Het werkwoord zullen gebruik je voor een voorstel, belofte of waarschijnlijkheid.

1. Wanneer gebruik je zullen?

  • Voorstel – samen iets plannen.
    Zullen we vanavond eten bestellen?
  • Belofte / aanbod – je zegt wat je (zeker) gaat doen.
    Ik zal je morgen bellen.
  • Waarschijnlijkheid / aanname – je denkt iets, maar je weet het niet 100% zeker.
    Hij zal wel in de trein zitten.

Vraag jezelf steeds af: Is dit een voorstel, een belofte of een aanname?

2. De vormen van zullen (tegenwoordige tijd)

Persoon Vorm van zullen Voorbeeld
ik zal Ik zal een tafel reserveren.
jij / je zult* Jij zult het leuk vinden.
hij / zij / het zal Hij zal later komen.
we / wij zullen We zullen om acht uur vertrekken.
jullie zullen Jullie zullen het druk hebben.
ze / zij zullen Ze zullen later aansluiten.

* In vragen gebruik je meestal zal je, niet zult je.
Zal je me een bericht sturen?

3. Zinsvolgorde met zullen

Basisregel: zullen is de persoonsvorm en staat op de tweede plaats in de hoofdzin.

  • Standaardzin
    Ik zal morgen thuis werken.
  • Vraag
    Zal ik morgen thuis werken?
  • Andere beginwoorden
    Morgen zal hij thuis werken.

Het andere werkwoord (de infinitief: gaan, doen, komen, werken, etc.) staat achteraan:

  • We zullen vanavond koken.
  • Zal ik jouw rapport lezen?

4. Zullen voor een voorstel

Je gebruikt bijna altijd een vraag bij een voorstel.

  • Zullen we + infinitief
    Zullen we straks koffie drinken?
    Zullen we een andere datum plannen?
  • Zal ik + infinitief (als jij iets aanbiedt om te doen)
    Zal ik de notulen rondsturen?
    Zal ik een taxi bestellen?

Let op: Een voorstel met zullen klinkt vriendelijker dan een directe zin:

  • We gaan nu naar huis.Zullen we nu naar huis gaan?

5. Zullen voor een belofte of aanbod

Je zegt wat je (zeker) voor iemand gaat doen.

  • Ik zal het rapport vanavond afmaken.
  • We zullen op tijd zijn voor de afspraak.
  • Ik zal je daarna even bellen.

Een belofte is vaak antwoord op een probleem of zorg:

  • “Ik heb de agenda nog niet.”
    “Ik zal je de agenda meteen mailen.”

6. Zullen voor waarschijnlijkheid (aanname)

Je denkt iets, maar je weet het niet zeker.

  • Hij zal wel in de file staan.
  • Ze zullen wel al geluncht hebben.
  • Je zult wel druk zijn deze week.

Belangrijk: bij aannames staat vaak het woord wel.

  • Hij zal wel ziek zijn. (waarschijnlijk)
  • Hij zal ziek zijn. (kan strenger / stelliger klinken)

7. Veelgemaakte twijfels en fouten

  • zal of zullen?
    • ik / hij / zij / hetzal
      Hij zal te laat zijn.
    • we / jullie / zezullen
      Ze zullen laat terugkomen.
    • jijzult, maar in vragen meestal zal je
      Zal je mij een bericht sturen?
  • Te veel zullen gebruiken

    In het Nederlands gebruik je zullen minder vaak dan will in het Engels of werden in het Duits.

    • Toekomst vaak gewoon met tegenwoordige tijd:
      Ik zal morgen thuis werken.Ik werk morgen thuis.
    • Gebruik zullen vooral voor: voorstel, belofte, aanname.
  • Verkeerde plaats van de infinitief

    Het andere werkwoord komt achteraan in de zin.

    • Ik zal morgen werken thuis.Ik zal morgen thuis werken.
    • Zullen we een film kijken vanavond?Zullen we vanavond een film kijken?

8. Zelfcheck: begrijp je zullen nu?

  1. Kun je bij een zin aangeven: is dit een voorstel, belofte of waarschijnlijkheid?
  2. Kun je voor alle personen de juiste vorm kiezen: zal / zult / zullen?
  3. Kun je zinnen maken als:
    • Zullen we … ? (voorstel)
    • Ik zal … (belofte)
    • Hij zal wel … (waarschijnlijkheid)
  4. Let je erop dat de persoonsvorm zullen op de tweede plaats staat en de infinitief achteraan?

Als je deze vragen met ja kunt beantwoorden, heb je de basis van zullen onder controle en ben je klaar om het actief in gesprekken te gebruiken.

  1. Waarschijnlijkheid: Combineer 'zullen' vaak met 'wel' voor aannames.
GebruikVoorbeeld
Voorstel

Zullen we naar de bioscoop gaan?

Zal ik iets koken?

Belofte

Ik zal de menukaart brengen.

We zullen op tijd zijn.

Waarschijnlijkheid

Je zult wel moe zijn.

Zij zullen het wel begrijpen.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. ____ we vrijdagavond naar de bioscoop gaan?


2. ____ ik de kaarten voor het concert online kopen?


3. We ____ om acht uur bij het theater zijn.


4. Je ____ wel moe zijn; zullen we gewoon thuis televisie kijken?


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met het werkwoord 'zullen' om een voorstel, een belofte of een aanname (waarschijnlijkheid) te maken. Gebruik de juiste vorm (zal/zullen) en voeg bij aannames vaak 'wel' toe.

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (voorstel) We gaan morgen samen naar de markt.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Zullen we morgen samen naar de markt gaan?
  2. Hint Hint (voorstel) Ik kook vanavond pasta voor jou.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Zal ik vanavond pasta voor jou koken?
  3. Hint Hint (belofte) Maak je geen zorgen, ik breng de kinderen naar school.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Maak je geen zorgen, ik zal de kinderen naar school brengen.
  4. Hint Hint (waarschijnlijk) Hij begrijpt dit moeilijke formulier.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Hij zal dit moeilijke formulier wel begrijpen.
  5. Hint Hint (waarschijnlijk) Jullie zijn nu erg moe na het werk.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Jullie zullen nu wel erg moe zijn na het werk.
  6. Hint Hint (belofte) We komen op tijd op de afspraak.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    We zullen op tijd bij de afspraak komen.

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Bespreek samen en maak één duidelijke afspraak: tijd, plek en activiteit.

Situatie
Je bent nieuw in Nederland en organiseert vrijdagavond iets leuks met collega’s.

Bespreek
  • Waar zullen jullie naartoe gaan: bioscoop, concert, theater of discotheek? Waarom?
  • Wie zal de uitnodiging sturen en wat zal daarin staan? Noem tijd, plek en deelnemers en maak een afspraak over vervoer en vervolgactiviteit (bijvoorbeeld iets drinken). Probeer voorstellen en beloften met ‘zullen’ te maken.

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Zullen we naar de bioscoop/het concert/het theater gaan?
  • Zal ik de uitnodiging sturen?
  • We zullen om acht uur bij de ingang van het theater zijn.

Gebruik in gesprek
  • Zullen we + infinitief...?
  • Ik zal ...
  • Je zult wel ... zijn.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 18/02/2026 16:26