Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Weerbericht voor kantoor in Amsterdam
Vul de lege plekken in: mistig, koud, fris, droog, wind, regenen, storm, temperatuur, bewolkt
(Weerbericht voor kantoor in Amsterdam)
Vandaag is het in Amsterdam. In de ochtend is het en de is ongeveer 3 graden. Het is nog , maar de lucht is grijs. Op de fiets naar kantoor voelt het .
In de middag verandert het weer: het wordt iets warmer, rond 6 graden, maar het blijft . Vanaf drie uur begint het en waait er een sterke . Het is geen , maar neem liever een jas met capuchon mee. Vanavond blijft het regenen en wordt het weer kouder.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Waarom houdt de man zijn jas aan?
Hoe gaat de vrouw naar haar werk?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. In de winter ___ ik dat het vaak heel koud is in Nederland.
2. Als het hard regent, ___ jij je niet zo blij op de fiets.
3. In de lente ___ hij dat het warmer wordt en de zon vaker schijnt.
Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je komt op kantoor en je collega hangt zijn jas op. Maak een korte opmerking over het weer van vandaag. (Gebruik: het weer, de regen, vies weer)
Vandaag regent het
Voorbeeld:
Vandaag regent het veel, het is echt vies weer.
2. Je belt een vriend(in) om af te spreken om iets te gaan drinken op een terras. Vraag of het weer morgen goed is om buiten te zitten. (Gebruik: de zon, zonnig, lekker buiten zitten)
Is het morgen
Voorbeeld:
Is het morgen zonnig genoeg om lekker buiten op het terras te zitten?
Oefening 7: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 tot 6 korte zinnen over het weer vandaag in jouw stad of dorp en hoe jij je daarbij voelt.
Nuttige uitdrukkingen:
Het is vandaag… / De temperatuur is … graden. / Het is zonnig / bewolkt / mistig / droog / nat. / Ik voel me … met dit weer.