Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Wat vraagt de man aan de andere persoon?
Welke contactinformatie geeft de vrouw?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik ___ mijn e-mailadres aan de medewerker van het gemeentehuis.
2. ___ jij je nieuwe telefoonnummer naar je collega?
3. De vrouw ___ een brief met haar nieuwe huisnummer.
Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je belt naar de huisartsenpraktijk. De assistent vraagt om jouw telefoonnummer voor een terugbelverzoek. Geef je nummer. (Gebruik: het telefoonnummer, bellen, mobiel)
Mijn telefoonnummer is
Voorbeeld:
Mijn telefoonnummer is 06 12 34 56 78.
2. Je staat bij de receptie voor een sollicitatiegesprek. De receptionist vraagt naar jouw adres. Noem je straat en huisnummer. (Gebruik: het huisnummer, de straat, het adres)
Mijn adres is
Voorbeeld:
Mijn adres is Korte Straat 15.