Lessen

Studeren met een professionele docent

Vraag een docent aan

Onderwerp: że, to, kto...

Een onderwerpszin vervangt het onderwerp: in plaats van één woord is het onderwerp een hele gedachte of situatie.

Wat voor zinnen zijn dit?

In deze voorbeelden is de hele bijzin het onderwerp (of de “inhoud”) van de zin:

  • Wiadomo, że… = “Het is bekend dat…
  • Nie wiadomo, kto… = “Men weet niet wie…
  • Dziwne, co… = “Vreemd wat…

Je gebruikt dus een woord dat de bijzin introduceert: że / to / kto / co.

Kies het juiste verbindingswoord (snelle beslisroute)

  1. Gaat het om een feit/inhoud?że (NL: “dat”).
  2. Staat er “het is belangrijk/duidelijk/waar” en wil je iets benadrukken? → vaak to, że (NL: “dit, dat…” / “het feit dat…”).
  3. Gaat het om een persoon?kto (NL: “wie”).
  4. Gaat het om een ding/actie/uitspraak/besluit?co (NL: “wat”).

Wanneer gebruik je że?

że is het meest neutraal: je vult de inhoud in van wat je weet, denkt, ziet, hoort, vindt.

  • Wiadomo, że praca w zespole wymaga zaufania.
  • Dobrze, że zespół ma jasny plan na ten tydzień.

Let op: in het Pools blijft het werkwoord in de bijzin gewoon “normaal” (geen speciale woordvolgorde zoals in het Duits).

Wanneer gebruik je to, że?

to is hier geen “dat” als voegwoord, maar een aanwijzend woord (“dit/dat”) dat je zin “steviger” maakt.

  • Ważne jest to, że każdy pracownik ma swoje obowiązki.

Praktische tip:

  • Als je in het Nederlands natuurlijk “het feit dat…” kunt zeggen, is to, że vaak passend.
  • Alleen że is ook vaak mogelijk, maar to, że klinkt explicieter/formeler.

Wanneer gebruik je kto en co?

Gebruik kto en co wanneer de bijzin eigenlijk een “vraagwoord” bevat.

Je bedoelt… Dan kies je… Voorbeeld
welke persoon? kto (wie) Nie wiadomo, kto będzie nowym koordynatorem.
wat precies? welke beslissing/uitspraak? co (wat) Dziwne, co szef zdecydował w sprawie działu.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • 1) “to” verwarren met “że”

    Ważne jest, to każdy ma obowiązki.

    Ważne jest to, że każdy ma swoje obowiązki.

  • 2) “kto/co” gebruiken terwijl je eigenlijk een feit bedoelt

    Wiadomo, kto praca w zespole wymaga zaufania.

    Wiadomo, że praca w zespole wymaga zaufania.

  • 3) Onnodig “to” toevoegen (het mag soms, maar klinkt snel zwaar)

    Wiadomo to, że…

    Meestal: Wiadomo, że…

Zelfcheck (30 seconden)

  1. Kan ik het vervangen door NL dat? → że

  2. Kan ik natuurlijk zeggen “het feit dat…”? → to, że

  3. Is het antwoord een persoon? → kto

  4. Is het antwoord een ding/uitspraak/besluit? → co

Spójnik (Voegwoord)Przykład (Voorbeeld)
że (dat)Wiadomo, że praca w zespole wymaga zaufania. (Het is bekend dat werken in een team vertrouwen vereist.)
to (dat)Ważne jest to, że każdy pracownik ma swoje obowiązki. (Het is belangrijk dat elke werknemer zijn taken heeft.)
kto (wie)Nie wiadomo, kto będzie nowym koordynatorem. (Het is niet bekend wie de nieuwe coördinator zal zijn.)
co (wat)Dziwne, co szef zdecydował w sprawie działu. (Vreemd wat de baas heeft besloten over de afdeling.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis PL

Audio voorbereiden…

PL + NL

Audio voorbereiden…

1. Wiadomo, ___ praca w zespole wymaga zaufania. Wiadomo, że praca w zespole wymaga zaufania.

Het is bekend ___ werken in een team vertrouwen vereist.

2. Ważne jest ___, że każdy pracownik ma swoje obowiązki. Ważne jest to, że każdy pracownik ma swoje obowiązki.

Het is belangrijk ___, dat elke werknemer zijn eigen taken heeft.

3. Nie wiadomo, ___ będzie nowym koordynatorem projektu. Nie wiadomo, kto będzie nowym koordynatorem projektu.

Het is niet bekend, ___ de nieuwe projectcoördinator zal worden.

4. Dziwne, ___ szef powiedział na integracji. Dziwne, co szef powiedział na integracji.

Vreemd, ___ de chef tijdens de teambuilding heeft gezegd.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Combineer twee zinnen tot één onderwerpzin met behulp van de gegeven voegwoord (że / to / kto / co).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen
  1. (że) Wiadomo. Praca w zespole wymaga zaufania.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wiadomo, że praca w zespole wymaga zaufania.
    (Het is bekend dat samenwerken in een team vertrouwen vereist.)
  2. (to) Ważne jest. Każdy pracownik ma swoje obowiązki.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ważne jest to, że każdy pracownik ma swoje obowiązki.
    (Het is belangrijk dat elke werknemer zijn eigen taken heeft.)
  3. (kto) Nie wiadomo. Będzie nowy koordynator projektu.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Nie wiadomo, kto będzie nowym koordynatorem projektu.
    (Het is niet bekend wie de nieuwe projectcoördinator wordt.)
  4. (co) Dziwne. Szef zdecydował w sprawie działu.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Dziwne, co szef zdecydował w sprawie działu.
    (Vreemd wat de baas over de afdeling heeft besloten.)

Pools leren A2 basis. Een stap voor stap cursus inclusief audio

ISBN 979-13-88475-06-1

Deze app ondersteunt dit boek.

Amazon.nl

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Joanna Majchrowska

Master Spaanse filologie

University of Lodz

University_Logo

Polen


Laatst bijgewerkt:

woensdag, 22/07/2026 12:04