W języku polskim kluczowe jest stosowanie przedrostków w czasownikach (np. w-, wy-, prze-, przy-), które zmieniają kierunek ruchu (np. wejść, wyjechać).
(In het Pools is het belangrijk om voorvoegsels bij werkwoorden te gebruiken (bijv. w-, wy-, prze-, przy-), die de richting van de beweging veranderen (bijv.
| Aspekt niedokonany (onvoltooid aspect) | Aspekt dokonany (voltooid aspect) | Znaczenie (betekenis) |
|---|---|---|
wchodzić (binnengaan) wychodzić (naar buitengaan) | wejść (binnengaan) wyjść (naar buitengaan) | do środka (naar binnen) na zewnątrz (naar buiten) |
podchodzić (dichterbij komen) odchodzić (weggaan) | podejść (dichterbij komen) odejść (weggaan) | zbliżyć się (dichterbij komen) oddalić się (zich verwijderen / weggaan) |
| nadchodzić (naderen) | nadejść (naderen) | zbliżać się (naderen) |
| rozchodzić się (uiteengaan) | rozejść się (uiteengaan) | rozproszyć się (zich verspreiden) |
| przychodzić (aankomen) | przyjść (aankomen) | dotrzeć na miejsce (op de plek aankomen) |
| dochodzić (te voet aankomen) | dojść (te voet aankomen) | dotrzeć pieszo / do celu (te voet aankomen / het doel bereiken) |
| obchodzić (rondgaan / omgaan) | obejść (rondgaan / omgaan) | dookoła / ominąć / świętować (rondom / vermijden / vieren) |
Uitzonderingen!
- Het toevoegen van een voorvoegsel creëert een nieuwe betekenis en verandert het werkwoord vaak in de voltooide vorm.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Kiedy autobus nocny przyjechał, szybko ___ do środka.
Toen de nachtbus aankwam, ___ we snel naar binnen.2. Przed pracą zawsze ___ z domu o 7:10, żeby nie spóźnić się na przesiadkę.
Voor mijn werk ___ ik altijd om 7:10 van huis weg, zodat ik niet te laat kom voor de overstap.3. ___ do kierowcy i zapytałem, czy ten bilet miesięczny tu działa.
___ naar de chauffeur toe en vroeg of dit maandabonnement hier geldig is.4. Po spotkaniu wszyscy ___ z biura i poszli na przystanek.
Na de vergadering ___ ze allemaal het kantoor uit en liepen naar de halte.Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Zet de zinnen om: verander het bewegingswerkwoord naar de voltooide vorm en pas de tijd aan (verleden of toekomst), zodat de betekenis vergelijkbaar blijft.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints-
⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldWczoraj o 8:55 wszedłem do biura.(Gisteren om 8:55 ben ik het kantoor binnengegaan.)
-
⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldPo spotkaniu wyszliśmy z sali i poszliśmy na kawę.(Na de vergadering hebben we de zaal verlaten en zijn we koffie gaan drinken.)
-
⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldPodszedłem do recepcji i zapytałem o kartę do pokoju.(Ik ben naar de receptie gelopen en heb om de sleutelkaart voor de kamer gevraagd.)
-
⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldO 7:30 odszedłem od komputera i zrobiłem przerwę.(Om 7:30 ben ik bij de computer weggegaan en heb ik een pauze genomen.)