Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

De wijn smaakt zoet, maar de kaas is zout.
In dit café is het geluid harder dan in mijn woonkamer.
Ik zie een helder scherm, maar jouw scherm is donker.
Deze koffie ruikt lekker, maar de melk ruikt vies.

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Restaurantrecensie: Eetcafé De Markt

Vul de lege plekken in: zacht, bestelde, harde, bitter, zout, zuur, lekkerder, zoet, lekkerst, at, zout, geluid

(Restaurantrecensie: Eetcafé De Markt)

Afgelopen weekend ik met collega’s in eetcafé De Markt. Het licht in het restaurant is en de sfeer is rustig. We hoorden geen muziek, alleen wat van andere tafels. Dat is fijn na een drukke werkdag.

Ik tomatensoep en een kleine salade. De soep was lekker en een beetje . De salade was fris, maar de kaas was erg en iets . Mijn collega nam een toetje. Hij vond zijn toetje dan mijn salade. Ik vond de koffie het : sterk, warm en met een heerlijke geur.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Ik proef de wijn. Deze wijn is zoeter dan de vorige en hij ruikt lekker. De muziek is zacht, maar het geluid van de mensen is vrij hard.

Wat zegt de vrouw over de nieuwe wijn?

2. Ik sta in de woonkamer. Het is hier lichter dan in mijn oude huis en het is heel stil. 's Avonds zie ik geen fel straatlicht, alleen een zacht, helder licht.

Wat vindt de man fijn aan de woonkamer?

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ dat dit restaurant stiller is dan het café op de hoek.


2. Mijn collega ___ dat het licht in deze vergaderruimte te donker is.


3. In deze stille straat ___ ik de vogels beter dan in het centrum.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je bent in een restaurant met collega’s. De ober vraagt: “Hoe vindt u het eten?” Antwoord en beschrijf de smaak. (Gebruik: lekker, vies, zoet, zout)

Het eten is    

Voorbeeld:

Het eten is lekker en licht zout, maar niet te zout.

2. Je bent op kantoor. Een collega zet de muziek heel hard. Jij wilt rustig werken. Zeg wat je hoort en wat je wilt. (Gebruik: het geluid, hard, zacht)

De muziek is    

Voorbeeld:

De muziek is te hard. Kunt u hem zacht zetten, alstublieft?

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Hey,

Vanavond wil ik iets bestellen bij een nieuw restaurant in de buurt. Als ik er langsfiets, ruikt het eten altijd heel lekker.

Ze hebben soep, curry en salade. De curry is een beetje pikant en vrij zout. De salade is fris en licht. De soep is zacht en een beetje zoet.

Wat vind jij lekker? Wil je liever soep, curry of salade? Wil je iets zoet, zuur of juist zout?

Laat het even weten, dan bestel ik. 😊
Groetjes,
Tom


Hey,

Vanavond wil ik iets bestellen bij een nieuw restaurant in de buurt. Als ik erlangs fiets, ruikt het eten altijd heel lekker.

Ze hebben soep, curry en salade. De curry is een beetje pikant en vrij zout. De salade is fris en licht. De soep is zacht en een beetje zoet.

Wat vind jij lekker? Wil je liever soep, curry of salade? Wil je iets zoet, zuur of juist zout?

Laat het even weten, dan bestel ik. 😊
Groetjes,
Tom


Nuttige zinnen:

  1. Ik wil graag ...

  2. Ik vind ... lekker, maar ... vind ik te ...

  3. Voor mij liever ... omdat het ... is

Hoi Tom,

Dank je voor je bericht. Ik wil graag de soep. Een zachte, iets zoete soep vind ik lekker. De curry is mij te pikant en te zout. De salade klinkt ook goed, maar de soep heeft mijn voorkeur.

Kun je één soep voor mij bestellen, alsjeblieft?

Groetjes,
Ana