Herken de woorden: spijkerbroek, hartstikke leuk, kleding, mode, we hebben veel gekocht, trends, kleren, winkels, goedkoper, uitverkocht, shirtjes, koop meer, kopen, weggooien, textiel, afval, kledingwinkels, heb je het nodig? Is het leuk?
Riconosci le parole: jeans, davvero bello, abbigliamento, moda, abbiamo comprato molto, tendenze, vestiti, negozi, più economico, esaurito, magliette, compra di più, comprare, buttare via, tessile, rifiuti, negozi di abbigliamento, ne hai bisogno? Ti piace?

Een dialoog in een kledingwinkel op de Kalverstraat in Amsterdam. De klant vraagt naar kleding, maten en prijzen terwijl de verkoper helpt met stijladvies.

1. Verkoper: Goedemorgen, kan ik u helpen? (Buongiorno, posso aiutarla?) Mostra
2. Maria: Hallo, ik zoek een rok voor een feestje. Heeft u iets in maat 38? (Ciao, sto cercando una gonna per una festa. Avete qualcosa nella taglia 38?) Mostra
3. Verkoper: Ja, we hebben deze rok in maat 38. Die staat mooi bij een blouse. (Sì, abbiamo questa gonna nella taglia 38. Sta bene con una camicetta.) Mostra
4. Maria: Ik wil liever iets in een lichte kleur. (Preferisco qualcosa di un colore chiaro.) Mostra
5. Verkoper: Dan kunt u deze beige broek proberen, die past goed bij een zwarte riem en een blauw t-shirt. (Allora può provare questi pantaloni beige, si abbinano bene con una cintura nera e una t-shirt blu.) Mostra
6. Maria: Goed idee. Heeft u ook een jas en een hoed? (Buona idea. Avete anche una giacca e un cappello?) Mostra
7. Verkoper: Ja, dat hebben we. Of anders is een trui ook leuk bij deze kleding. (Sì, li abbiamo. Oppure un maglione va bene con questi vestiti.) Mostra
8. Maria: Kunt u mij laarzen aanraden die erbij passen? (Può consigliarmi degli stivali che si abbinano?) Mostra
9. Verkoper: Neem bruine laarzen of schoenen, dat staat mooi en zit lekker. (Prenda stivali o scarpe marroni, stanno bene e sono comodi.) Mostra
10. Maria: Prima! Kan ik ook met de pinpas betalen? (Perfetto! Posso pagare anche con la carta?) Mostra
11. Verkoper: Ja hoor, dat kan. De totale prijs is 150 euro. (Certo, può farlo. Il prezzo totale è di 150 euro.) Mostra

Esercizio 1: Domande di discussione

Istruzione: Discutete le domande dopo aver ascoltato l'audio o letto il testo.

  1. Wat combineert de verkoper met de beige broek?
  2. Cosa abbina il venditore con i pantaloni beige?
  3. Wat raadt de verkoper aan voor laarzen bij Maria's outfit?
  4. Cosa consiglia il venditore per gli stivali da abbinare all'outfit di Maria?
  5. Wat draag jij meestal naar een feestje? Beschrijf je favoriete outfit.
  6. Cosa indossi di solito per una festa? Descrivi il tuo outfit preferito.
  7. Welke maten heb jij voor kleding?
  8. Quali taglie hai per l'abbigliamento?