Bijvoeglijke bepaling: który, która, które

Przydawka: który, która, które...


Zdania przydawkowe opisują rzeczownik i łączymy je zaimkiem który, która, które.

(Bijvoeglijke bijzinnen beschrijven een zelfstandig naamwoord en we verbinden ze met het betrekkelijk voornaamwoord który, która, które.)

Wanneer gebruik je który / która / które / którzy?

Deze woorden betekenen meestal: die/dat (Nederlands) of die/that/which (Engels).

Je gebruikt ze om twee zinnen samen te voegen tot één zin met een bijzin:

  • Hoofdzin + komma + który/która/które/którzy + bijzin

Voorbeeld:

  • Mam staż, który trwa trzy miesiące. = Ik heb een stage die drie maanden duurt.

Stap 1: Kies de vorm op basis van het woord ervoor (geslacht & aantal)

De vorm hangt af van het zelfstandig naamwoord dat je beschrijft (het “antecedent”).

Woord dat je beschrijft Welke vorm? Snelle check
mannelijk (singular) który bijv. staż, kurs, projekt
vrouwelijk (singular) która bijv. oferta, firma, praca
onzijdig (singular) które bijv. CV, wykształcenie, stanowisko
meervoud niet-persoonlijk (dingen/abstract) które bijv. dokumenty, referencje (geen mensen)
meervoud mannelijk-persoonlijk (mannen/mixgroep) którzy bijv. kandydaci, pracownicy (mensen)

Stap 2: Controleer de meest voorkomende valkuil: mensen in het meervoud

In het Pools is het meervoud extra belangrijk:

  • którzy = mensen (mannelijk-persoonlijk: mannen of gemengde groep)
  • które = geen mannen als personen (dingen, dieren, of alleen vrouwen/kinderen)

Voorbeelden:

  • To są kandydaci, którzy mają doświadczenie. (kandydaci = mannen/mixgroep)
  • To są dokumenty, które są potrzebne. (documenten = dingen)

Zinsbouw: waar zet je de komma en wat gebeurt erna?

  • Bijna altijd: komma vóór het betrekkelijk voornaamwoord.
  • Na który/która/które/którzy komt de informatie die het woord ervoor specificeert.
Structuur Voorbeeld
Zelfstandig naamwoord + , który/która/które/którzy + werkwoord Mam CV, które jest przygotowane po polsku.
Zelfstandig naamwoord + , który/która/które/którzy + extra info Znam firmę, która szuka pracowników na pełny etat.

Zelfcheck in 10 seconden (handig bij oefeningen)

  1. Welk woord beschrijf ik? (stáž? oferta? dokumenty? kandydaci?)
  2. Is het enkelvoud of meervoud?
  3. Als het meervoud is: gaat het om mensen (mannelijk-persoonlijk) → którzy?
  4. Kies de vorm en zet (meestal) een komma.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • Fout: vorm kiezen op basis van het Nederlandse “die/dat”. In het Pools kijk je naar geslacht/aantal.

  • Fout: bij mensen in het meervoud które gebruiken.

    To są kandydaci, które mają doświadczenie.

    Goed: To są kandydaci, którzy mają doświadczenie.

  • Fout: oferta (vrouwelijk) met który.

    To jest oferta pracy, który mnie interesuje.

    Goed: To jest oferta pracy, która mnie interesuje.

Wat leer je hier precies?

  • Je maakt langere, professionelere zinnen (handig bij cv, sollicitatie, werkervaring).
  • Je kiest het juiste betrekkelijk voornaamwoord door geslacht en meervoudstype te herkennen.
Forma (Vorm)Przykład (Voorbeeld)
który (die/dat)Odbyłam staż, który trwał pół roku. (Ik heb stage gelopen, die een half jaar duurde.)
która (die)To jest oferta pracy, która bardzo mnie interesuje. (Dit is een vacature, die mij erg interesseert.)
które (die/dat)Mam wykształcenie, które jest potrzebne na tym stanowisku. (Ik heb een opleiding, die nodig is voor deze functie.)
które (die)Mam referencje, które dostałam od poprzedniego pracodawcy. (Ik heb referenties, die ik van mijn vorige werkgever heb gekregen.)
którzy (die)To są kandydaci, którzy spełniają wszystkie wymagania. (Dit zijn kandidaten, die aan alle eisen voldoen.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Szukam stażu, ____ trwa co najmniej trzy miesiące.

Ik zoek een stage, ____ minstens drie maanden duurt.

2. To jest oferta pracy, ____ wymaga dobrej obsługi komputera.

Dit is een vacature, ____ een goede beheersing van de computer vereist.

3. Mam referencje, ____ dostałam od poprzedniego pracodawcy.

Ik heb referenties, ____ ik van mijn vorige werkgever heb gekregen.

4. To są kandydaci, ____ mają doświadczenie zawodowe w obsłudze klienta.

Dit zijn kandidaten, ____ werkervaring hebben in klantenservice.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Voeg twee zinnen samen tot één zin met behulp van het passende betrekkelijk voornaamwoord: die / dat / wie (bijv. Dit is een bedrijf. Het bedrijf verkoopt kleding. → Dit is een bedrijf dat kleding verkoopt.).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. To jest kurs języka polskiego. Kurs jest bardzo intensywny.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    To jest kurs języka polskiego, który jest bardzo intensywny.
    (Dit is een cursus Pools, die erg intensief is.)
  2. Znam firmę. Firma szuka pracowników na pełny etat.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Znam firmę, która szuka pracowników na pełny etat.
    (Ik ken een bedrijf dat voltijdse werknemers zoekt.)
  3. Mam CV. CV jest przygotowane po polsku.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mam CV, które jest przygotowane po polsku.
    (Ik heb een cv dat in het Pools is opgesteld.)
  4. To są dokumenty. Dokumenty są potrzebne do rekrutacji.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    To są dokumenty, które są potrzebne do rekrutacji.
    (Dit zijn documenten die nodig zijn voor de werving.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Joanna Majchrowska

Master Spaanse filologie

University of Lodz

University_Logo

Polen


Laatst bijgewerkt:

zaterdag, 23/05/2026 04:30