In de video legt een meisje de weg uit aan een voorbijganger.
In dem Video erklärt ein Mädchen einem vorbeigehenden Passanten den Weg.

Übung 1: Sprachimmersion

Anleitung: Sehen Sie sich das Video an und beantworten Sie die zugehörigen Fragen.

Wort Übersetzung
Mag ik u even wat vragen? Darf ich Sie mal etwas fragen?
Weet u waar de Dorpsstraat is? Wissen Sie, wo die Dorpsstraat ist?
De weg uitleggen Den Weg erklären
Dat weet ik niet Das weiß ich nicht
Rechtdoor Geradeaus
Tweede links Zweite links
En dan het bruggetje over Und dann über die kleine Brücke
Meneer, meneer, mag ik u iets vragen? (Herr, Herr, darf ich Sie etwas fragen?)
Ja. (Ja.)
Weet u misschien waar de Dorpsstraat is? (Wissen Sie vielleicht, wo die Dorpsstraat ist?)
De Dorpsstraat? Euh, nee, dat weet ik niet. (Die Dorpsstraat? Äh, nein, das weiß ich nicht.)
Ik zal het even uitleggen. (Ich werde es kurz erklären.)
Het is rechtdoor, de tweede links en dan het bruggetje over. (Es geht geradeaus, die zweite links und dann über die kleine Brücke.)

1. Wat vraagt de persoon aan de meneer?

(Was fragt die Person den Herrn?)

2. Wat antwoordt de meneer eerst over de Dorpsstraat?

(Was antwortet der Herr zuerst über die Dorpsstraat?)

3. Wat is de eerste richting die de meneer geeft?

(Was ist die erste Richtung, die der Herr angibt?)

4. Welke route geeft de meneer?

(Welche Route gibt der Herr an?)

Übung 2: Dialog

Anleitung: Lesen Sie den Dialog und beantworten Sie die Fragen.

Korte wegbeschrijving aan een verdwaalde man in Breda

Kurze Wegbeschreibung für einen verirrten Mann in Breda
1. Jeffrey: Goedemiddag! Kunt u mij helpen? Is er hier een apotheek in de buurt? (Guten Tag! Können Sie mir helfen? Gibt es hier in der Nähe eine Apotheke?)
2. Fien: Ja, er is een apotheek dichtbij het station. Loop rechtdoor en neem de tweede straat links. (Ja, es gibt eine Apotheke in der Nähe des Bahnhofs. Gehen Sie geradeaus und nehmen Sie die zweite Straße links.)
3. Jeffrey: Bedankt. Ben ik er dan al? (Danke. Bin ich dann schon da?)
4. Fien: Nee. Neem daar de derde straat rechtsaf tot aan de bibliotheek. (Nein. Nehmen Sie dort die dritte Straße rechts bis zur Bibliothek.)
5. Jeffrey: Is dat in de Stationsstraat, naast het oude postkantoor? (Ist das in der Stationsstraat, neben dem alten Postamt?)
6. Fien: Ja! Ga die straat in en loop ongeveer vijf minuten. Loop rechtdoor tot je de apotheek ziet. (Ja! Gehen Sie in diese Straße und laufen Sie ungefähr fünf Minuten. Gehen Sie geradeaus, bis Sie die Apotheke sehen.)
7. Jeffrey: Kunt u het misschien op uw telefoon laten zien? Mijn batterij is leeg en ik kan mijn navigatie niet openen. (Könnten Sie es vielleicht auf Ihrem Handy zeigen? Mein Akku ist leer und ich kann meine Navigation nicht öffnen.)
8. Fien: Geen probleem. Het is inderdaad best veel om te onthouden. (Kein Problem. Das ist tatsächlich ziemlich viel, um es sich zu merken.)
9. Jeffrey: Dank u wel! Op de kaart is het duidelijk. Heel erg bedankt voor uw hulp! (Vielen Dank! Auf der Karte ist es klar. Vielen, vielen Dank für Ihre Hilfe!)

1. Waar is de apotheek volgens Fien?

(Wo ist die Apotheke laut Fien?)

2. Waarom kan Jeffrey zijn navigatie niet gebruiken?

(Warum kann Jeffrey seine Navigation nicht benutzen?)