Herinneringen aan de start van het schooljaar
Herinneringen aan de start van het schooljaar

Herinneringen aan de start van het schooljaar

Les souvenirs de rentrée


La rentrée des classes reprèsente beaucoup de souvenirs, allant du négatif au positif.
De start van het schooljaar roept veel herinneringen op, variërend van negatief tot positief.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
La rentrée scolaire De schoolstart
Mon agenda Mijn agenda
Le souvenir De herinnering
Ma salle de classe Mijn klaslokaal
La maîtresse De juf
Les copains De vriendjes
La cour De speelplaats
Bonne rentrée Fijne schoolstart
Pour moi, la rentrée scolaire, c'est le moment de choisir mon agenda avec des photos de mon cheval préféré. (Voor mij is de schoolstart het moment om mijn agenda te kiezen met foto’s van mijn favoriete paard.)
C'est aussi l'occasion de retrouver mes amis qu'on n'a pas vus pendant l'été. (Het is ook de gelegenheid om mijn vrienden terug te zien die we in de zomer niet hebben gezien.)
Je me souviens que ma grande sœur m'a laissé devant ma salle de classe, avec seulement un parapluie. (Ik herinner me dat mijn grote zus me voor mijn klaslokaal heeft achtergelaten, met alleen een paraplu.)
J'ai pleuré longtemps, mais ma maîtresse est venue me chercher. (Ik heb lang gehuild, maar mijn juf is me komen halen.)
Ensuite, tout s'est bien passé. (Daarna is alles goed gegaan.)
Pour moi, la rentrée, c'est aussi mon anniversaire, car je suis né le premier septembre. (Voor mij is de schoolstart ook mijn verjaardag, want ik ben op één september geboren.)
Souvent, j'avais un gâteau ou des friandises pour célébrer. (Vaak had ik een taart of snoepjes om te vieren.)
Cela me permettait de me faire des amis. (Dat hielp me om vrienden te maken.)
J'aimais aussi jouer au foot avec mes copains dans la cour de récréation. (Ik vond het ook leuk om met mijn vriendjes voetbal te spelen op de speelplaats.)
La rentrée, c'était toujours une joie, sans trop de pression. (De schoolstart was altijd een plezier, zonder al te veel druk.)

1. Pourquoi la rentrée est-elle aussi une fête pour la personne ?

(Waarom is de schoolstart ook een feest voor de persoon?)

2. Que tenait la grande sœur quand elle a laissé la personne devant la salle de classe ?

(Wat had de grote zus bij zich toen ze de persoon voor het klaslokaal achterliet?)

3. Que faisait la personne dans la cour de récréation ?

(Wat deed de persoon op de speelplaats?)