Herken de woorden: mag ik u even wat vragen? Weet u waar de Dorpsstraat is? Rechtdoor, tweede links.
¿Puedo hacerle una pregunta? ¿Sabe dónde está la calle Dorpsstraat? Siga recto, segunda a la izquierda.

Korte wegbeschrijving aan een toerist in Breda.

1. Persoon 1: Goedemiddag, kunt u mij helpen? Ik zoek een apotheek in de buurt. (Buenas tardes, ¿puede ayudarme? Estoy buscando una farmacia cerca.) Mostrar
2. Persoon 2: Ja, er is een apotheek vlakbij het station. Loop rechtuit en sla bij de tweede straat linksaf. (Sí, hay una farmacia muy cerca de la estación. Camine recto y en la segunda calle gire a la izquierda.) Mostrar
3. Persoon 1: Dank u, ben ik dan al bijna bij de apotheek? (Gracias, ¿ya estoy casi en la farmacia?) Mostrar
4. Persoon 2: Nee, daarna gaat u bij de derde straat rechtsaf en loopt u door tot aan de bibliotheek. (No, después debe girar a la derecha en la tercera calle y continuar hasta la biblioteca.) Mostrar
5. Persoon 1: Is dat in de Stationsstraat, naast het oude postkantoor? (¿Está en la Calle de la Estación, al lado de la antigua oficina de correos?) Mostrar
6. Persoon 2: Ja, dat klopt! Daar loopt u de straat in en dan ongeveer vijf minuten rechtdoor tot u de apotheek ziet. (Sí, ¡eso es correcto! Allí entra en la calle y camina aproximadamente cinco minutos recto hasta que vea la farmacia.) Mostrar
7. Persoon 1: Kunt u dat misschien op uw telefoon laten zien? Mijn batterij is bijna leeg en ik kan de navigatie niet gebruiken. (¿Podría mostrarme eso en su teléfono? Mi batería está casi vacía y no puedo usar la navegación.) Mostrar
8. Persoon 2: Natuurlijk, ik laat het u zien. Het is inderdaad best veel om te onthouden. (Por supuesto, se lo mostraré. Realmente es mucho para recordar.) Mostrar
9. Persoon 1: Heel erg bedankt! Met de kaart is het duidelijk. Dank u voor uw hulp! (¡Muchísimas gracias! Con el mapa está claro. ¡Gracias por su ayuda!) Mostrar

Ejercicio 1: Preguntas de debate

Instrucción: Debatir las preguntas después de escuchar el audio o leer el texto.

  1. Waar ligt de apotheek?
  2. ¿Dónde está la farmacia?
  3. Leg de weg uit naar de apotheek in jouw buurt.
  4. Indica el camino hacia la farmacia en tu vecindario.