Oro para los Países Bajos
Oro para los Países Bajos

Oro para los Países Bajos

Goud voor Nederland


De video gaat over hoe de Nederlandse zeilsters Odile van Aanholt en Annette Duetz na een zenuwslopende finale olympisch goud winnen op de Olympische Spelen van 2024 in Frankrijk.
El video trata sobre cómo las regatistas neerlandesas Odile van Aanholt y Annette Duetz ganan el oro olímpico en una final nerviosa en los Juegos Olímpicos de 2024 en Francia.

Ejercicio 1: Inmersión lingüística

Instrucción: Mira el vídeo y responde a las preguntas relacionadas.

Palabra Traducción
Eerste Primero
Tweede Segundo
Derde Tercero
Vierde Cuarto
Nederland vaart rond; Zweden vaart door. (Países Bajos navega alrededor; Suecia sigue avanzando.)
Nederland lijkt derde te worden. Zien ze het op tijd? (Parece que Países Bajos va a quedar tercero. ¿Lo ven a tiempo?)
Ze gaan als vierde over de finish. (Cruzan la meta en cuarto lugar.)
Volgens de cijfers is Zweden eerste, Italië tweede en Nederland derde. (Según las cifras, Suecia es primera, Italia segunda y Países Bajos tercero.)
Dat betekent dat Nederland het misschien gehaald heeft. (Eso significa que quizá Países Bajos lo haya conseguido.)
De sporters kijken teleurgesteld, alsof ze geen medaille hebben. (Los deportistas miran decepcionados, como si no tuvieran medalla.)
Volgens de cijfers staat Nederland toch op nummer één. (Según las cifras, Países Bajos está de todas formas en el número uno.)
Zweden en Frankrijk hebben zeker een medaille. (Suecia y Francia tienen seguro una medalla.)
Iedereen wacht op het bericht van de jury: heeft Nederland een fout gemaakt, ja of nee? (Todo el mundo espera el mensaje del jurado: ¿ha cometido Países Bajos un error, sí o no?)
Dan komt het nieuws: Annette Duetz en Odile van Aanholt zijn olympisch kampioen. (Entonces llega la noticia: Annette Duetz y Odile van Aanholt son campeonas olímpicas.)

1. Welke plaats leek Nederland eerst te krijgen in de race?

(¿Qué puesto pareció que iba a obtener Países Bajos al principio en la carrera?)

2. Als welke plaats gaan ze over de finish?

(¿En qué puesto cruzan la meta?)

3. Welke landen hebben volgens de cijfers zeker een medaille?

(¿Qué países tienen, según las cifras, seguro una medalla?)

4. Wat is het nieuws over Annette Duetz en Odile van Aanholt?

(¿Cuál es la noticia sobre Annette Duetz y Odile van Aanholt?)

Ejercicio 2: Diálogo

Instrucción: Lee el diálogo y responde a las preguntas.

Rangtelwoorden bij het zeilen

Números ordinales en la vela
1. Jan: Hé, weet je wie er eerste staat bij het zeilen? (Oye, ¿sabes quién va primero en vela?)
2. Maura: Ja! Van Aanholt en Duetz staan eerste, echt fantastisch! (¡Sí! Van Aanholt y Duetz van primeros, ¡realmente fantástico!)
3. Jan: Wat een spannende tweede helft zeg! Kijk deze video. (¡Qué segunda mitad tan emocionante! Mira este vídeo.)
4. Maura: Klopt, bij de derde boei denken ze even dat ze al bij de finish zijn. (Es cierto, en la tercera boya piensan por un momento que ya están en la meta.)
5. Jan: Hier staat Nederland nog vierde. (Aquí los Países Bajos todavía van cuartos.)
6. Maura: Oei, stel je voor dat je als vierde eindigt, net geen medaille. Dat is zwaar. (Uf, imagínate que terminas cuarta, justo sin medalla. Eso es duro.)
7. Jan: Ik dacht eerst dat Zweden vierde zou zijn en Italië vijfde. Wat zijn ze goed. (Al principio pensé que Suecia sería cuarta e Italia quinta. Qué buenos son.)
8. Maura: Nou, Zweden is tweede, Frankrijk derde, en de vierde en vijfde boot komen ook snel. (Bueno, Suecia va segunda, Francia tercera, y la cuarta y quinta embarcación también llegan rápido.)
9. Jan: Wat mooi, Nederland als eerste over de finish! (¡Qué bonito, los Países Bajos cruzan la meta en primer lugar!)
10. Maura: Wist je dat deze gouden medaille ook de honderdste van Nederland ooit is? (¿Sabías que esta medalla de oro también es la centésima de los Países Bajos de todos los tiempos?)
11. Jan: Ongelooflijk! Dat maakt het echt een historische overwinning in de sport! (¡Increíble! ¡Eso realmente lo convierte en una victoria histórica en el deporte!)

1. Wie staat eerste bij het zeilen?

(¿Quién va primero en vela?)

2. Welke plaats heeft Nederland bij de boei in het midden van de race?

(¿Qué puesto tiene los Países Bajos en la boya en medio de la carrera?)