Het werkwoord zullen gebruik je voor een voorstel, belofte of waarschijnlijkheid.

(Das Verb zullen benutzt du für einen Vorschlag, ein Versprechen oder eine Wahrscheinlichkeit.)

1. Wat betekent zullen eigenlijk?

  • Voorstel – samen iets plannen.
    Zullen we koffie drinken?
  • Belofte – je zegt wat je (zeker) gaat doen.
    Ik zal je morgen bellen.
  • Waarschijnlijkheid / aanname – je denkt dat iets zo is.
    Je zult wel druk zijn.

In het Duits zijn dit ongeveer:

  • Sollen voor voorstellen: Sollen wir …?
  • Werden / wohl / bestimmt voor belofte en waarschijnlijkheid.

2. De vormen van zullen (A1-niveau)

Nederlands Vorm van zullen Duits ongeveer
ik zal ich werde / ich soll
jij / je zult du wirst / du sollst
hij / zij / het zal er / sie / es wird
we / wij zullen wir werden / sollen
jullie zullen ihr werdet / sollt
ze / zij (meervoud) zullen sie werden / sollen
  • Enkelvoud: zal (ik, hij, zij, het) en zult (jij).
  • Meervoud: altijd zullen.

3. Zinsvolgorde: waar staat zullen, waar staat het andere werkwoord?

  • Hoofdzin (gewone zin of vraag):
    • zullen in positie 1 of 2
    • het andere werkwoord als infinitief aan het eind

Standaardzin

  • Subject op 1, zullen op 2, infinitief aan het eind.

We zullen om acht uur komen.
→ 1 = We, 2 = zullen, eind = komen.

Ja/nee-vraag

  • Zullen op 1, subject op 2, infinitief aan het eind.

Zullen we om acht uur komen?
→ 1 = Zullen, 2 = we, eind = komen.

Typische fouten

  • We zullen komen om acht uur zijn. → twee infinitieven door elkaar.
  • Zullen we gaan naar de bioscoop? → Duits volgorde.
    Goed: Zullen we naar de bioscoop gaan?

4. Zullen voor voorstellen: hoe klinkt dat natuurlijk?

Voorstellen zijn in het Nederlands vaak zacht en vriendelijk: geen bevel, maar een uitnodiging.

  • Patroon: Zullen we + infinitief …?
    • Zullen we een taxi nemen?
    • Zullen we hier zitten?
  • Met ik (je biedt jezelf aan): Zal ik + infinitief …?
    • Zal ik reserveren?
    • Zal ik betalen?

Vergelijking met Duits

  • Zullen we …?Sollen wir …? / Wollen wir …?
  • Zal ik …?Soll ich …?

Let op vorm

  • we → zullen: Zullen we …?
  • ik → zal: Zal ik …?
  • Zullen ik betalen?Zal ik betalen?

5. Zullen voor beloftes: wat zeg je precies?

Je gebruikt zal / zullen om je intentie of belofte duidelijk te maken.

  • Patroon: Subject + zal/zullen + rest van de zin + infinitief.

Voorbeelden:

  • Ik zal de presentatie sturen. (belofte / duidelijke intentie)
  • We zullen op tijd zijn.
  • Hij zal je morgen terugbellen.

Vergelijking met Duits

  • Duits gebruikt vaak het Futur I of gewone tegenwoordige tijd + tijdsbepaling.
    • NL: Ik zal het morgen doen.
    • DE: Ich werde es morgen machen. of Ich mache es morgen.

Let op

  • Geen extra "gaan" erbij voor een eenvoudige belofte.
    Ik zal het gaan doen. (op A1 liever vermijden)
    Beter: Ik zal het doen.

6. Zullen voor waarschijnlijkheid: typisch Nederlands

Hier is zullen geen echte toekomst, maar een vermoeden.

  • Patroon: Subject + zal/zullen + wel + rest.
    • Je zult wel moe zijn.
    • Hij zal het wel weten.
    • Zij zullen het wel druk hebben.

Rol van "wel"

  • wel maakt de uitspraak zachter, minder hard.
  • Vergelijkbaar met Duits wohl, bestimmt, vermutlich.
    • NL: Hij zal wel thuis zijn.
    • DE: Er ist wohl zu Hause.
  • Zonder wel klinkt het vaak harder of formeler: Hij zal thuis zijn.

Typische fouten

  • Hij zal misschien komen wel. → verkeerde plaats van wel.
  • Goed: Hij zal wel komen.

7. Snelle zelfcheck: kies de juiste vorm

Beantwoord in je hoofd. Daarna controleer met het antwoord eronder.

  1. ______ we morgen samen koffie drinken?
    Zullen we morgen samen koffie drinken?
  2. ______ ik een tafel reserveren voor vanavond?
    Zal ik een tafel reserveren voor vanavond?
  3. Hij ______ je straks terugbellen. (belofte)
    → Hij zal je straks terugbellen.
  4. Jullie ______ wel moe zijn na zo’n lange dag. (waarschijnlijkheid)
    → Jullie zullen wel moe zijn na zo’n lange dag.
  5. Zij ______ het wel begrijpen. (meervoud)
    → Zij zullen het wel begrijpen.

8. Waar moet je als Duitstalige vooral op letten?

  • Niet te veel aan tijd (Futur) denken.
    Vaak gaat het om voorstel of aanname, niet om pure toekomst.
  • Juist hulpwerkwoord kiezen:
    • Voorstellen: zullen (niet willen).
    • Belofte: zal/zullen (niet per se ga / gaan op A1).
    • Aannames: zal/zullen + wel.
  • Woordvolgorde niet germaniseren.
    • Goed: Zullen we naar de film gaan?
    • Werden wir gehen ins Kino? → direct uit het Duits vertaald.

9. Samenvatting: wat kun je nu?

  • Je kent de vormen: zal, zult, zullen.
  • Je weet waar zullen in de zin staat en waar de infinitief komt.
  • Je kunt met Zullen we …? en Zal ik …? beleefd iets voorstellen.
  • Je kunt met zal/zullen een eenvoudige belofte formuleren.
  • Je kunt met zal/zullen + wel een aannemelijke veronderstelling uitdrukken.

Als dit duidelijk voelt, ben je klaar om zullen actief in conversaties te gebruiken.

  1. Wahrscheinlichkeit: Kombiniere 'zullen' oft mit 'wel' für Vermutungen.
Gebruik (Gebrauch)Voorbeeld (Beispiel)
Voorstel

Zullen we naar de bioscoop gaan?

Zal ik iets koken?

Belofte

Ik zal de menukaart brengen.

We zullen op tijd zijn.

Waarschijnlijkheid

Je zult wel moe zijn.

Zij zullen het wel begrijpen.

Übung 1: Mehrfachauswahl

Anleitung: Wähle die richtige Antwort

1. ____ we vrijdagavond naar de bioscoop gaan?

____ wir am Freitagabend ins Kino gehen?)

2. ____ ik de kaarten voor het concert online kopen?

____ ich die Karten für das Konzert online kaufen?)

3. We ____ om acht uur bij het theater zijn.

Wir ____ um acht Uhr beim Theater sein.)

4. Je ____ wel moe zijn; zullen we gewoon thuis televisie kijken?

Du ____ bestimmt müde; sollen wir einfach zu Hause fernsehen?)

Übung 2: Umschreiben Sie die Ausdrücke

Anleitung: Formulieren Sie die Sätze mit dem Verb „zullen“, um einen Vorschlag, ein Versprechen oder eine Vermutung (Wahrscheinlichkeit) auszudrücken. Verwenden Sie die richtige Form (zal/zullen) und fügen Sie bei Vermutungen oft „wel“ hinzu.

Anzeigen/Übersetzung ausblenden Hinweise einblenden/ausblenden
  1. Hinweis Hinweis (voorstel) We gaan morgen samen naar de markt.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Zullen we morgen samen naar de markt gaan?
    (Zullen we morgen samen naar de markt gaan?)
  2. Hinweis Hinweis (voorstel) Ik kook vanavond pasta voor jou.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Zal ik vanavond pasta voor jou koken?
    (Zal ik vanavond pasta voor jou koken?)
  3. Hinweis Hinweis (belofte) Maak je geen zorgen, ik breng de kinderen naar school.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Maak je geen zorgen, ik zal de kinderen naar school brengen.
    (Maak je geen zorgen, ik zal de kinderen naar school brengen.)
  4. Hinweis Hinweis (waarschijnlijk) Hij begrijpt dit moeilijke formulier.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Hij zal dit moeilijke formulier wel begrijpen.
    (Hij zal dit moeilijke formulier wel begrijpen.)
  5. Hinweis Hinweis (waarschijnlijk) Jullie zijn nu erg moe na het werk.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Jullie zullen nu wel erg moe zijn na het werk.
    (Jullie zullen nu wel erg moe zijn na het werk.)
  6. Hinweis Hinweis (belofte) We komen op tijd op de afspraak.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    We zullen op tijd bij de afspraak komen.
    (We zullen op tijd bij de afspraak komen.)

Übung 3: Grammatik in Aktion

Anleitung: Besprecht es gemeinsam und macht eine klare Vereinbarung: Zeit, Ort und Aktivität.

Anzeigen/Übersetzung ausblenden
Situation
Je bent nieuw in Nederland en organiseert vrijdagavond iets leuks met collega’s.
(Du bist neu in den Niederlanden und organisierst am Freitagabend etwas Schönes mit Kolleginnen und Kollegen.)

Diskutieren
  • Waar zullen jullie naartoe gaan: bioscoop, concert, theater of discotheek? Waarom? (Wohin werdet ihr gehen: Kino, Konzert, Theater oder Diskothek? Warum?)
  • Wie zal de uitnodiging sturen en wat zal daarin staan? Noem tijd, plek en deelnemers en maak een afspraak over vervoer en vervolgactiviteit (bijvoorbeeld iets drinken). Probeer voorstellen en beloften met ‘zullen’ te maken. (Wer wird die Einladung verschicken und was wird darin stehen? Nennt Zeit, Ort und Teilnehmende und trefft eine Abmachung über Transport und anschließende Aktivität (zum Beispiel etwas trinken). Versucht, Vorschläge und Versprechungen mit ‚zullen‘ zu formulieren.)

Nützliche Wörter und Redewendungen
  • Zullen we naar de bioscoop/het concert/het theater gaan? (Zullen we naar de bioscoop/het concert/het theater gaan?)
  • Zal ik de uitnodiging sturen? (Zal ik de uitnodiging sturen?)
  • We zullen om acht uur bij de ingang van het theater zijn. (We zullen om acht uur bij de ingang van het theater zijn.)

Im Gespräch verwenden
  • Zullen we + infinitief...? (Zullen we + Infinitiv...?)
  • Ik zal ... (Ik zal ...)
  • Je zult wel ... zijn. (Je zult wel ... zijn.)

Geschrieben von

Dieser Inhalt wurde vom pädagogischen Team von coLanguage entworfen und überprüft. Über coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Wirtschaft und Sprachen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Zuletzt aktualisiert:

Mittwoch, 18/02/2026 16:26