Hoe hang je rookmelders nu juist op? Deze video legt het eenvoudig uit.
Wie hängt man Rauchmelder richtig auf? Dieses Video erklärt es einfach.

Übung 1: Sprachimmersion

Anleitung: Erkenne das angezeigte Vokabular im Video.

Wort Übersetzung
De badkamer Das Badezimmer
De keuken Die Küche
De garage Die Garage
De zolder Der Dachboden
De slaapkamer Das Schlafzimmer
De gang Der Flur
De centrale hal Die zentrale Diele
De meeste slachtoffers van brand overlijden door het inademen van rook. (Die meisten Brandopfer sterben durch das Einatmen von Rauch.)
Als je slaapt, ruik je niets. (Wenn du schläfst, nimmst du nichts wahr.)
Rook bevat giftige gassen en kan mensen snel bewusteloos maken. (Rauch enthält giftige Gase und kann Menschen schnell bewusstlos machen.)
Hang daarom rookmelders op, het liefst al voor de eerste nacht in je nieuwe huis. (Hänge deshalb Rauchmelder auf, am besten schon vor der ersten Nacht in deinem neuen Zuhause.)
Plaats rookmelders niet in de badkamer, de keuken of de garage, maar op rustigere plekken. (Bring Rauchmelder nicht im Badezimmer, in der Küche oder in der Garage an, sondern an ruhigeren Stellen.)
Hang op elke verdieping een rookmelder, ook op de zolder. (Hänge auf jeder Etage einen Rauchmelder auf, auch auf dem Dachboden.)
Hang bij voorkeur ook een rookmelder in elke slaapkamer, in lange gangen en in de centrale hal. (Hänge wenn möglich auch in jedem Schlafzimmer, in langen Fluren und in der zentralen Diele einen Rauchmelder auf.)
Je kunt de rookmelder eenvoudig ophangen met schroeven of met speciale tape. (Du kannst den Rauchmelder einfach mit Schrauben oder speziellem Klebeband befestigen.)
Test direct na het ophangen of de rookmelder goed werkt en of de batterij in orde is. (Teste direkt nach dem Anbringen, ob der Rauchmelder richtig funktioniert und die Batterie in Ordnung ist.)

Verständnisfragen:

  1. Waarom is rook zo gevaarlijk bij brand?

    (Warum ist Rauch bei einem Brand so gefährlich?)

  2. Op welke verdiepingen in huis moet je een rookmelder ophangen? Noem minstens twee plekken.

    (Auf welchen Etagen im Haus solltest du einen Rauchmelder anbringen? Nenne mindestens zwei Orte.)

  3. In welke kamers of ruimtes moet je juist geen rookmelder installeren?

    (In welchen Räumen oder Bereichen solltest du keinen Rauchmelder installieren?)

Übung 2: Dialog

Anleitung: Lesen Sie den Dialog und beantworten Sie die Fragen.

Ons huis bekijken

Unser Haus ansehen
1. Christiaan: Hallo, ik ben Christiaan. Ik heb een afspraak om het huis te bekijken. (Hallo, ich bin Christiaan. Ich habe einen Termin, um mir das Haus anzusehen.)
2. Roos: Welkom, Christiaan, goed dat u er bent. We beginnen hier in de hal. (Willkommen, Christiaan, schön, dass Sie da sind. Wir fangen hier im Flur an.)
3. Christiaan: Mooi, ik zie dat de woonkamer hiernaast erg ruim is en veel licht krijgt. (Gut, ich sehe, dass das Wohnzimmer nebenan sehr geräumig ist und viel Licht bekommt.)
4. Roos: Klopt, en naast de woonkamer zijn de keuken en de tuin. (Genau, und neben dem Wohnzimmer sind die Küche und der Garten.)
5. Christiaan: Fijn. Hoeveel slaapkamers zijn er in dit huis, en is er ook een werkplek? (Prima. Wie viele Schlafzimmer gibt es in diesem Haus, und gibt es auch einen Arbeitsplatz?)
6. Roos: Er zijn twee slaapkamers boven en op zolder is een rustige werkplek. (Es gibt zwei Schlafzimmer oben und auf dem Dachboden einen ruhigen Arbeitsplatz.)
7. Christiaan: Handig. Weet u of er al rookmelders hangen boven? (Praktisch. Wissen Sie, ob oben schon Rauchmelder installiert sind?)
8. Roos: Ja, op elke verdieping hangt er één, behalve in de keuken. (Ja, auf jeder Etage hängt einer, nur nicht in der Küche.)
9. Christiaan: Oké, duidelijk. Ik vind de indeling beneden wel prettig. (Alles klar. Die Aufteilung unten gefällt mir.)
10. Roos: Mooi zo. Laten we dan verdergaan naar boven. (Schön. Dann gehen wir weiter nach oben.)

1. Lees de dialoog. Kies het beste antwoord bij elke vraag.

(Lesen Sie den Dialog. Wählen Sie die beste Antwort zu jeder Frage.)

2. Waar staan Christiaan en Roos aan het begin van de rondleiding?

(Wo stehen Christiaan und Roos am Anfang der Besichtigung?)

Übung 3: Offene Gesprächsfragen

Anleitung: Beantworte die Fragen und korrigiere sie mit deinem Lehrer.

  1. Kunt u kort uw huis of appartement beschrijven? Welke kamers zijn er en op welke verdieping zijn ze?
    Können Sie kurz Ihr Haus oder Ihre Wohnung beschreiben? Welche Zimmer gibt es und in welchem Stockwerk befinden sie sich?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. U verhuist naar Nederland voor uw werk. Wat is voor u belangrijk in een huis? Noem twee dingen en leg kort uit waarom.
    Sie ziehen wegen Ihrer Arbeit in die Niederlande. Was ist Ihnen in einem Zuhause wichtig? Nennen Sie zwei Dinge und erklären Sie kurz, warum.

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Stel: een collega komt voor het eerst bij u thuis op bezoek. Wat zegt u als u hem of haar binnenlaat en het huis laat zien?
    Angenommen, ein Kollege kommt zum ersten Mal zu Ihnen nach Hause. Was sagen Sie, wenn Sie ihn oder sie hereingebeten haben und ihm oder ihr das Haus zeigen?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. U belt met een makelaar over een huurhuis. Welke twee vragen stelt u over de kamers of de indeling?
    Sie rufen einen Makler wegen einer Mietwohnung an. Welche zwei Fragen stellen Sie über die Zimmer oder die Aufteilung?

    __________________________________________________________________________________________________________