Accusatief in meervoud: kogo? co?

Biernik w liczbie mnogiej: kogo? co?


W języku polskim biernika w liczbie mnogiej używamy aby powiedzieć, że coś lub kogoś znamy, lubimy, mamy, zwiedzamy, kupujemy itd.

(In het Pools gebruiken we de accusatief in het meervoud om te zeggen dat we iemand of iets kennen, leuk vinden, hebben, bezichtigen, kopen, enz.)

Wat is hier het doel?

Je leert de biernik (accusatief) in het meervoud: de vorm die je gebruikt na veel werkwoorden zoals znać (kennen), widzieć (zien), rezerwować (reserveren), potwierdzić (bevestigen), mieć (hebben), zamknąć (sluiten).

  • Vraag die je jezelf stelt: kogo? co? (wie/wat?) in het meervoud.
  • In het Nederlands merk je dit vaak niet: “ik zie gasten”. In het Pools verandert de vorm soms wél.

Stap 1: Is het męskoosobowy (mannelijk-persoonlijk)?

De belangrijkste keuze is: gaat het over mannen als personen (een groep met minstens één man)? Dan is het męskoosobowy.

  • męskoosobowy: Polak, gość, piłkarz (mannen/personen)
  • niemęskoosobowy: dingen + vrouwen + dieren (en ook “mannen” als objecten/beroepen zonder persoonsfocus zijn meestal niet męskoosobowy, maar op A2: volg vooral de woordenlijst/context)
Type groep Voornaamwoord (biernik mv.) Voorbeeld
męskoosobowy (mannen/personen) tych Znam tych gości.
niemęskoosobowy (dingen/vrouwen/onzijdig) te Potwierdzam te rezerwacje.

Snelle check: zeg je “deze/ die” in het Pools? Dan moet je ook het juiste Pools aanwijzend voornaamwoord kiezen: tych (męskoosobowy) vs. te (niemęskoosobowy).

Stap 2: Kies de juiste uitgang in de biernik meervoud

In deze les gaat het om de vorm van het zelfstandig naamwoord in biernik mv. De uitgangen hangen af van het soort woord.

Soort Typische uitgang (biernik mv.) Voorbeeld (enkelvoud → biernik mv.)
męskoosobowy -ów / -i / -y Polak → Polaków
gość → gości
piłkarz → piłkarzy
niemęskoosobowy (m. niet-pers. + v.) -y / -i / -e karta → karty
nocleg → noclegi
rezerwacja → rezerwacje
niemęskoosobowy (onzijdig) -a okno → okna

Hoe kies je tussen -ów / -i / -y (męskoosobowy)?

Dit hangt af van de laatste medeklinker van de stam. Praktisch op A2: herken de patronen uit de voorbeelden en luister naar de uitspraak.

  • -ów vaak na “harde” medeklinkers en na -c, -j: Polak → Polaków
  • -i na “zachte” medeklinkers en na -l: gość → gości
  • -y na “verharde” (stwardniałe) klanken zoals rz, ż, sz, cz: piłkarz → piłkarzy

Tip: als je twijfelt, controleer: klinkt gości met i logisch (zacht), en piłkarzy met y na rz (verhard)? Dat is precies het idee.

Hoe kies je tussen -y / -i / -e (niemęskoosobowy)?

  • -y na harde medeklinkers: karta → karty
  • -i typisch na -k, -g: nocleg → noclegi
  • -e na zachte/verharde medeklinkers (en vaak na -l): rezerwacja → rezerwacje

Bij onzijdig is het overzichtelijk: okno → okna.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze vermijdt)

  • Verkeerd voornaamwoord:
    • Znam te gości.Znam tych gości. (mannen/personen = męskoosobowy)
    • Proszę zamknąć tych okna.Proszę zamknąć te okna. (okna = niemęskoosobowy)
  • Verkeerde uitgang:
    • potwierdzić te rezerwacjipotwierdzić te rezerwacje
    • mam już kartę (en je bedoelt meervoud) → mam już karty

Uitzonderingen die je hier moet kennen

  • -owie in de mianownik (nominatief) meervoud betekent in biernik mv. altijd -ów:

    panowie → (widzę) panów, uczniowie → uczniów, mistrzowie → mistrzów

  • Ruchome “e” (een extra e dat soms verschijnt/verdwijnt):

    chłopiec → chłopców, zamek → zamki

    Zie je dat de stam “schuift”? Dat is normaal: focus op de correcte meervoudsvorm.

Zelfcheck in 10 seconden

  1. Staat het na een werkwoord als widzieć / znać / rezerwować / potwierdzić / mieć / zamknąć? → je hebt waarschijnlijk biernik mv. nodig.
  2. Gaat het over mannen als personen? → tych + vorm męskoosobowy (bv. gości, Polaków).
  3. Gaat het over dingen/vrouwen/onzijdig? → te + vorm niemęskoosobowy (bv. rezerwacje, karty, okna).

Als je dit kunt afvinken, zit je in 90% van de situaties goed.

Rodzaj (Geslacht)Końcówki (Uitgangen)Mianownik l. poj. (Nominatief ev.)Biernik l. mn. (Accusatief mv.)
męskoosobowy (mannelijk persoon)

-ów (po spółgłoskach twardych i po -c, -j) (na harde medeklinkers en na -c, -j)*

-i (po spółgłoskach miękkich i po -l) (na zachte medeklinkers en na -l)

-y (po spółgłoskach stwardniałych) (na verharde medeklinkers)

Polak (Pool)

gość (gast)

piłkarz (voetballer)

Polaków (Polen)

gości (gasten)

piłkarzy (voetballers)

niemęskoosobowy (męski nieosobowy i żeński)  (niet-mannelijk persoon: mannelijk niet-persoonlijk en vrouwelijk)

-y (po spółgłoskach twardych) (na harde medeklinkers)

-i (po (na) -k, -g)

-e (po spółgłoskach miękkich, po -l, po spółgłoskach stwardniałych) (na zachte medeklinkers, na -l, na verharde medeklinkers)

karta (kaart)

nocleg (overnachting)

rezerwacja (reservering)

karty (kaarten)

noclegi (overnachtingen)

rezerwacje (reserveringen)

niemęskoosobowy (nijaki) (niet-mannelijk persoon: onzijdig)-aokno (raam)okna (ramen)

Uitzonderingen!

  1. Alle mannelijke persoonsnamen (męskoosobowy) die in de nominatief mv eindigen op -owie, krijgen in de accusatief mv de uitgang -ów (znam tych panów, uczniów, mistrzów).
  2. Een beweeglijke „e” komt voor in de woorden: chłopiec - chłopców, lew - lwy, zamek - zamki.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Znam tych ____ z poprzedniej rezerwacji.

Ik ken deze ____ van een eerdere reservering.

2. Proszę potwierdzić te ____ na dwa pokoje.

Kunt u alstublieft deze ____ voor twee kamers bevestigen.

3. Mam już ____ do pokoi dla wszystkich osób.

Ik heb al ____ voor alle personen.

4. Na dziś mamy wolne ____ w dwóch pokojach z widokiem.

Voor vandaag hebben we vrije ____ in twee kamers met uitzicht.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Przepisz zinnen, gebruik de juiste vorm van het zelfstandig naamwoord in de accusativus meervoud (bijv. „Ik hou van + wie/wat?”).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Polak) Znam tych (Polak) z mojej pracy.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Znam tych Polaków z mojej pracy.
    (Ik ken die Polen van mijn werk.)
  2. Hint Hint (gość) Lubię (gość) w tym hotelu, bo są bardzo mili.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Lubię gości w tym hotelu, bo są bardzo mili.
    (Ik houd van gasten in dit hotel, omdat ze heel aardig zijn.)
  3. Hint Hint (piłkarz) W weekend oglądam (piłkarz) w telewizji.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    W weekend oglądam piłkarzy w telewizji.
    (In het weekend kijk ik naar voetballers op televisie.)
  4. Hint Hint (karta) Mam dwie (karta) do muzeum.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mam dwie karty do muzeum.
    (Ik heb twee kaarten voor het museum.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Joanna Majchrowska

Master Spaanse filologie

University of Lodz

University_Logo

Polen


Laatst bijgewerkt:

donderdag, 23/04/2026 08:25