Voorzetsels zoals 'om', 'door', en 'met' geven een reden, oorzaak, doel of middel aan.
(Las preposiciones como
| Type (Tipo) | Voorzetsel (Preposición) | Voorbeeld (Ejemplo) |
|---|---|---|
| Reden (Razón) | om | Hij lachte om die goede grap. |
| Oorzaak (Causa) | door | Door de regen wordt het meisje helemaal nat. |
| Doel (Finalidad) | aan | Ik geef eten aan de honden. |
| Doel (Finalidad) | naar | Ik ga met vakantie naar Italië. |
| Doel (Finalidad) | om | Een pen gebruik je om te schrijven. |
| Middel (Medio) | met | Het meisje gaat met de bus naar school. |
| Middel (Medio) | op | Hij gaat op de fiets naar muziekles. |
¡Excepciones!
- “Om” se usa tanto para expresar razón como finalidad.
Ejercicio 1: Opción múltiple
Instrucción: Elige la respuesta correcta
1. Ik lach ___ de grap van mijn collega, want hij is zo blij vandaag.
Me río ___ la broma de mi compañero, porque hoy está tan contento.)2. Ik ben zenuwachtig ___ het belangrijke sollicitatiegesprek vanmiddag.
Estoy nervioso ___ la importante entrevista de trabajo de esta tarde.)3. Ik ga ___ de coach ___ over mijn stress op het werk te praten.
Voy ___ el coach ___ a hablar sobre mi estrés en el trabajo.)4. Ik bel je ___ mijn mobiele telefoon ___ te vragen hoe je je voelt na de vergadering.
Te llamo ___ mi teléfono móvil ___ para preguntar cómo te sientes después de la reunión.)Ejercicio 2: Reescribe las frases
Instrucción: Reescribe las oraciones. Añade una razón, causa, objetivo o medio con la preposición correcta: para, por, a, hacia o con. Fíjate en la palabra entre paréntesis.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIk lach om die leuke film.(Ik lach om die leuke film.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleDe straat is nat door de regen.(De straat is nat door de regen.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIk geef een cadeautje aan mijn collega.(Ik geef een cadeautje aan mijn collega.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWij gaan op vakantie naar Italië.(Wij gaan op vakantie naar Italië.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIk gebruik mijn laptop om te werken.(Ik gebruik mijn laptop om te werken.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleZij gaat met de trein naar haar werk.(Zij gaat met de trein naar haar werk.)
Ejercicio 3: Gramática en acción
Instrucción: Hablad juntos y explicad por qué os sentís así, usando preposiciones.
- Waar word jij tegenwoordig blij, boos of zenuwachtig om? (¿Qué te alegra, enfada o pone nervioso actualmente?)
- Door welke situaties voel jij je op het werk soms verdrietig of slecht? (¿Por qué situaciones te sientes a veces triste o mal en el trabajo?)
- Ik voel mij zenuwachtig om de presentatie. (Me siento nervioso por la presentación.)
- Door de drukte voel ik mij soms slecht. (Por el ajetreo a veces me siento mal.)
- Ik word rustig met een korte wandeling. (Me relajo con una breve caminata.)
- om (reden/ doel) (por (razón/propósito))
- door (oorzaak) (por (causa))
- met (middel) (con (medio))