Onvoltooide en voltooide werkwoorden: czytać vs przeczytać

Czasowniki niedokonane i dokonane: czytać vs przeczytać


W języku polskim czasowniki dzielą się na dokonane (skupiające się na efekcie/zakończeniu czynności) oraz niedokonane (skupiające się na trwaniu lub powtarzalności procesu).

(In het Pools worden werkwoorden verdeeld in voltooide (gericht op het resultaat/het einde van een handeling) en onvoltooide (gericht op de duur of herhaling van het proces).)

Wanneer gebruik je welk aspect?

In het Pools kies je vaak eerst een aspect, pas daarna een tijd (nu/verleden/toekomst).

  • Aspekt niedokonany = onvoltooid: proces, duur, herhaling, gewoonte.
  • Aspekt dokonany = voltooid: één afgeronde actie, met resultaat.
Vraag aan jezelf Onvoltooid (niedokonany) Voltooid (dokonany)
Ben ik bezig / duurt het? Ja → czytam (ik ben aan het lezen) przeczytam (niet: “ik ben bezig”)
Gaat het om de uitkomst: “klaar”? czytam maila (als je bedoelt: ik maak ’m af) przeczytam maila (ik lees hem uit)
Is het herhaald/regelmatig? W weekendy oglądam filmy obejrzę (dat is één keer)
Is het één concrete keer? kan, als je het proces benadrukt: czytałem meestal: przeczytałem (afgerond)

De kern: ‘aan het…’ vs ‘afmaken’

  • Onvoltooid antwoordt vaak op: Wat was je aan het doen?
  • Voltooid antwoordt vaak op: Wat heb je gedaan (en het is klaar)?

Voorbeeld (zelfde situatie, ander focus):

  • Wczoraj wieczorem oglądałem reportaż. = ik was (een tijd) aan het kijken.
  • Wczoraj wieczorem obejrzałem reportaż. = ik heb hem (helemaal) bekeken.
  • …ale nie obejrzałem go do końca. = ik heb hem niet tot het einde afgekeken (resultaat ontbreekt).

Hoe maak je vaak een voltooide vorm?

Heel vaak: voorvoegsel (prefix) + onvoltooide vorm.

  • czytaćprzeczytać (uit/lezen, aflezen)
  • pisaćnapisać (schrijven en klaar)
  • robićzrobić (doen en afronden)
  • rozmawiaćporozmawiać (even praten / een gesprek afronden)

Let op: het prefix verandert vaak de nuance (bijv. po- kan “even/een tijdje” suggereren), maar het blijft meestal voltooid in deze paren.

Belangrijke valkuil: voltooid heeft geen echte ‘tegenwoordige tijd’

  • Onvoltooid heeft een normale tegenwoordige tijd: czytam = ik lees / ik ben aan het lezen.
  • Voltooid in de “tegenwoordige vorm” betekent meestal toekomst:
    • przeczytam = ik zal het (uit)lezen (en het wordt af).
    • zrobię = ik zal het doen/afmaken.

Wanneer hoor je bijna altijd het voltooide aspect?

  • ‘Net’ / ‘zojuist’: Właśnie przeczytałem wiadomości.
  • ‘Al’ (resultaat is er): Już to zrobiłem.
  • ‘Tot het einde’: do końca → vaak voltooid: obejrzeć do końca
  • In tijdzinnen met ‘kiedy’ (eerst afronden, dan volgende actie):
    • Kiedy usłyszysz te wieści, zadzwoń. = zodra je het gehoord hebt, bel.

Onregelmatige paren die je gewoon moet herkennen

Soms verandert het werkwoord helemaal. Leer ze als vaste duo’s:

Onvoltooid Voltooid Handig om te onthouden
mówić powiedzieć “zeggen (afgerond, één keer)”
brać wziąć “nemen / meenemen”
iść pójść “gaan (één vertrek/één keer)”
oglądać obejrzeć kijken vs. (af)kijken
widzieć zobaczyć zien (algemeen) vs. “zien/merken op”

Snelle zelfcheck (2 stappen)

  1. Wil ik het proces of de gewoonte? → neem onvoltooid.
  2. Wil ik “klaar/gelukt/af” (resultaat)? → neem voltooid (vaak met prefix of onregelmatig paar).

Mini-test: Wat past beter?

  • Ik was een rapport aan het lezen (maar niet af): Czytałem raport.
  • Ik heb het rapport uitgelezen: Przeczytałem raport.
  1. Als een handeling bezig is of zich herhaalt → onvoltooid aspect, bijv. robić
  2. Als een handeling is afgerond en een resultaat heeft → voltooid aspect, bijv. zrobić.
  3. Het voltooid aspect vormen we meestal door een passend voorvoegsel aan het onvoltooide werkwoord toe te voegen, maar er zijn ook heel veel onregelmatige vormen waarbij het werkwoord volledig verandert.
 Aspekt niedokonany (onvoltooid aspect)Aspekt dokonany (voltooid aspect)
regularne (regelmatig)

czytać  (lezen)

pisać (schrijven)

robić (doen)

rozmawiać (praten)

słyszeć (horen)

jechać (rijden / gaan (met vervoer))

przeczytać (uitlezen)

napisać (opschrijven)

zrobić (afmaken)

porozmawiać (even praten)

usłyszeć (gehoren)

pojechać (weggaan / vertrekken (met vervoer))

nieregularne (onregelmatig)

mówić (zeggen / spreken)

brać (nemen)

kłaść (leggen)

iść (lopen / gaan)

oglądać (kijken)

widzieć (zien)

powiedzieć (zeggen)

wziąć (nemen)

położyć

pójść

obejrzeć (bekijken)

zobaczyć (zien)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Właśnie ____ wiadomości w telefonie.

Ik heb net ____ de berichten op mijn telefoon.

2. Czytasz teraz wiadomości, czy już je ____?

Lees je nu de berichten, of heb je ze al ____?

3. Wczoraj wieczorem oglądałem reportaż, ale nie ____ go do końca.

Gisterenavond keek ik naar een reportage, maar ik heb hem niet ____ tot het einde.

4. Kiedy ____ te wieści, od razu do mnie zadzwoń.

Wanneer je ____ dit nieuws, bel me dan meteen.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Zet de zinnen zo om dat in plaats van het onvoltooide aspect het voltooid aspect wordt gebruikt (een handeling die is afgerond, met een resultaat). Voorbeeld: Vandaag lees ik een e-mail. → Vandaag zal ik een e-mail gelezen hebben.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (przeczytać) Wieczorem czytam instrukcję do nowego telefonu.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wieczorem przeczytam instrukcję do nowego telefonu.
    (’s Avonds zal ik de handleiding van de nieuwe telefoon lezen.)
  2. Hint Hint (napisać) Po pracy piszę e-mail do działu HR.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Po pracy napiszę e-mail do działu HR.
    (Na het werk zal ik een e-mail naar de HR-afdeling schrijven.)
  3. Hint Hint (zrobić) Dzisiaj robię zakupy w aptece i w sklepie.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Dzisiaj zrobię zakupy w aptece i w sklepie.
    (Vandaag zal ik boodschappen doen bij de apotheek en in de winkel.)
  4. Hint Hint (porozmawiać) W przerwie rozmawiam z kierownikiem o grafiku.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    W przerwie porozmawiam z kierownikiem o grafiku.
    (In de pauze zal ik met de leidinggevende over het rooster praten.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Joanna Majchrowska

Master Spaanse filologie

University of Lodz

University_Logo

Polen


Laatst bijgewerkt:

zaterdag, 16/05/2026 12:21