Rzeczowniki odczasownikowe: odwołać → odwołanie

Rzeczowniki odczasownikowe: odwołać → odwołanie


Rzeczowniki odczasownikowe to rzeczowniki utworzone od czasowników. Oznaczają czynność lub proces, ale funkcjonują w zdaniu jak zwykły rzeczownik, np. kupować → kupowanie.

(Deverbale zelfstandige naamwoorden zijn zelfstandige naamwoorden die van werkwoorden worden gevormd. Ze betekenen een handeling of proces, maar functioneren in een zin als een gewoon zelfstandig naamwoord, bv. kupować → kupowanie.)

Wat is een ‘rzeczownik odczasownikowy’?

Dit is een zelfstandig naamwoord dat je maakt van een werkwoord, om te praten over:

  • een actie als ‘ding’ (het beginnen, het melden, het verliezen)
  • een feit / gebeurtenis (de annulering, de start)
  • een proces (denken, kopen, dansen)

In het Nederlands is dit vaak: het + infinitief of een -ing-woord. In het Pools zijn dit vaste zelfstandige naamwoorden met uitgangen -nie, -enie of -cie.

Wanneer gebruik je het (en waarom is het handig)?

  • na bepaalde woorden zoals potrzebować (nodig hebben), po (na), dojść do (het komt tot)
  • in formele/zakelijke stijl: het klinkt neutraler dan een persoonsvorm
Werkwoord Nominalisatie Typische context
odwołać (afzeggen) odwołanie (afzegging) Doszło do odwołania spotkania.
rozpocząć (beginnen) rozpoczęcie (start) Czekamy na rozpoczęcie akcji.
zgubić (kwijtraken) zgubienie (het kwijtraken) Po zgubieniu paszportu…

Vorming: kies de juiste uitgang (-nie / -enie / -cie)

Je neemt de stam van het werkwoord en voegt de juiste uitgang toe. Praktisch op A2:

  • heel vaak: -ać / -eć / -ować-nie
    odwołać → odwołanie, myśleć → myślenie, kupować → kupowanie
  • vaak bij -ić / -yć-enie
    zgubić → zgubienie, tańczyć → tańczenie
  • bij -ąć en bij korte/‘speciale’ werkwoorden → -cie
    rozpocząć → rozpoczęcie, żyć → życie

Tip: leer deze vormen in paren (werkwoord + nominalisatie). Dat is sneller dan ‘regels uitrekenen’ tijdens spreken.

Let op de spellingwisselingen (alternacje)

Soms verandert de stam een beetje. Dat is normaal; het is geen extra grammatica, alleen spelling/uitspraak.

Werkwoord Nominalisatie Wat verandert?
zgłosić zgłoszenie si → sz
chodzić chodzenie dzi → dz
rozpocząć rozpoczęcie ą → ę

Zelfcheck: zie je ą in de infinitief? Verwacht vaak ę in de nominalisatie.

Welke naamval komt erna? (de valkuil in zinnen)

De nominalisatie is een zelfstandig naamwoord, dus erna krijg je vaak een naamval.

  • potrzebować + Dopełniacz (genitief)
    potrzebujemy zgłoszenia (van de melding) + waarvan? → kradzieży telefonu
  • po + miejscownik (locatief)
    po zgubieniu paszportu (na het kwijtraken…)
  • czekać na + biernik (accusatief)
    czekać na rozpoczęcie akcji (wachten op de start…)

Snelle test: als er po staat, vraag jezelf: “Heb ik hier locatief nodig?” → meestal ja.

Niet verwarren met -anie/-enie als ‘proces’ (zgłaszanie)

Je ziet soms ook vormen op -anie/-enie die meer “het bezig zijn met” betekenen (proces/activiteit).

  • zgłoszenie = één concrete melding (resultaat/document)
  • zgłaszanie = het (doorlopend) melden als activiteit

In deze les gaat het om de vormen met -nie/-enie/-cie zoals in de tabel: vaak neutraal en “feitelijk”.

Mini-checklist (1 minuut) voor je gaat spreken

  1. Kies: wil ik een actie als zelfstandig naamwoord zeggen? → neem de nominalisatie.
  2. Kijk naar de infinitief-uitgang: -ać/-eć/-ować (meestal -nie), -ić/-yć (vaak -enie), -ąć (vaak -cie).
  3. Controleer mogelijke wisseling: si→sz, dzi→dz, ą→ę.
  4. Check de constructie in de zin: potrzebować (genitief), po (locatief), czekać na (accusatief).
  1. Deverbale zelfstandige naamwoorden maak je door passende uitgangen aan de stam van het werkwoord toe te voegen, bv. rozpocząć - rozpoczęcie.
-ać (-ać)-eć (-eć)-ować (-ować)-ić (-ić)-yć (-yć)-ąć + grupa specjalna (krótkie czasowniki typu być, pić, żyć (-ąć + speciale groep (korte werkwoorden van het type być, pić, żyć))
odwołać (afzeggen)myśleć (denken)kupować (kopen)zgubić (kwijtraken)tańczyć (dansen)rozpocząć (beginnen)żyć (leven)
-nie (-nie)-enie (-enie)-cie (-cie)
odwołanie (afzegging)myślenie (denken)kupowanie (kopen)zgubienie (kwijtraken)tańczenie (dansen)rozpoczęcie (begin)życie (leven)

Uitzonderingen!

  1. De klankwisselingen die voorkomen zijn: si->sz zgłosić - zgłoszenie, dzi->dz chodzić - chodzenie, ą->ę rozpocząć - rozpoczęcie

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Proszę wypełnić formularz: potrzebujemy ____ kradzieży telefonu.

Vul alstublieft het formulier in: we hebben ____ van diefstal van een telefoon nodig.

2. Po ____ paszportu muszę iść do ambasady po duplikat.

Na het ____ van mijn paspoort moet ik naar de ambassade voor een duplicaat.

3. Dzisiaj nie ma spotkań, bo było ____ wizyt z powodu awarii systemu.

Vandaag zijn er geen afspraken, omdat er door een systeemstoring ____ van afspraken was.

4. Proszę zachować spokój i poczekać na ____ akcji ratunkowej.

Blijf alstublieft kalm en wacht op de ____ van de reddingsactie.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Zet de zin zo om dat het werkwoord wordt vervangen door een zelfstandig naamwoord dat van het werkwoord is afgeleid (uitgangen -nie / -enie / -cie). Voorbeeld: „Firma odwołała spotkanie.” → „Doszło do odwołania spotkania.”

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (odwołanie) Firma odwołała spotkanie z klientem.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Doszło do odwołania spotkania z klientem.
    (Het kwam tot het afzeggen van de afspraak met de klant.)
  2. Hint Hint (myślenie) Często myślę o zmianie pracy.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Często mam myślenie o zmianie pracy.
    (Ik heb vaak het denken aan een verandering van baan.)
  3. Hint Hint (kupowanie) W sobotę kupujemy jedzenie na tydzień.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    W sobotę robimy kupowanie jedzenia na tydzień.
    (Op zaterdag doen we het kopen van eten voor een week.)
  4. Hint Hint (zgubienie) Zgubiłem klucze w pracy.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Doszło do zgubienia kluczy w pracy.
    (Het kwam tot het kwijtraken van de sleutels op het werk.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Joanna Majchrowska

Master Spaanse filologie

University of Lodz

University_Logo

Polen


Laatst bijgewerkt:

zaterdag, 23/05/2026 22:02