In deze video leer je over de oorsprong en betekenis van de Nederlandse feestdagen Pasen, Hemelvaart en Pinksteren.
In deze video leer je over de oorsprong en betekenis van de Nederlandse feestdagen Pasen, Hemelvaart en Pinksteren.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.

Woord
Pasen
Hemelvaart
Pinksteren
Officiële Nederlandse feestdagen
Pasen, Hemelvaart en Pinksteren zijn officiële feestdagen in Nederland.
Deze dagen komen uit het christendom.
Op Goede Vrijdag wordt Jezus door de Romeinen gekruisigd.
Twee dagen later, op Paaszondag, staat Jezus op uit de dood.
Daarna blijft Jezus veertig dagen bij zijn apostelen.
In die tijd legt hij uit wat alles betekent.
Veertig dagen na Pasen gaat Jezus naar de hemel: dat is Hemelvaart.
Jezus belooft dan de Geest van God te sturen.
Tien dagen na Hemelvaart komt de Heilige Geest bij de apostelen.
Die dag noemen we Pinksteren.

Begripsvragen:

  1. Welke drie officiële feestdagen worden in de tekst genoemd?

    (Welke drie officiële feestdagen worden in de tekst genoemd?)

  2. Wat gebeurt er op Paaszondag?

    (Wat gebeurt er op Paaszondag?)

  3. Hoeveel dagen na Pasen is het Hemelvaart?

    (Hoeveel dagen na Pasen is Hemelvaart?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Piotr (uit Polen) en Zoë (uit Frankrijk) plannen de feestdagen

1. Piotr: Hoi Zoë! Ik plan een reis naar huis, naar Polen. Wat zijn jouw plannen voor de feestdagen?
2. Zoë: Hoi Piotr! Ik ook. Ik ga op 22 december naar Frankrijk. Ik wil Kerstmis met mijn familie vieren.
3. Piotr: Op 25 december kookt mijn moeder soep en vis. En bij jullie?
4. Zoë: Wat leuk! Wij eten veel kaas en brood. En we zingen kerstliedjes.
5. Piotr: Vier jij ook oud en nieuw in Frankrijk?
6. Zoë: Ja, wij vieren oud en nieuw op 31 december. Jij ook?
7. Piotr: Ik vier Nieuwjaar op 1 januari in Utrecht met vrienden.
8. Zoë: Oh, leuk! En ga jij ook terug voor Driekoningen, op 6 januari?
9. Piotr: Nee, dan ben ik weer terug in Utrecht. De vakantie is kort.
10. Zoë: Ik ook. Alles staat in de agenda. De data zijn duidelijk.
11. Piotr: Ja, de kalender is vol. Maar ik kijk uit naar de vakantie!

1. Wat doet Piotr met de feestdagen?


2. Wanneer gaat Zoë naar Frankrijk?


Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken

Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.

  1. Welke Nederlandse feestdag vind jij het leukst en waarom? Wat doe je op die dag?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Wanneer ga jij meestal op vakantie en hoe lang ben je dan vrij?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Hoe plan je je vrije dagen in de agenda als je werkt? Geef één concreet voorbeeld.

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Met wie vier je meestal Kerstmis of Oud en nieuw? Wat doen jullie samen?

    __________________________________________________________________________________________________________