Hausgemachte Pfannkuchen
Hausgemachte Pfannkuchen

Hausgemachte Pfannkuchen

Huisgemaakte pannenkoeken


In deze video maakt de kok klassieke pannenkoeken en geeft je de beste tips.
In diesem Video macht der Koch klassische Pfannkuchen und gibt dir die besten Tipps.

Übung 1: Sprachimmersion

Anleitung: Sehen Sie sich das Video an und beantworten Sie die zugehörigen Fragen.

Wort Übersetzung
Het recept Das Rezept
Het meel Das Mehl
De bloem Das Mehl
Het zout Das Salz
De eieren Die Eier
De melk Die Milch
De koekenpan Die Bratpfanne
Bakken Backen
De boter Die Butter
De bruine suiker Der braune Zucker
Ik ga pannenkoeken maken met gewone tarwebloem. (Ich werde Pfannkuchen mit normalem Weizenmehl machen.)
Ik gebruik vierhonderd gram bloem, een mespuntje zout, twee eieren en vijftig gram boter. (Ich verwende vierhundert Gramm Mehl, eine Messerspitze Salz, zwei Eier und fünfzig Gramm Butter.)
Ik smelt de boter in de pan. (Ich schmelze die Butter in der Pfanne.)
Ik maak een gat in de bloem en doe de eieren erin. (Ich mache ein Loch in das Mehl und gebe die Eier hinein.)
Ik voeg melk toe; nu gebruik ik havermelk. (Ich füge Milch hinzu; jetzt verwende ich Hafermilch.)
Ik meng alles tot een dik beslag zonder klontjes. (Ich mische alles zu einem dicken Teig ohne Klümpchen.)
Daarna maak ik het beslag dunner met meer melk. (Danach mache ich den Teig mit mehr Milch dünner.)
Van vierhonderd gram bloem kan ik ongeveer twintig pannenkoeken maken. (Aus vierhundert Gramm Mehl kann ich ungefähr zwanzig Pfannkuchen machen.)
De pan moet heet zijn en ik smeer er boter in met een kwast. (Die Pfanne muss heiß sein und ich pinsle Butter hinein.)
Je kunt de pannenkoeken eten met honing, suiker of stroop. (Du kannst die Pfannkuchen mit Honig, Zucker oder Sirup essen.)

1. Welke melk gebruikt de spreker?

(Welche Milch verwendet der Sprecher?)

2. Hoeveel pannenkoeken kan de spreker ongeveer maken?

(Wie viele Pfannkuchen kann der Sprecher ungefähr machen?)

3. Wat doet de spreker eerst met de boter?

(Was macht der Sprecher zuerst mit der Butter?)

4. Wat smeert de spreker in de hete pan?

(Was pinselt der Sprecher in die heiße Pfanne?)

Übung 2: Dialog

Anleitung: Lesen Sie den Dialog und beantworten Sie die Fragen.

Tijdens een team-evenement doen collega’s een kookworkshop: pannenkoeken maken

Während eines Team-Events machen Kolleginnen und Kollegen einen Kochworkshop: Pfannkuchen backen
1. Instructeur Ko: Vandaag maken we pannenkoeken. Jullie moeten goed samenwerken. (Heute machen wir Pfannkuchen. Ihr müsst gut zusammenarbeiten.)
2. Collega: Leuk! Hoe beginnen we? (Toll! Wie fangen wir an?)
3. Instructeur Ko: Neem bloem, eieren, een snufje zout en melk voor een klassieke pannenkoek. (Nehmt Mehl, Eier, eine Prise Salz und Milch für einen klassischen Pfannkuchen.)
4. Collega: Oké, dat is voor het deeg. Wat doen we daarna? (Okay, das ist für den Teig. Was machen wir danach?)
5. Instructeur Ko: Doe alles in een kom. Roer goed tot je een beslag zonder klontjes hebt. (Gebt alles in eine Schüssel. Rührt gut, bis ihr einen klümpchenfreien Teig habt.)
6. Collega: Moeten we nog ergens op letten? (Müssen wir noch auf etwas achten?)
7. Instructeur Ko: Je kunt een beetje extra melk toevoegen als je een dunner beslag wilt. (Ihr könnt etwas extra Milch hinzufügen, wenn ihr einen dünneren Teig wollt.)
8. Collega: En voor het bakken? (Und fürs Backen?)
9. Instructeur Ko: De pan moet heet zijn voordat je het beslag erin doet. Draai de pannenkoek om als je kleine gaatjes ziet. (Die Pfanne muss heiß sein, bevor ihr den Teig hineingebt. Wendet den Pfannkuchen, wenn ihr kleine Löcher seht.)
10. Collega: Super, we beginnen! (Super, wir fangen an!)

1. Wat doen de collega’s vandaag in de workshop?

(Was machen die Kolleginnen und Kollegen heute im Workshop?)

2. Waarom kun je extra melk toevoegen aan het beslag?

(Warum kannst du extra Milch zum Teig hinzufügen?)