Onderwerp: że, to, kto...

Podmiot: że, to, kto...


Zdanie podmiotowe zastępuje podmiot, zamiast jednego słowa, podmiotem jest cała myśl lub sytuacja.

(Een onderwerpszin vervangt het onderwerp: in plaats van één woord is het onderwerp een hele gedachte of situatie.)

Wanneer gebruik je że, to, że, kto en co?

In deze zinnen is het tweede deel (de bijzin) het onderwerp of de inhoud van wat je zegt.

  • że = dat (je geeft informatie/een feit)
  • to, że = het feit dat (je benadrukt/nominaliseert de hele bijzin)
  • kto = wie (persoon)
  • co = wat (zaak/inhoud/beslissing)

Snel kiezen: stel jezelf 1 vraag

Wat ontbreekt er in de bijzin? Kies in het Pools Typische NL-vraag
Alleen een verbindingswoord (inhoud/feit) że “dat …”
Je wil nadruk leggen op “het feit” / formele toon to, że “het feit dat …”
Een persoon (wie?) kto “wie …?”
Een zaak/inhoud (wat?) co “wat …?”

Patronen die je heel vaak ziet (A2)

  • Wiadomo, że … = Het is bekend dat …
  • Nie wiadomo, kto … = Het is niet bekend wie …
  • Dziwne, co … = Vreemd wat …
  • Ważne jest to, że … = Belangrijk is het feit dat …

Tip: Woorden als wiadomo / nie wiadomo / ważne (jest) / dziwne kondigen vaak zo’n bijzin aan.

Let op de komma en de vaste combinatie to, że

  • Voor że / kto / co staat meestal een komma:
    Wiadomo, że… / Nie wiadomo, kto…
  • to hoort bij de hoofdzin en daarna komt de bijzin met że:
    Ważne jest to, że każdy pracownik ma swoje obowiązki.
  • Veelgemaakte fout: Ważne jest, że… (kan soms, maar in deze les wil je juist to, że oefenen)

Korte voorbeelden (werkcontext)

Voegwoord Goed Pools voorbeeld Betekenis (NL)
że Wiadomo, że praca w zespole wymaga zaufania. Het is bekend dat teamwork vertrouwen vereist.
to, że Ważne jest to, że każdy pracownik zna swoje obowiązki. Belangrijk is het feit dat iedereen zijn taken kent.
kto Nie wiadomo, kto będzie nowym koordynatorem projektu. Het is niet bekend wie de nieuwe projectcoördinator wordt.
co Dziwne, co szef zdecydował w sprawie działu. Vreemd wat de chef heeft beslist over de afdeling.

Zelfcheck (30 seconden)

  1. Wil ik een feit/informatie geven? → że
  2. Wil ik expliciet zeggen “het feit dat”? → to, że
  3. Gaat het om een persoon (wie)? → kto
  4. Gaat het om een ding/inhoud/beslissing (wat)? → co
Spójnik (Voegwoord)Przykład (Voorbeeld)
że (dat)Wiadomo, że praca w zespole wymaga zaufania. (Het is bekend dat teamwerk vertrouwen vereist.)
to (dat)Ważne jest to, że każdy pracownik ma swoje obowiązki. (Het is belangrijk dat elke werknemer zijn plichten heeft.)
kto (wie)Nie wiadomo, kto będzie nowym koordynatorem. (Het is niet bekend wie de nieuwe coördinator zal zijn.)
co (wat)Dziwne, co szef zdecydował w sprawie działu. (Vreemd wat de baas heeft besloten over de afdeling.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Wiadomo, ___ w naszej firmie dobra integracja pomaga zespołowi działać lepiej.

Het is bekend ___ in ons bedrijf goede integratie het team helpt beter te functioneren.

2. Ważne jest ___, że każdy pracownik ma swoje obowiązki w dziale.

Het is belangrijk ___, dat elke werknemer zijn taken op de afdeling heeft.

3. Nie wiadomo, ___ będzie nowym koordynatorem projektu.

Het is niet bekend ___ de nieuwe projectcoördinator zal zijn.

4. Dziwne, ___ szef zdecydował w sprawie tego działu.

Vreemd, ___ de chef heeft besloten over deze afdeling.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Voeg twee zinnen samen tot één onderwerpzin met behulp van de juiste voegwoord (dat / dat / wie / wat).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (to, że) Jest ważne. Każdy pracownik ma swoje obowiązki.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ważne jest to, że każdy pracownik ma swoje obowiązki.
    (Het is belangrijk dat elke werknemer zijn eigen verplichtingen heeft.)
  2. Hint Hint (że) Wiadomo. Praca w zespole wymaga zaufania.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wiadomo, że praca w zespole wymaga zaufania.
    (Het is bekend dat werken in een team vertrouwen vereist.)
  3. Hint Hint (kto) Nie wiadomo. Kto będzie nowym koordynatorem projektu?
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Nie wiadomo, kto będzie nowym koordynatorem projektu.
    (Het is niet bekend wie de nieuwe projectcoördinator wordt.)
  4. Hint Hint (co) Dziwne. Co szef powiedział na spotkaniu?
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Dziwne, co szef powiedział na spotkaniu.
    (Vreemd wat de baas tijdens de vergadering zei.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Joanna Majchrowska

Master Spaanse filologie

University of Lodz

University_Logo

Polen


Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 22/05/2026 13:32