Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Ik houd van blauw dat past goed bij ons logo.
Ik vind gele muren niet zo leuk op kantoor.
Wij zijn dol op groene planten in de vergaderruimte.
Mijn collega houdt niet van zwarte tassen, hij kiest liever grijs.

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Nieuwe bedrijfsauto: kleur kiezen

Vul de lege plekken in: grijze, kleur, witte, kleur, blauw, grijze, haten, witte, Grijs, oranje, blauwe, geel, logo, blauwe, vindt

(Nieuwe bedrijfsauto: kleur kiezen)

Ons bedrijf krijgt een nieuwe bedrijfsauto. De manager wil dat de auto er professioneel uitziet. In de catalogus staan een , een en een auto. De auto is modern maar misschien te opvallend. De auto is netjes maar wordt snel vies. De auto past goed bij het van het bedrijf.

De manager leest de beschrijving: “ is een rustige en past bij veel bedrijven.” Hij denkt na. Hij houdt van , maar hij grijs ook mooi. Zijn collega’s houden niet van en ; ze felle kleuren. De manager kiest de grijze auto. Hij is tevreden: de bevalt hem en de auto ziet er zakelijk uit.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Ik kies vandaag een leaseauto. Ik houd van blauw, dat vind ik rustig. Zwart vind ik ook mooi, maar ik houd niet van zwarte autos.

Welke kleur auto wil de vrouw het liefst?

2. We krijgen nieuwe stoelen op kantoor. Ik ben dol op groene stoelen, ze zien er fris uit. Gele stoelen vind ik niet fijn, die passen niet bij de muren.

Welke kleur stoelen vindt de man juist heel goed voor het kantoor?

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ____ een blauwe auto mooier dan een zwarte auto.


2. Mijn collega ____ de witte muren op kantoor niet mooi.


3. Wij ____ de groene stoelen in de vergaderruimte erg gezellig.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je collega vraagt welke kleur bedrijfsmok jij wilt bestellen voor op kantoor. Zeg welke kleur je mooi vindt. (Gebruik: de kleur, mooi, niet mooi)

De kleur    

Voorbeeld:

De kleur blauw vind ik mooi voor de mok.

2. Je gaat een leaseauto kiezen bij je werk. De verkoper in de garage vraagt: 'Welke kleur wilt u?' Antwoord en zeg welke kleur je graag wilt. (Gebruik: zwart, wit, ik wil)

Ik wil    

Voorbeeld:

Ik wil een zwarte auto voor mijn werk.

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Beste collega,

We bestellen deze maand een nieuwe bedrijfsauto. De dealer heeft drie kleuren snel leverbaar:

  • wit
  • donkergrijs
  • blauw met zwarte velgen

Welke kleur vind jij mooi voor ons bedrijf? Welke kleur vind je niet mooi of onpraktisch?

Wil je mij vandaag nog een korte reactie mailen?

Met vriendelijke groet,
Sander de Vries
Manager


Beste collega,

We bestellen deze maand een nieuwe bedrijfsauto. De dealer heeft drie kleuren snel leverbaar:

  • wit
  • donkergrijs
  • blauw met zwarte velgen

Welke kleur vind jij mooi voor ons bedrijf? Welke kleur vind je niet mooi of onpraktisch?

Wil je mij vandaag nog even kort terugmailen?

Met vriendelijke groet,
Sander de Vries
Manager


Nuttige zinnen:

  1. Ik vind de kleur ... mooi.

  2. Ik houd (niet) van ... .

  3. Mijn eerste keuze is ... omdat ... .

Beste Sander,

Ik vind donkergrijs het mooist voor onze bedrijfsauto. Ik houd van grijs; het ziet er rustig en professioneel uit. Blauw met zwarte velgen vind ik ook mooi, maar wit vind ik minder praktisch omdat het snel vies wordt.

Mijn eerste keuze is dus donkergrijs.

Met vriendelijke groet,
[je naam]