Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Hoe laat is het? De vergadering begint stipt om negen uur.
Het is kwart over acht. Ik vertrek nu naar mijn werk.
De trein komt laat aan. Hij arriveert pas om half twaalf.
We spreken vanavond af om kwart voor zeven bij jou thuis.

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Dienstregeling bus 42 naar het kantoor

Vul de lege plekken in: middag, laat, nemen, aankomst, kwart, half, kwart, stipt

(Dienstregeling van bus 42 naar het kantoor)

Op de halte bij het station hangt het schema van bus 42. De bus rijdt elke werkdag in de ochtend. De eerste bus vertrekt om vijf voor zeven. De volgende bussen vertrekken om zeven uur, over zeven en acht. In de rijdt bus 42 minder vaak.

Bus 42 stopt bij het centrum en bij een groot kantoorgebouw. Veel mensen deze bus naar hun werk. Op het schema staat: bij het kantoor om zeven uur tien, half acht en voor acht. De bus is meestal . Soms is de bus en komen mensen te laat op hun werk.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Goedemorgen, u heeft morgen een afspraak bij de tandarts om kwart over negen. Kom alstublieft op tijd, de tandarts werkt tot tien uur.

Wanneer is de afspraak bij de tandarts?

2. Dames en heren, de trein naar Utrecht vertrekt over een half uur, om half vier. Het is nu kwart over drie en de trein is op tijd.

Hoe laat vertrekt de trein naar Utrecht?

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. De trein naar Amsterdam ___ om kwart over acht.


2. Ik ___ om vijf voor negen op kantoor aan.


3. De bus naar Utrecht ___ elke dag stipt om half zeven.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je belt een collega om af te spreken voor een korte online meeting. Vraag kort hoe laat de meeting is. (Gebruik: Hoe laat, de tijd, het uur)

Hoe laat    

Voorbeeld:

Hoe laat is de meeting?

2. Je staat op het station in Utrecht. De trein komt niet. Vraag aan iemand op het perron wanneer de trein vertrekt. (Gebruik: Vertrekken, de trein, tijd)

Wanneer vertrekt    

Voorbeeld:

Wanneer vertrekt de trein naar Amsterdam?

Oefening 7: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf vier of vijf zinnen over hoe jij meestal naar je werk of naar school gaat en hoe laat je vertrekt of aankomt.

Nuttige uitdrukkingen:

Ik vertrek om ... / Ik kom aan om ... / Meestal ben ik op tijd. / Soms ben ik te laat.