Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Ik ben de planten aan het water geven op kantoor.
De tuinman is de bloemen aan het sproeien in de tuin.
Wij zijn zaad aan het zaaien in de natte aarde.
De plant heeft gele bladeren; hij krijgt te weinig water.

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Folder van het tuincentrum

Vul de lege plekken in: tuinman, bloemen, Sproei, tuinplanten, water, aarde, zaaien, planten, bomen

(Folder van het tuincentrum)

Tuincentrum GroenVandaag heeft deze week een actie op kamerplanten en . Bij de ingang staan grote tafels met groene voor in huis en kleine voor in de tuin. Op een bord staat: "Geef uw planten één of twee keer per week . Zet kamerplanten niet in de volle zon."

Op een andere tafel liggen zakken met potgrond en een kleine folder. In de folder staat: "Gebruik goede als u nieuwe planten koopt. In de lente is het een goed moment om nieuwe te in de tuin. de planten als het in de zomer heel droog is. Een in de winkel kan u helpen bij vragen over planten en hun verzorging."

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Ik ben de planten in de woonkamer aan het water geven. De grote plant bij het raam heeft veel dorst. De kleine bloem op de tafel krijgt maar een beetje water.

Waar is de spreker mee bezig?

2. Het is zaterdag en ik ben in de tuin aan het werken. Ik ben bloemen aan het zaaien naast de boom in de aarde. Morgen ga ik de nieuwe planten water geven.

Wat doet de man nu in de tuin?

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ zaad in de aarde aan het zaaien op mijn balkon.


2. In het weekend ___ wij bloemen in de tuin aan het zaaien.


3. De tuinman ___ nieuwe planten in de voortuin aan het zaaien.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je bent op je werk. In de pauze praat je met een collega over de planten op kantoor. Noem één of twee planten die jij mooi vindt of die jij thuis hebt. (Gebruik: de plant, de bloem, mooi)

Ik vind de plant    

Voorbeeld:

Ik vind de plant bij het raam mooi.

2. Je bent bij de Intratuin. Je zoekt makkelijke planten voor in huis in de winter. Vraag de medewerker om advies. (Gebruik: de kamerplant, weinig water, makkelijk)

Welke kamerplant    

Voorbeeld:

Welke kamerplant is makkelijk en heeft weinig water nodig?

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Hoi,

Volgende week ga ik een week weg. Kun jij mijn planten verzorgen?

In de woonkamer staan drie kamerplanten. Geef ze op maandag en op donderdag een beetje water.

In de tuin staan twee bloemen bij de deur. Wil je ze ook water geven als het warm is?

Laat je mij even weten of dat goed is?

Groetjes,
Marijke


Hoi,

Volgende week ben ik een week weg. Kun jij mijn planten verzorgen?

In de woonkamer staan drie kamerplanten. Geef ze op maandag en donderdag een beetje water.

In de tuin staan twee bloemen bij de deur. Wil je ze ook water geven als het warm is?

Laat je even weten of dat lukt?

Groetjes,
Marijke


Nuttige zinnen:

  1. Hoi Marijke, dat kan ik doen.

  2. Ik geef de kamerplanten water op maandag en donderdag.

  3. Ik geef de bloemen in de tuin water als het warm is.

Hoi Marijke,

Ja, dat kan ik doen. Ik geef de drie kamerplanten water op maandag en donderdag. De twee bloemen bij de deur geef ik water als het warm is.

Fijne vakantie!
Groetjes,
[Je naam]