A1.14 - Kalenderdata en feestdagen
A1.14 - Kalenderdata en feestdagen

A1.14 - Kalenderdata en feestdagen - Oefeningen

Kalenderdatums en feestdagen


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

We plannen de vergadering op maandag 12 juni.
Ik zet mijn vakantie in de agenda.
Kerstmis is op 25 december.
In het weekend heb ik geen afspraken.

Oefening 2: Examenvoorbereiding (Audio)

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


E-mail van HR over feestdagen

Vul de lege plekken in: vakantie, Pinksteren, Pasen, agenda, Oud, In, feestdagen, intranet, Nieuw, Hemelvaart, Kerstmis

(E-mail van HR over feestdagen)

Beste collega,

Hierbij ontvangt u het overzicht van de vrije dagen op kantoor. Met is het bedrijf gesloten op 25 en 26 december. Met en is het kantoor gesloten op 1 januari. april is er ook een vrije dag met : alleen tweede Paasdagis vrij. In mei zijn er twee : op donderdag en op maandag. In deze weken zijn veel mensen op . Maak daarom uw planning op tijd en noteer alles in uw . De data staan ook in de digitale kalender op het .

Met vriendelijke groet,
HR-afdeling

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Hallo Anna, dit is Mark. Op maandag 1 april heb ik vrij. Dat is Tweede Paasdag. Kunnen we dan in de ochtend samen jouw vakantie plannen?

Wat wil Mark doen op Tweede Paasdag?

2. In onze agenda staat: Kerstmis is op 25 december. Op 26 december is het kantoor ook dicht. We beginnen weer op maandag 30 december.

Wanneer gaat het kantoor weer open na Kerstmis?

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Wij ___ onze vakantie in juli, want dan is het rustig op het werk.


2. Mijn manager ___ het teamoverleg altijd op maandag na een feestdag.


3. Wanneer ___ jullie de vergadering over de kerstvakantie?


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Oefening 6: Reageer op de situatie (AI+)

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Je plant een afspraak bij de tandarts. De assistent vraagt: "Wanneer kunt u?" Noem een datum die past in jouw agenda. (Gebruik: de datum, de agenda, ochtend/middag)

De datum is    

Voorbeeld:

De datum is 14 maart in de ochtend.

2. Je collega wil een korte meeting plannen. Hij vraagt: "Kan het deze week?" Zeg op welke dag van de week jij tijd hebt. (Gebruik: de week, op maandag/dinsdag, ik kan)

In de week    

Voorbeeld:

In de week kan ik op dinsdagmiddag.

Oefening 7: Schrijfopdracht (AI+)

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over uw plannen voor de volgende feestdagen en welke data u in uw agenda zet. (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

Met Kerstmis ga ik ... / Op [datum] werk ik niet, want ... / In mijn agenda staat ... / Ik vier [feestdag] met ...