Toekomende voltooide tijd: pójdę, zrobię

Czas przyszły dokonany: pójdę, zrobię


Czas przyszły prosty służy do powiedzenia, że coś się zrobi (i zakończy tę czynność), a wyrażamy go jednym czasownikiem.

(De voltooide toekomende tijd (tijd przyszły prosty) gebruiken we om te zeggen dat we iets zullen doen (en die handeling zullen afronden). We vormen hem met één werkwoord.)

Wat oefen je hier? Toekomende tijd met voltooide (perfectieve) werkwoorden

In het Pools kun je over de toekomst praten op twee manieren. In deze les gaat het om czas przyszły prosty dokonany:

  • perfectief (dokonany) = je bedoelt: één afgeronde actie (het resultaat is belangrijk).
  • De vorm ziet eruit als een “gewone” persoonsvorm, maar betekent ik zal … (afmaken).

Voorbeeld (resultaat): Jutro przeczytam raport. = Morgen lees ik het rapport uit.

Wanneer kies je perfectieve toekomst? (snelle keuzehulp)

  • Ja, als je één concrete taak bedoelt: schrijven, lezen, leren, kopen (af en klaar).
  • Vaak met: jutro, wieczorem, po pracy, za godzinę, na spotkanie.
  • Nee, als je het proces/duur benadrukt (“ik ben bezig met…”). Dan gebruik je meestal de imperfectieve toekomst (bv. będę czytać).

Zo vorm je de toekomst: stam + uitgang (3 veelvoorkomende patronen)

Je neemt de stam van het perfectieve werkwoord en plakt de juiste uitgang erop. In het boek zie je 3 groepen:

Groep Typische uitgangen (ik/jij) Voorbeeld
-m, -sz ja -m, ty -sz przeczytam, przeczytasz
-ę, -esz ja , ty -esz napiszę, napiszesz
-ę, -isz/-ysz ja , ty -ysz/-isz nauczę się, nauczysz się

Let op: 3e persoon enkelvoud is soms “nul” (geen uitgang)

  • Bij de groep -m, -sz heeft on/ona/ono vaak geen extra uitgang:

on przeczyta  |  ona przeczyta  |  ono przeczyta

  • Bij de andere groepen zie je wél een uitgang:

on napisze  |  ona nauczy się

Handige “anker-uitgangen” om snel te controleren

Twijfel je? Check vooral deze vormen (ze zijn het meest herkenbaar):

  • my bijna altijd: -my (przeczytamy, napiszemy, nauczymy)
  • wy bijna altijd: -cie (przeczytacie, napiszecie, nauczycie)
  • oni/one bijna altijd: (przeczytają, napiszą, nauczą się)

Reflexieve werkwoorden: waar zet je się?

  • się hoort bij het werkwoord, maar staat vaak na de persoonsvorm:

Wieczorem nauczę się tych słówek.

  • Het kan ook vóór het werkwoord staan (stijl/ritme), maar op A2 is dit veilig:

Persoonsvorm + się.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • 1) Infinitief gebruiken i.p.v. vervoegen
    Jutro przeczytać raport.
    Jutro przeczytam raport.
  • 2) Verkeerde persoon/uitgang (vooral bij ty / my)
    Ty napiszę e-mail.
    Ty napiszesz e-mail.
  • 3) się vergeten
    Jutro nauczę nowych zasad.
    Jutro nauczę się nowych zasad.

Zelfcheck: bedoel je “af en klaar” of “bezig zijn”?

  1. Vraag jezelf: Is dit één afgeronde taak? (resultaat)
  2. Ja → gebruik de vormen uit de tabel: przeczytam, napiszesz, nauczą się.
  3. Nee/duur/proces → waarschijnlijk: będę + infinitief (andere les/onderwerp).
 Koniugacja -m, -sz (Vervoeging -m, -sz)Koniugacja -ę, -esz (Vervoeging -ę, -esz)Koniugacja -ę, -isz/-ysz (Vervoeging -ę, -isz/-ysz)
 przeczytać (doorlezen)napisać (schrijven)nauczyć się (leren)
ja przeczytam (ik zal lezen)napiszę (ik zal schrijven)nauczę się (ik zal leren)
typrzeczytasz (jij zal lezen)napiszesz (jij zal schrijven)nauczysz się (jij zal leren)
on/ona/onoprzeczyta (hij/zij/het zal lezen)napisze (hij/zij/het zal schrijven)nauczy się (hij/zij/het zal leren)
my przeczytamy (wij zullen lezen)napiszemy (wij zullen schrijven)nauczymy się (wij zullen leren)
wyprzeczytacie (jullie zullen lezen)napiszecie (jullie zullen schrijven)nauczycie się (jullie zullen leren)
oni/oneprzeczytają (zij zullen lezen)napiszą (zij zullen schrijven)nauczą się (zij zullen leren)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Jutro ___ zakupy i przygotuję przekąski na domówkę.

Morgen ___ boodschappen en maak ik hapjes klaar voor een huisfeestje.

2. Po pracy ___ do ciebie i pomogę w kuchni.

Na het werk ___ naar je toe en help ik in de keuken.

3. Wieczorem ___ zaproszenie do znajomych na grupie.

Vanavond ___ een uitnodiging voor vrienden in de groep.

4. Na następne spotkanie ze znajomymi ___ tej prostej gry w karty.

Voor de volgende bijeenkomst met vrienden ___ dit simpele kaartspel.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de voltooid toekomende tijd, vervoeg het werkwoord volgens het onderwerp (bijv. "Vandaag lees ik" → "Morgen zal ik gelezen hebben").

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (przeczytać) Dziś czytam ten raport. Jutro…
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Jutro przeczytam ten raport.
    (Morgen zal ik dit rapport lezen.)
  2. Hint Hint (napisać) Dziś piszesz e-mail do klienta. Jutro…
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Jutro napiszesz e-mail do klienta.
    (Morgen zul jij een e-mail aan de klant schrijven.)
  3. Hint Hint (nauczyć się) Dziś uczę się tych słówek. Wieczorem…
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wieczorem nauczę się tych słówek.
    (Vanavond zal ik deze woordjes leren.)
  4. Hint Hint (przeczytać) Dziś czytamy instrukcję. Po spotkaniu…
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Po spotkaniu przeczytamy instrukcję.
    (Na de vergadering zullen wij de instructie lezen.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Joanna Majchrowska

Master Spaanse filologie

University of Lodz

University_Logo

Polen


Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 22/05/2026 22:28