Gebruik 'gaan' + infinitief om een actie in de toekomst te beschrijven, zoals 'Ik ga koken', 'Hij gaat studeren'.

  1. Vorm: 'gaan' + infinitief
  2. Gebruik: Voor geplande of nabije toekomst.
PersoonGaan Voorbeeld
IkgaIk ga koken. (Ik ga koken.)
Jij/ugaatJij gaat studeren. (Jij gaat studeren.)
Hij/zij/hetgaatHij gaat werken. (Hij gaat werken.)
WijgaanWij gaan sporten. (Wij gaan sporten.)
JulliegaanJullie gaan zwemmen. (Jullie gaan zwemmen.)
ZijgaanZij gaan winkelen. (Zij gaan winkelen.)

Oefening 1: Toekomende tijd met gaan

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

Ga, gaat, gaan, ga

1.
In september ... ik in Spanje studeren.
(In september ga ik in Spanje studeren.)
2.
Wij ... een nieuwe fiets kopen.
(Wij gaan een nieuwe fiets kopen.)
3.
Morgen ... hij zwemmen in de zee.
(Morgen gaat hij zwemmen in de zee.)
4.
Ik ... je helpen met je huiswerk.
(Ik ga je helpen met je huiswerk.)
5.
... jij na de zomer verhuizen?
(Ga jij na de zomer verhuizen?)
6.
Volgend jaar ... we samen reizen.
(Volgend jaar gaan we samen reizen.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. In juli ___ ik drie weken op vakantie naar Italië.


2. Morgen ___ hij met zijn kinderen schaatsen, want het is winter.


3. In september ___ wij een teamuitje organiseren.


4. In de lente ___ jullie elke vrijdag samen lunchen op het terras.


Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de juiste vorm van 'gaan' + infinitief om een geplande of nabije toekomst uit te drukken.

Toon/verberg hints
  1. Morgen ik koken voor mijn vrienden.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Morgen ga ik koken voor mijn vrienden.
  2. Vanavond wij oefenen voor het examen Nederlands.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Vanavond gaan wij oefenen voor het examen Nederlands.
  3. Volgende week jij op vakantie naar Spanje.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Volgende week ga jij op vakantie naar Spanje.
  4. Om tien uur hij de directeur bellen.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Om tien uur gaat hij de directeur bellen.
  5. Straks jullie in het café zitten en iets drinken.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Straks gaan jullie in het café zitten en iets drinken.
  6. Morgen zij niet werken, want het is zondag.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Morgen gaan zij niet werken, want het is zondag.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 09/01/2026 01:51