Woorden zoals nu, morgen, wanneer of gauw geven aan wanneer iets gebeurt.
(Parole come
- Gli avverbi si trovano di solito dopo il verbo.
- Hoelang e wanneer sono parole interrogative che si trovano all’inizio della frase.
| Bijwoord (Avverbio) | Voorbeeld (Esempio) |
|---|---|
| nu (ora) | Ik lees nu een boek. |
| vandaag (oggi) | We maken een schilderij vandaag. |
| morgen (domani) | Ik ga morgen naar de film. |
| dan (poi / allora) | We luisteren dan naar muziek. |
| wanneer (quando) | Wanneer luister jij naar muziek? |
| gauw (presto) | Hij komt gauw weer schilderen. |
| hoelang (da quanto tempo / per quanto tempo) | Hoelang speel jij al een instrument? |
Esercizio 1: Scelta multipla
Istruzione: Scegli la risposta corretta
1. Ik lees ___ een boek over fotografie in de trein naar mijn werk.
Ik lees ___ een boek over fotografie in de trein naar mijn werk.)2. We kijken ___ een film over kunst na de Nederlandse les.
We kijken ___ een film over kunst na de Nederlandse les.)3. ___ maak ik thuis een schilderij, want ik heb geen afspraken op kantoor.
___ maak ik thuis een schilderij, want ik heb geen afspraken op kantoor.)4. ___ luister jij elke dag naar muziek als je de foto’s van je vakantie bekijkt?
___ luister jij elke dag naar muziek als je de fotos van je vakantie bekijkt?)Esercizio 2: Riscrivi le frasi
Istruzione: Riformula la frase con l'avverbio di tempo corretto (ora, oggi, domani, allora, quando, presto, quanto tempo).
-
⇒ _______________________________________________ ExampleMorgen ga ik naar de Nederlandse les.(Domani vado alla lezione di olandese.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWanneer drinken we koffie?(Quando beviamo il caffè?)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIk wacht nu op de bus.(Ora sto aspettando l'autobus.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWij maken vandaag het huiswerk.(Oggi facciamo i compiti.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleHij komt gauw terug naar kantoor.(Tornerà presto in ufficio.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleHoelang werk je in deze stad?(Per quanto tempo lavori in questa città?)
Esercizio 3: La grammatica in azione
Istruzione: Parla brevemente del tuo hobby e dì quando lo pratichi.
- Wat is jouw hobby en wanneer doe je dat? (Qual è il tuo hobby e quando lo pratichi?)
- Doe je het nu, vandaag of morgen? Vertel wanneer en hoelang. (Lo fai adesso, oggi o domani? Di' quando e per quanto tempo.)
- Ik lees nu een boek. (Sto leggendo un libro adesso.)
- Ik ga morgen naar de film. (Domani vado al cinema.)
- Wanneer teken jij? Ik teken vandaag na het werk. (Quando disegni? Io disegno oggi dopo il lavoro.)
- nu (adesso)
- wanneer (quando)
- hoelang (per quanto tempo)