A2.42: Organisatie en delegatie

Organizacja i delegowanie

In deze les leer je essentiële woorden en uitdrukkingen voor organisatie en taakdelegatie in een bedrijf, zoals kierownik (manager), zadania (taken), delegować (delegeren) en hierarchia (hiërarchie). Je oefent gesprekken over het verdelen van verantwoordelijkheden en het geven van instructies binnen een team.

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Oefening 1: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Kierownik zawsze jasno ___ cele zespołu.

(De manager stelt altijd duidelijke ___ voor het team.)

2. Proszę, ___ raport do końca dnia.

(Maak alsjeblieft het ___ voor het einde van de dag af.)

3. Gdybyś miał więcej czasu, ___ pomóc nowemu pracownikowi.

(Als je meer tijd had, ___ je de nieuwe medewerker kunnen helpen.)

4. Nie ___ na spotkaniu bez pozwolenia szefa.

(___ niet tijdens de vergadering zonder toestemming van de baas.)

Oefening 3: Organisatie en delegeren op kantoor

Instructie:

W biurze, kiedy mój przełożony (Prosić - Czas teraźniejszy) o raport, ja (Sprawdzać - Czas teraźniejszy) dane i (Przygotowywać - Czas teraźniejszy) dokument. Następnie on (Zadawać - Czas teraźniejszy) pracownikom pytania, a ja (Pomagać - Czas teraźniejszy) im rozwiązać problemy. Czasem my (Musieć - Czas teraźniejszy) szybko zorganizować spotkanie i (Delegować - Czas teraźniejszy) zadania, żeby wszyscy wiedzieli, co mają robić. Jeśli coś jest niejasne, ja zawsze (Tłumaczyć - Czas teraźniejszy) instrukcje, żeby praca szła sprawnie.


Op kantoor, wanneer mijn leidinggevende vraagt om een rapport, controleer ik de gegevens en bereid het document voor. Vervolgens stelt hij de werknemers vragen, en ik help hen problemen op te lossen. Soms moeten wij snel een vergadering organiseren en delegeren we taken zodat iedereen weet wat hij moet doen. Als iets onduidelijk is, leg ik de instructies altijd uit zodat het werk soepel verloopt.

Werkwoordschema's

Prosić - Vragen

Czas teraźniejszy

  • (ja) proszę
  • (ty) prosisz
  • (on/ona/ono) prosi
  • (my) prosimy
  • (wy) prosicie
  • (oni/one) proszą

Sprawdzać - Controleren

Czas teraźniejszy

  • (ja) sprawdzam
  • (ty) sprawdzasz
  • (on/ona/ono) sprawdza
  • (my) sprawdzamy
  • (wy) sprawdzacie
  • (oni/one) sprawdzają

Przygotowywać - Voorbereiden

Czas teraźniejszy

  • (ja) przygotowuję
  • (ty) przygotowujesz
  • (on/ona/ono) przygotowuje
  • (my) przygotowujemy
  • (wy) przygotowujecie
  • (oni/one) przygotowują

Zadawać - Stellen

Czas teraźniejszy

  • (ja) zadaję
  • (ty) zadasz
  • (on/ona/ono) zadaje
  • (my) zadajemy
  • (wy) zadajecie
  • (oni/one) zadają

Pomagać - Helpen

Czas teraźniejszy

  • (ja) pomagam
  • (ty) pomagasz
  • (on/ona/ono) pomaga
  • (my) pomagamy
  • (wy) pomagacie
  • (oni/one) pomagają

Musieć - Moeten

Czas teraźniejszy

  • (ja) muszę
  • (ty) musisz
  • (on/ona/ono) musi
  • (my) musimy
  • (wy) musicie
  • (oni/one) muszą

Delegować - Delegeren

Czas teraźniejszy

  • (ja) deleguję
  • (ty) delegujesz
  • (on/ona/ono) deleguje
  • (my) delegujemy
  • (wy) delegujecie
  • (oni/one) delegują

Tłumaczyć - Uitleggen

Czas teraźniejszy

  • (ja) tłumaczę
  • (ty) tłumaczysz
  • (on/ona/ono) tłumaczy
  • (my) tłumaczymy
  • (wy) tłumaczycie
  • (oni/one) tłumaczą

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Pools oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Lesoverzicht: Organisatie en delegatie

In deze les leer je hoe je taken effectief kunt organiseren en delegeren binnen een teamomgeving in het Pools. De focus ligt op praktische dialogen waarbij een leidinggevende taken verdeelt, vragen stelt over de hiërarchie en instructies geeft aan medewerkers. Je zult ook belangrijke werkwoorden en uitdrukkingen tegenkomen die essentieel zijn voor communicatie op de werkvloer.

Belangrijke onderwerpen in deze les

  • Organiseren van teamwerk: Hoe een manager taken toewijst aan teamleden, bijvoorbeeld: "Proszę panią Kasię o przygotowanie raportu" (Ik vraag mevrouw Kasia om het rapport voor te bereiden).
  • Delegeren tijdens vergaderingen: Veilig en duidelijk opdrachten ontvangen en geven, bijvoorbeeld: "Kto zajmie się kontaktem z dostawcami?" (Wie neemt contact op met de leveranciers?).
  • Bedrijfshiërarchie en instructies: Begrijpen aan wie je rapporteert en van wie je opdrachten krijgt, bijvoorbeeld: "Raportujesz bezpośrednio do mnie" (Je rapporteert rechtstreeks aan mij).

Belangrijke woordenschat en uitdrukkingen

Hier zijn enkele nuttige woorden en uitdrukkingen die vaak voorkomen in de dialogen en die je goed moet kennen:

  • kierownik – leidinggevende
  • zaplanować działania – acties plannen
  • delegować zadania – taken delegeren
  • koordynować zespół – team coördineren
  • raportować – rapporteren
  • hierarchia – hiërarchie

Werkwoordbenoeming en voorbeeldzinnen

Je oefent met de tegenwoordige tijd van werkwoorden die vaak worden gebruikt bij organisatie en delegatie. Bijvoorbeeld:

  • określać (bepalen): Kierownik zawsze jasno określa cele zespołu.
  • wykonać (uitvoeren): Proszę, wykonaj raport do końca dnia.
  • prosić (vragen): Mój przełożony prosi o raport.
  • delegować (delegeren): Delegujemy zadania, żeby wszyscy wiedzieli, co mają robić.

Opmerkingen over verschillen tussen het Nederlands en Pools

Het Pools gebruikt veelvuldig de voltooide en onvoltooide aspecten van werkwoorden om nuances in betekenis uit te drukken, wat in het Nederlands minder prominent is. Bijvoorbeeld, het Pools maakt onderscheid tussen zrobić (voltooid: "doen") en robić (onvoltooid: "aan het doen zijn"), terwijl het Nederlands die onderscheidingen normaal niet maakt met aparte werkwoorden.

Daarnaast zijn taakverdelingsuitdrukkingen vaak explicieter in het Pools, waarbij de functie of rol van de persoon duidelijk wordt genoemd, zoals kierownik (manager) en lider zespołu (teamleider). In het Nederlands wordt vaak meer impliciet verwezen naar rollen, afhankelijk van de context.

Handige Poolse zinnen voor op het werk en hun Nederlandse equivalenten:

  • „Proszę przygotować raport.” – „Wilt u het rapport voorbereiden?”
  • „Kto będzie nadzorował projekt?” – „Wie gaat het project toezicht houden?”
  • „Proszę zgłaszać pytania do mnie.” – „Stel vragen bij mij.”
  • „Dzielimy obowiązki na zespół.” – „Wij verdelen de taken over het team.”

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏