A1.14.1 - Wij gaan naar huis met de feestdagen
Wij gaan naar huis met de feestdagen
Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.
| Woord |
|---|
| Pasen |
| Hemelvaart |
| Pinksteren |
| Officiële Nederlandse feestdagen |
| Pasen, Hemelvaart en Pinksteren zijn officiële feestdagen in Nederland. |
| Deze dagen komen uit het christendom. |
| Op Goede Vrijdag wordt Jezus door de Romeinen gekruisigd. |
| Twee dagen later, op Paaszondag, staat Jezus op uit de dood. |
| Daarna blijft Jezus veertig dagen bij zijn apostelen. |
| In die tijd legt hij uit wat alles betekent. |
| Veertig dagen na Pasen gaat Jezus naar de hemel: dat is Hemelvaart. |
| Jezus belooft dan de Geest van God te sturen. |
| Tien dagen na Hemelvaart komt de Heilige Geest bij de apostelen. |
| Die dag noemen we Pinksteren. |
Begripsvragen:
-
Welke drie officiële feestdagen worden in de tekst genoemd?
(Welke drie officiële feestdagen worden in de tekst genoemd?)
-
Wat gebeurt er op Paaszondag?
(Wat gebeurt er op Paaszondag?)
-
Hoeveel dagen na Pasen is het Hemelvaart?
(Hoeveel dagen na Pasen is Hemelvaart?)
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Piotr (uit Polen) en Zoë (uit Frankrijk) plannen de feestdagen
| 1. | Piotr: | Hoi Zoë! Ik plan een reis naar huis, naar Polen. Wat zijn jouw plannen voor de feestdagen? |
| 2. | Zoë: | Hoi Piotr! Ik ook. Ik ga op 22 december naar Frankrijk. Ik wil Kerstmis met mijn familie vieren. |
| 3. | Piotr: | Op 25 december kookt mijn moeder soep en vis. En bij jullie? |
| 4. | Zoë: | Wat leuk! Wij eten veel kaas en brood. En we zingen kerstliedjes. |
| 5. | Piotr: | Vier jij ook oud en nieuw in Frankrijk? |
| 6. | Zoë: | Ja, wij vieren oud en nieuw op 31 december. Jij ook? |
| 7. | Piotr: | Ik vier Nieuwjaar op 1 januari in Utrecht met vrienden. |
| 8. | Zoë: | Oh, leuk! En ga jij ook terug voor Driekoningen, op 6 januari? |
| 9. | Piotr: | Nee, dan ben ik weer terug in Utrecht. De vakantie is kort. |
| 10. | Zoë: | Ik ook. Alles staat in de agenda. De data zijn duidelijk. |
| 11. | Piotr: | Ja, de kalender is vol. Maar ik kijk uit naar de vakantie! |
1. Wat doet Piotr met de feestdagen?
2. Wanneer gaat Zoë naar Frankrijk?
Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken
Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.
-
Welke Nederlandse feestdag vind jij het leukst en waarom? Wat doe je op die dag?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Wanneer ga jij meestal op vakantie en hoe lang ben je dan vrij?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Hoe plan je je vrije dagen in de agenda als je werkt? Geef één concreet voorbeeld.
__________________________________________________________________________________________________________
-
Met wie vier je meestal Kerstmis of Oud en nieuw? Wat doen jullie samen?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefen deze dialoog met een echte leraar!
Deze dialoog maakt deel uit van ons leermateriaal. Tijdens onze conversatielessen oefen je de situaties met een docent en andere studenten.
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen