Het werkwoord zullen gebruik je voor een voorstel, belofte of waarschijnlijkheid.
(El verbo
- Probabilidad: Combina a menudo 'zullen' con 'wel' para expresar suposiciones.
| Gebruik (Uso) | Voorbeeld (Ejemplo) |
|---|---|
| Voorstel | Zullen we naar de bioscoop gaan? Zal ik iets koken? |
| Belofte | Ik zal de menukaart brengen. We zullen op tijd zijn. |
| Waarschijnlijkheid | Je zult wel moe zijn. Zij zullen het wel begrijpen. |
Ejercicio 1: Opción múltiple
Instrucción: Elige la respuesta correcta
1. ____ we vrijdagavond naar de bioscoop gaan?
____ we vrijdagavond naar de bioscoop gaan?)2. ____ ik de kaarten voor het concert online kopen?
____ ik de kaarten voor het concert online kopen?)3. We ____ om acht uur bij het theater zijn.
We ____ om acht uur bij het theater zijn.)4. Je ____ wel moe zijn; zullen we gewoon thuis televisie kijken?
Je ____ wel moe zijn; zullen we gewoon thuis televisie kijken?)Ejercicio 2: Reescribe las frases
Instrucción: Reescribe las oraciones con el verbo «zullen» para hacer una propuesta, una promesa o una suposición (probabilidad). Usa la forma correcta (zal/zullen) y añade a menudo «wel» en las suposiciones.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleZullen we morgen samen naar de markt gaan?(Zullen we morgen samen naar de markt gaan?)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleZal ik vanavond pasta voor jou koken?(Zal ik vanavond pasta voor jou koken?)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleMaak je geen zorgen, ik zal de kinderen naar school brengen.(Maak je geen zorgen, ik zal de kinderen naar school brengen.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleHij zal dit moeilijke formulier wel begrijpen.(Hij zal dit moeilijke formulier wel begrijpen.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleJullie zullen nu wel erg moe zijn na het werk.(Jullie zullen nu wel erg moe zijn na het werk.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWe zullen op tijd bij de afspraak komen.(We zullen op tijd bij de afspraak komen.)
Ejercicio 3: Gramática en acción
Instrucción: Habladlo juntos y acordad una sola cita clara: hora, lugar y actividad.
- Waar zullen jullie naartoe gaan: bioscoop, concert, theater of discotheek? Waarom? (¿A dónde iréis: cine, concierto, teatro o discoteca? ¿Por qué?)
- Wie zal de uitnodiging sturen en wat zal daarin staan? Noem tijd, plek en deelnemers en maak een afspraak over vervoer en vervolgactiviteit (bijvoorbeeld iets drinken). Probeer voorstellen en beloften met ‘zullen’ te maken. (¿Quién enviará la invitación y qué dirá? Mencionad la hora, el lugar y los participantes y poned de acuerdo el transporte y la actividad posterior (por ejemplo, tomar algo). Intentad hacer propuestas y promesas con ‘zullen’. )
- Zullen we naar de bioscoop/het concert/het theater gaan? (¿Vamos al cine/al concierto/al teatro?)
- Zal ik de uitnodiging sturen? (¿Envio yo la invitación?)
- We zullen om acht uur bij de ingang van het theater zijn. (Estaremos a las ocho en la entrada del teatro.)
- Zullen we + infinitief...? (Zullen we + infinitief...?)
- Ik zal ... (Ik zal ...)
- Je zult wel ... zijn. (Je zult wel ... zijn.)