo!