Constructie mieć + bezokolicznik: mam dostać awans

Konstrukcja mieć + bezokolicznik: mam dostać awans


Czasownika mieć używamy w konstrukcjach z bezokolicznikami (nie tylko z powiedzieć), aby wyrazić możliwość, powinność, konieczność, a także dystans do niesprawdzonej informacji.

(We gebruiken het werkwoord mieć in constructies met infinitieven (niet alleen met powiedzieć) om mogelijkheid, verplichting, noodzaak uit te drukken, en ook om afstand te nemen van onbevestigde informatie.)

Wat betekent mieć + infinitief precies?

De constructie mieć + infinitief (bv. mam zrobić) gebruik je in het Pools om te zeggen dat iets:

  • moet gebeuren (opdracht / noodzaak),
  • gepland is (afspraak / verwachting),
  • zou gebeuren maar niet gebeurde (in de verleden tijd),
  • of dat men het zegt (gerucht), vaak met podobno.

Denk in het Nederlands vaak aan: “ik moet… / ik zou moeten… / ik sta gepland om…” of formeel: “ik dien te…”.

Stap 1: Hoe bouw je de vorm (superpraktisch)

Formule mieć (vervoegd) + infinitief
Voorbeeld Mam wysłać raport.
Let op Na mam/masz/mamy… komt altijd de infinitief: zrobić, omówić, wysłać
  • mam = ik moet / ik hoor te
  • masz = jij moet
  • ma = hij/zij/het moet
  • mamy = wij moeten
  • macie = jullie moeten
  • mają = zij moeten

Stap 2: Kies de juiste betekenis via context (4 typische situaties)

1) Opdracht / dringend

Masz spakować swoje rzeczy!

Je moet nu inpakken! (klinkt als een duidelijke instructie)

2) Plan / verwachting

Mamy jutro omówić nową strategię.

We gaan / we horen morgen te bespreken.

3) Niet uitgevoerd plan (verleden)

Miała dostać wyższe stanowisko, ale zrezygnowała.

Ze zou een hogere functie krijgen, maar…

4) Gerucht (onbevestigd)

Podobno mają zwolnić kilku pracowników.

Naar verluidt gaan ze…

Waar gaan cursisten vaak de mist in?

  • 1) Je zet per ongeluk een persoonsvorm na “mam/masz…”

    Correct: Mam wysłać e-mail.

    Fout: Mam wyślę e-mail.

  • 2) Je gebruikt het als “bezitten”

    Mam = “ik heb” kan óók, maar dan komt er meestal een zelfstandig naamwoord:

    Mam czas. (Ik heb tijd.)

    Bij mam + infinitief gaat het om: taak/plan/opdracht.

  • 3) Je mist het signaal van de verleden tijd

    Miałem/miałam/miała/miał + infinitief = vaak: het was de bedoeling, maar het gebeurde niet.

    Miałem oddać raport, ale zachorowałem. (Ik zou het rapport inleveren, maar ik werd ziek.)

Snelle zelfcheck (kies de juiste interpretatie)

  1. Masz wysłać to dzisiaj.

    • Is er druk/gezag? → opdracht
    • Is het een neutrale planning? → verwachting
  2. Mamy jutro spotkać się o 10:00.

    • Staat er een tijd/datum? → meestal plan/afspraak
  3. Miała zadzwonić, ale nie zadzwoniła.

    • Verleden tijd + “maar…” → niet uitgevoerd plan
  4. Podobno mają zmienić regulamin.

    • Signaalwoord podobnogerucht

Mini-overzicht: wanneer kies je dit i.p.v. musieć?

musieć

Sterk: echte noodzaak (“het kan niet anders”).

Muszę iść do lekarza. (Ik móét naar de dokter.)

mieć + infinitief

Vaak: opdracht, verwachting, planning, “zo is het afgesproken”.

Mam jutro iść do lekarza. (Ik hoor/ben van plan morgen te gaan.)

Tip: In werksituaties klinkt mieć + infinitief vaak wat formeler/administratiever: “je hoort te…”.

  1. Als we willen zeggen dat iets verwacht wordt of noodzakelijk is, opgevat als een bevel.
Coś wymaganego natychmiast lub bezwzględnie (Iets dat meteen of absoluut vereist is)Masz spakować swoje rzeczy! (Je moet je spullen inpakken!)
Coś zaplanowanego lub oczekiwanego (Iets dat gepland of verwacht is)Mamy jutro omówić z zarządem nową strategię. (We moeten morgen met de directie de nieuwe strategie bespreken.)
Coś co miało się wydarzyć, ale się nie wydarzyło (Iets dat zou gebeuren, maar niet is gebeurd)Miała dostać wyższe stanowisko, ale zrezygnowała. (Ze zou een hogere functie krijgen, maar ze nam ontslag.)
Informacja niesprawdzona, zasłyszana (Onbevestigde informatie, van horen zeggen)Podobno mają zwolnić kilku pracowników. (Naar het schijnt gaan ze enkele medewerkers ontslaan.)

Uitzonderingen!

  1. De betekenis hangt af van de context en de tijd: dezelfde constructie kan een bevel, een plan of een gerucht uitdrukken.
  2. De verleden tijd (miałem, miałam) suggereert vaak een plan dat niet is uitgevoerd.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. _____ dzisiaj wysłać raport do dyrektora.

_____ moet je vandaag het rapport naar de directeur sturen.

2. Mamy jutro _____ nową strategię z zarządem.

We moeten morgen _____ de nieuwe strategie met het bestuur.

3. Miała _____ wyższe stanowisko, ale zrezygnowała.

Ze zou _____ een hogere functie krijgen, maar ze heeft afgezien.

4. Podobno mają _____ kilku pracowników w tym miesiącu.

Naar verluidt moeten ze deze maand _____ enkele werknemers.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de constructie hebben + infinitief, zodat de betekenis behouden blijft (bijv. „Ik moet bellen.” → „Ik moet gaan bellen.”).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Musisz dzisiaj wysłać ten e-mail do klienta.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Masz dzisiaj wysłać ten e-mail do klienta.
    (Je moet vandaag deze e-mail naar de klant sturen.)
  2. Jutro planujemy spotkać się z księgową o 10:00.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mamy jutro spotkać się z księgową o 10:00.
    (We moeten morgen om 10:00 met de boekhoudster afspreken.)
  3. Miałem jutro oddać raport, ale zachorowałem.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Miałem jutro oddać raport, ale zachorowałem.
    (Ik zou morgen het rapport moeten inleveren, maar ik ben ziek geworden.)
  4. Podobno zwolnią kilku pracowników w przyszłym miesiącu.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Podobno mają zwolnić kilku pracowników w przyszłym miesiącu.
    (Naar verluidt moeten ze volgende maand een paar werknemers ontslaan.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Joanna Majchrowska

Master Spaanse filologie

University of Lodz

University_Logo

Polen


Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 15/05/2026 09:33