A1.20 - Boodschappen doen - Oefeningen
Haal je boekOefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Oefening 2:
Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Folder van supermarkt De Hoek: Boodschappen voor het weekend
Dit weekend heeft supermarkt De Hoek extra aanbiedingen. In de groente- en fruitafdeling koopt u verse , sla en appels. In het koelschap vindt u melk, en . De visafdeling heeft deze week betaalbare en vissticks. Bij het vlees ligt ook voor op brood.
Maak thuis een en neem een of een mandje mee. Stop eerst de koele producten in het karretje: melk, yoghurt, kaas en vis. Daarna pakt u groente, fruit en . Bij de kunt u contant betalen of pinnen. Vergeet de tas niet bij het afrekenen.
Oefening 3:
Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Wat koopt de vrouw extra, naast haar lijst?
2. Wat vraagt de man aan de medewerker?
Oefening 4: Werkwoordsvervoegingen
Instructie: Kies de juiste oplossing
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Ik ___ elke zaterdag groente en fruit in de supermarkt.
2. Wij ___ vandaag brood, melk en yoghurt voor het ontbijt.
3. Mijn vriendin ___ vaak op de markt, want daar is het vlees goedkoop.
Oefening 5:
Dialoogbegrip
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Boodschappen doen met een lijst
Sofia (partner): Show Mark, kun je na het werk even naar de supermarkt?
Mark (partner): Show Ja hoor. Wat heb je nodig? Zal ik een boodschappenlijstje maken?
Sofia (partner): Show Ja, schrijf brood, yoghurt, appels en sla op voor de salade.
Mark (partner): Show Oké, ik doe de boodschappen met het lijstje en ik neem ook koekjes mee.
Open vragen:
1. Wat wil Sofia dat Mark koopt?
Vragen bij de yoghurt in de supermarkt
Klant: Show Pardon, waar staat de yoghurt?
Supermarktmedewerker: Show De yoghurt staat in de koeling, naast de zuivel en dichtbij de melk.
Klant: Show Dank u. Welke yoghurt is er vandaag in de aanbieding?
Supermarktmedewerker: Show De aardbeienyoghurt is in de aanbieding en veel klanten kiezen die.
Open vragen:
1. Welk product zoekt de klant?
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Je bent in de supermarkt. Jij wilt vanavond koken en je maakt een boodschappenlijst. Zeg tegen je partner wat je nodig hebt voor het eten. (Gebruik: de boodschappenlijst, nodig hebben, het fruit)
Op de boodschappenlijst
Voorbeeld:
Op de boodschappenlijst staan brood, melk, appels en rijst.
2. Je bent bij de groente in de supermarkt. Je ziet tomaten, maar je ziet geen komkommer. Je vraagt een medewerker om hulp. (Gebruik: nodig hebben, de groente, waar is?)
Ik heb
Voorbeeld:
Ik heb een komkommer nodig. Waar is de komkommer?
Oefening 7: Brief schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Hoi [naam],
Ik ga zo naar de supermarkt en ook even naar de markt.
Heb jij nog boodschappen nodig voor dit weekend?
Ik koop zelf al melk, yoghurt, groente en fruit.Wil je ook iets? Bijvoorbeeld brood, vis, vlees of koekjes?
Schrijf het hier. Dan neem ik het voor je mee.Ik reken bij de kassa af. Je kunt later aan mij betalen.
Groetjes,
Sanne
Hoi [naam],
Ik ga zo naar de supermarkt en ook even naar de markt.
Heb jij nog boodschappen nodig voor dit weekend?
Ik koop zelf al melk, yoghurt, groente en fruit.Wil je ook iets? Bijvoorbeeld brood, vis, vlees of koekjes?
Schrijf het hier. Dan neem ik het voor je mee.Ik reken bij de kassa af. Je kunt later aan mij betalen.
Groetjes,
Sanne
Nuttige zinnen:
-
Hoi Sanne, dank je. Ik wil graag...
-
Ik heb nodig: ...
-
Kun je vragen waar de ... staat?
Ik heb dit weekend boodschappen nodig. Ik wil graag:
- één pak melk
- één brood
- appels
- koekjes
Kun je in de supermarkt ook vragen waar de rijst staat? Ik kan het nooit vinden.
Je mag alles meenemen. Ik betaal je vanavond contant.
Groetjes,
[je naam]
Nederlands leren voor anderstaligen - Complete A1-cursus voor beginners
ISBN 979-13-88253-18-8
Deze app ondersteunt dit boek.