A1.3 - Waar kom je vandaan?
Haal je boekVraag iemand waar ze vandaan komen
Zeg je nationaliteit
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig zult hebben.
Beschrijf waar iemand vandaan komt en woont.
Gebruik 'de' en 'het' voor specifieke dingen en 'een' voor onbekende of willekeurige dingen. Bijvoorbeeld: 'de auto', 'een hond'.
Een zelfstandig naamwoord benoemt mensen, dieren of dingen, bijvoorbeeld: de stad, het boek, de taal.
Breng in de praktijk wat je hebt geleerd.
Nederlands leren voor anderstaligen - Complete A1-cursus voor beginners
ISBN 979-13-88253-18-8
Deze app ondersteunt dit boek.