Herken in de video: ziektes, verkoudheid, symptomen, loopneus, koorts, hoesten, rust, verstopte neus, oorontsteking, huisarts, kinderarts, griep, buikgriep, diarree, oogontsteking.
Reconocer en el video: enfermedades, resfriado, síntomas, secreción nasal, fiebre, tos, descanso, nariz tapada, infección de oído, médico de cabecera, pediatra, gripe, gastroenteritis, diarrea, conjuntivitis.

Een medewerker meldt zich ziek tijdens een drukke werkperiode.

1. Medewerker : Goedemorgen, met Jan. (Buenos días, habla Jan.) Mostrar
2. Baas: Hallo Jan, waarom bel je? Je moet eigenlijk al aan het werk zijn. (Hola Jan, ¿por qué llamas? En realidad deberías estar ya trabajando.) Mostrar
3. Medewerker : Ik voel me niet goed. Ik hoest veel en ik heb een lichte koorts. (No me siento bien. Toso mucho y tengo fiebre leve.) Mostrar
4. Baas: Heb je misschien griep? Heb je al een doktersverklaring? (¿Quizás tienes gripe? ¿Ya tienes un certificado médico?) Mostrar
5. Medewerker : Nee, ik kan nu geen dokter vinden. Ik voel me ook misselijk. (No, ahora no puedo encontrar un médico. También me siento mareado.) Mostrar
6. Baas: Zonder doktersverklaring kun je je niet ziek melden. Je moet dit zo snel mogelijk regelen, anders zijn er problemen op het werk. (Sin certificado médico no puedes reportar baja por enfermedad. Debes gestionarlo lo más pronto posible, si no habrá problemas en el trabajo.) Mostrar
7. Medewerker : Oke, ik ga naar de dokter en vraag om een verklaring. (Vale, voy al médico y pediré un certificado.) Mostrar
8. Baas: Trouwens, ik hoorde dat de Elfstedentocht volgende week is. (Por cierto, escuché que la Elfstedentocht es la semana que viene.) Mostrar
9. Medewerker : Ja, dat klopt. (Sí, eso es cierto.) Mostrar
10. Baas: Sta je ingeschreven voor de tocht? Is er vandaag ook training? (¿Estás inscrito para la carrera? ¿Hoy también hay entrenamiento?) Mostrar
11. Medewerker : Ja, in principe wel. Misschien voel ik me vanmiddag beter na wat rust. (Sí, en principio sí. Quizás me sienta mejor esta tarde después de descansar un poco.) Mostrar
12. Baas: Als je beter bent, moet je eerst weer aan het werk. Je kunt niet gaan schaatsen als je ziek bent. (Cuando estés mejor, primero debes volver al trabajo. No puedes ir a patinar si estás enfermo.) Mostrar
13. Medewerker : Ik ga nu medicijnen halen bij de apotheek. Om tien uur ben ik op het werk. (Ahora voy a comprar medicina en la farmacia. A las diez estaré en el trabajo.) Mostrar
14. Baas: Goed, jouw collega’s zijn bijna nooit ziek. We moeten zorgen dat het zo blijft. (Bien, tus compañeros casi nunca están enfermos. Debemos asegurarnos de que siga así.) Mostrar

Ejercicio 1: Preguntas de debate

Instrucción: Debatir las preguntas después de escuchar el audio o leer el texto.

  1. Is Jan ziek? Welke symptomen heeft hij?
  2. ¿Está Jan enfermo? ¿Qué síntomas tiene?
  3. Welk bewijs vraagt de baas aan Jan?
  4. ¿Qué prueba le pide el jefe a Jan?
  5. Is er veel ziekteverzuim op jouw werk?
  6. ¿Hay mucho absentismo por enfermedad en tu trabajo?
  7. Meld jij je vaak ziek? Heb je vaak de maandagochtendziekte?
  8. ¿Te ausentas frecuentemente por enfermedad? ¿Tienes a menudo la enfermedad del lunes por la mañana?

Ejercicio 2: Práctica en contexto

Instrucción: Kijktip: bekijk de prachtige landschappen uit de elfstedentocht.

  1. https://www.youtube.com/watch?v=_Jp6V41pkNk