Gebruik 'gaan' + infinitief om een actie in de toekomst te beschrijven, zoals 'Ik ga koken', 'Hij gaat studeren'.
(Usa
- Forma: 'gaan' + infinito
- Uso: Per futuro pianificato o vicino.
| Persoon (Persona) | Gaan (Andare) | Voorbeeld (Esempio) |
|---|---|---|
| Ik | ga | Ik ga koken. |
| Jij/u | gaat | Jij gaat studeren. |
| Hij/zij/het | gaat | Hij gaat werken. |
| Wij | gaan | Wij gaan sporten. |
| Jullie | gaan | Jullie gaan zwemmen. |
| Zij | gaan | Zij gaan winkelen. |
Esercizio 1: Scelta multipla
Istruzione: Scegli la risposta corretta
1. In juli ___ ik drie weken op vakantie naar Italië.
A luglio ___ in vacanza in Italia per tre settimane.)2. Morgen ___ hij met zijn kinderen schaatsen, want het is winter.
Domani ___ lui a pattinare con i suoi figli, perché è inverno.)3. In september ___ wij een teamuitje organiseren.
A settembre ___ una gita di team.)4. In de lente ___ jullie elke vrijdag samen lunchen op het terras.
In primavera ___ tutti insieme ogni venerdì in terrazza.)Esercizio 2: Riscrivi le frasi
Istruzione: Riformula le frasi usando la forma corretta di 'gaan' + infinito per esprimere un futuro pianificato o imminente.
-
Morgen ik koken voor mijn vrienden.⇒ _______________________________________________ ExampleMorgen ga ik koken voor mijn vrienden.(Domani vado a cucinare per i miei amici.)
-
Vanavond wij oefenen voor het examen Nederlands.⇒ _______________________________________________ ExampleVanavond gaan wij oefenen voor het examen Nederlands.(Stasera ci alleniamo per l'esame di olandese.)
-
Volgende week jij op vakantie naar Spanje.⇒ _______________________________________________ ExampleVolgende week ga jij op vakantie naar Spanje.(La settimana prossima vai in vacanza in Spagna.)
-
Om tien uur hij de directeur bellen.⇒ _______________________________________________ ExampleOm tien uur gaat hij de directeur bellen.(Alle dieci lui chiamerà il direttore.)
-
Straks jullie in het café zitten en iets drinken.⇒ _______________________________________________ ExampleStraks gaan jullie in het café zitten en iets drinken.(Tra poco andrete a sedervi al caffè e a bere qualcosa.)
-
Morgen zij niet werken, want het is zondag.⇒ _______________________________________________ ExampleMorgen gaan zij niet werken, want het is zondag.(Domani non andranno a lavorare, perché è domenica.)
Esercizio 3: La grammatica in azione
Istruzione: Dì quando andrai in vacanza e cosa farai lì.
- In welke maand ga jij vakantie nemen en waarom? (In quale mese andrai in vacanza e perché?)
- Wat ga jij in de zomer doen? En wat ga je in de winter doen? (Cosa farai d'estate? E cosa farai d'inverno?)
- In juli ga ik vakantie nemen. (In juli ga ik vakantie nemen.)
- In de winter ga ik reizen. (In de winter ga ik reizen.)
- Ik ga in mei gaan wandelen. (Ik ga in mei gaan wandelen.)
- Ik ga + infinitief + in + maand/seizoen (Ik ga + infinitief + in + maand/seizoen)
- Hij/zij gaat + infinitief + in + seizoen (Hij/zij gaat + infinitief + in + seizoen)
- Wij gaan + infinitief + in + maand (Wij gaan + infinitief + in + maand)