1. Inmersión lingüística

2. Vocabulario (13)

De kamer

De kamer Mostrar

La habitación Mostrar

Het huis

Het huis Mostrar

La casa Mostrar

Het appartement

Het appartement Mostrar

El apartamento Mostrar

Het hotel

Het hotel Mostrar

El hotel Mostrar

De villa

De villa Mostrar

La villa Mostrar

De loft

De loft Mostrar

El loft Mostrar

Het rijhuis

Het rijhuis Mostrar

La casa adosada Mostrar

De eigenaar

De eigenaar Mostrar

El propietario Mostrar

De huisbaas

De huisbaas Mostrar

El casero Mostrar

De hypotheek

De hypotheek Mostrar

La hipoteca Mostrar

Huren

Huren Mostrar

Alquilar Mostrar

Reserveren

Reserveren Mostrar

Reservar Mostrar

4. Ejercicios

Ejercicio 1: Preparación del examen

Instrucción: Lee el texto, rellena los huecos con las palabras que faltan y responde a las preguntas que aparecen a continuación


Advertentie: Appartement te huur in Utrecht

Words to use: eigenaar, toegestaan, huren, rustig, gebouw, huisbaas, gebouw

(Anuncio: Apartamento en alquiler en Utrecht)

Te huur in Utrecht-Oost: licht appartement van 30 vierkante meter. Het appartement ligt op de derde verdieping en heeft een kleine woonkamer, een open keuken en een aparte slaapkamer. Er is ook een balkon met uitzicht op een rustige straat. U woont hier dicht bij winkels en het station.

De huur is 950 euro per maand, inclusief internet. De woont in hetzelfde , dus het is makkelijk om vragen te stellen. U kunt het appartement elke dag na 17.00 uur bekijken. Stuur een e-mail naar de ; hij maakt dan een afspraak met u. U kunt het appartement minimaal één jaar . Huisdieren zijn niet , omdat het heel moet blijven.
Se alquila en Utrecht-Oost: apartamento luminoso de 30 metros cuadrados. El apartamento está en la tercera planta y tiene una sala de estar pequeña, una cocina abierta y un dormitorio independiente. También hay un balcón con vistas a una calle tranquila. Aquí vivirá cerca de tiendas y de la estación.

La renta es de 950 euros al mes, internet incluido. El casero vive en el mismo edificio, por lo que es fácil plantearle preguntas. Puede ver el apartamento todos los días a partir de las 17:00. Envíe un correo electrónico al propietario; él acordará una cita con usted. Puede alquilar el apartamento por un mínimo de un año. No se permiten mascotas, porque el edificio debe mantenerse muy tranquilo.

  1. Waar ligt het appartement en hoe groot is het?

    (¿Dónde está el apartamento y qué tamaño tiene?)

  2. Wat is de maandelijkse huur en wat is daarbij inbegrepen?

    (¿Cuál es la renta mensual y qué está incluida?)

  3. Waarom zijn huisdieren niet toegestaan volgens de advertentie?

    (¿Por qué no se permiten mascotas según el anuncio?)

Ejercicio 2: Emparejar una palabra

Instrucción: Relaciona cada comienzo con su final correcto.

Ik wil het appartement huren, want ik werk nu in Amsterdam. (Quiero alquilar el apartamento, porque ahora trabajo en Ámsterdam.)
We zoeken een rustig huis, omdat we twee kleine kinderen hebben. (Buscamos una casa tranquila, porque tenemos dos niños pequeños.)
Ik bel de huisbaas, want de kamer is erg koud. (Llamo al casero, porque la habitación está muy fría.)
We reserveren een goedkoop hotel, dus we kijken eerst op internet. (Reservamos un hotel barato, por eso primero miramos en internet.)

Ejercicio 3: Opción múltiple

Instrucción: Elige la solución correcta

1. Wij ___ een appartement in Utrecht, want wij leven nu in Nederland.

(Wij ___ een appartement in Utrecht, want wij leven nu in Nederland.)

2. Ik ___ in een klein rijhuis in Den Haag, omdat ik daar werk.

(Ik ___ in een klein rijhuis in Den Haag, omdat ik daar werk.)

3. De huisbaas ___ dit huis niet, hij woont ook in een ander appartement.

(De huisbaas ___ dit huis niet, hij woont ook in een ander appartement.)

4. Wij ___ in een hotel, dus wij huren nog geen huis.

(Wij ___ in een hotel, dus wij huren nog geen huis.)

Ejercicio 4: Tarjetas de diálogo

Instrucción: Selecciona una situación y practica la conversación con tu profesor o compañeros.

Ejercicio 5: Responde a la situación

Instrucción: Practica en parejas o con tu profesor.

1. Je belt een makelaar om een appartement te huren. Je zag een leuk appartement op internet en je wilt meer informatie en een afspraak maken. (Gebruik: het appartement, huren, Ik wil graag...)

(Llamas a un agente inmobiliario para alquilar un apartamento. Viste un apartamento que te interesa en internet y quieres más información y concertar una cita. (Usa: el apartamento, alquilar, Quisiera...))

Ik wil graag  

(Quisiera ...)

Ejemplo:

Ik wil graag informatie over het appartement en een afspraak maken voor een bezichtiging.

(Quisiera información sobre el apartamento y concertar una cita para una visita.)

2. Je bent in een hotel in Amsterdam voor werk. Bij de receptie wil je een kamer reserveren voor één nacht. (Gebruik: het hotel, de kamer, reserveren)

(Estás en un hotel en Ámsterdam por trabajo. En la recepción quieres reservar una habitación por una noche. (Usa: el hotel, la habitación, reservar))

Ik wil graag  

(Quisiera ...)

Ejemplo:

Ik wil graag een kamer in het hotel reserveren voor één nacht.

(Quisiera reservar una habitación en el hotel por una noche.)

3. Je stuurt een sms naar je huisbaas. De verwarming in het huis werkt niet. Je legt het kort uit en vraagt om hulp. (Gebruik: de huisbaas, het huis, helpen)

(Envías un sms a tu casero. La calefacción de la casa no funciona. Lo explicas brevemente y pides ayuda. (Usa: el casero, la casa, ayudar))

Kunt u  

(¿Puede ...)

Ejemplo:

Kunt u mij helpen? De verwarming in het huis werkt niet.

(¿Puede ayudarme? La calefacción de la casa no funciona.)

4. Je ziet een advertentie voor een rijhuis in Utrecht. Je belt de eigenaar. Je legt kort uit wie je bent en dat je het huis wilt huren. (Gebruik: de eigenaar, het rijhuis, huren)

(Ves un anuncio de una casa adosada en Utrecht. Llamas al propietario. Explicas brevemente quién eres y que te gustaría alquilar la casa. (Usa: el propietario, la casa adosada, alquilar))

Ik bel omdat  

(Llamo porque ...)

Ejemplo:

Ik bel omdat ik interesse heb. Ik wil het rijhuis graag huren en ik heb een paar vragen voor de eigenaar.

(Llamo porque estoy interesado. Me gustaría alquilar la casa adosada y tengo algunas preguntas para el propietario.)

Ejercicio 6: Ejercicio de escritura

Instrucción: Escriba 4 o 5 oraciones sobre qué tipo de vivienda desea alquilar en Países Bajos y qué es importante para usted (ubicación, precio, balcón, tamaño).

Expresiones útiles:

Ik zoek een appartement in ... / De huur mag maximaal ... euro per maand zijn. / Ik wil graag een balkon, want ... / Het is voor mij belangrijk dat ...

Oefening 7: Ejercicio de conversación

Instructie:

  1. Praat met de makelaar. Wat voor soort accommodatie wil je huren? (Habla con el agente inmobiliario. ¿Qué tipo de alojamiento quieres alquilar?)
  2. Noem en beschrijf de soorten accommodaties op de foto's. Denk aan de prijzen. (Nombra y describe los tipos de alojamientos en las imágenes. Piensa en los precios.)

Pautas docentes +/- 10 minutos

Frases de ejemplo:

Kan ik de villa voor het weekend huren? Het is heel groot met een mooi zwembad.

¿Puedo alquilar la villa para el fin de semana? Es muy grande y tiene una piscina bonita.

Ik wil een kamer in dit hotel huren voor twee maanden.

Quiero alquilar una habitación en este hotel por dos meses.

Ik vind de huur te duur.

Creo que el alquiler es demasiado caro.

Ik geef de voorkeur aan het huren van een gedeelde kamer omdat het goedkoper is.

Prefiero alquilar una habitación compartida porque es más barata.

Ik woon graag met meer mensen. Dus ik wil een appartement delen, maar ik wil een eigen kamer.

Me gusta vivir con más gente. Así que quiero compartir un piso, pero quiero una habitación individual.

Ik ben op zoek naar een huis om samen met mijn partner te huren.

Estoy buscando una casa para alquilar junto a mi pareja.

...