1. Sprachimmersion
A1.40.1 Aktivität
Beliebteste Sportarten
3. Grammatik
A1.40.2 Grammatik
Adverbien der Häufigkeit (soms, vaak, nooit, ...)
Schlüsselverb
Zwemmen (schwimmen)
Schlüsselverb
Sporten (sport treiben)
Schlüsselverb
Spelen (spielen)
4. Übungen
Übung 1: Korrespondenz verfassen
Anleitung: Schreibe eine Antwort auf folgende Nachricht, die der Situation angemessen ist.
E-Mail: Du erhältst eine E-Mail vom Nachbarschaftszentrum über einen neuen Sportkurs und möchtest dich anmelden und mitteilen, welchen Sport du gerne machst.
Onderwerp: Nieuwe sportcursus in het buurthuis
Beste buurtbewoner,
We organiseren een nieuwe cursus sport en beweging in het buurthuis. We gaan samen lopen, fietsen en eenvoudige oefeningen doen. De cursus is op maandag en woensdagavond.
Wilt u meedoen? Stuur dan een e-mail terug. Schrijf kort:
- welke sport u graag doet (bijvoorbeeld voetbal, tennis of zwemmen)
- hoe vaak u sport (bijvoorbeeld: soms, vaak, nooit, altijd)
Met vriendelijke groet,
Anne de Jong
Buurthuis De Brug
Betreff: Neuer Sport-Kurs im Gemeindezentrum
Liebe Nachbarin, lieber Nachbar,
Wir veranstalten im Gemeindezentrum einen neuen Kurs für Sport und Bewegung. Wir werden gemeinsam laufen, Rad fahren und einfache Übungen machen. Der Kurs findet montags und mittwochs abends statt.
Möchten Sie mitmachen? Schicken Sie dann bitte eine E‑Mail zurück. Schreiben Sie kurz:
- welchen Sport Sie gern machen (z. B. Fußball, Tennis oder Schwimmen)
- wie oft Sie Sport treiben (z. B.: manchmal, oft, nie, immer)
Mit freundlichen Grüßen,
Anne de Jong
Gemeindezentrum De Brug
Verstehe den Text:
-
Welke activiteiten zijn er in de sportcursus in het buurthuis?
(Welche Aktivitäten gibt es im Sportkurs im Gemeindezentrum?)
-
Wat moet je in je e-mail aan Anne schrijven?
(Was sollen Sie in Ihrer E‑Mail an Anne schreiben?)
Nützliche Redewendungen:
-
Ik wil graag meedoen met de cursus.
(Ich möchte gern am Kurs teilnehmen.)
-
Ik sport soms / vaak / nooit.
(Ich treibe manchmal / oft / nie Sport.)
-
Mijn favoriete sport is …
(Meine Lieblingssportart ist …)
Ik wil graag meedoen met de cursus sport en beweging op maandag en woensdagavond.
Mijn favoriete sport is zwemmen. Ik sport vaak: ik ga twee keer per week zwemmen. Soms ga ik ook lopen in het park.
Met vriendelijke groet,
[je naam]
Liebe Anne,
ich möchte gern am Kurs für Sport und Bewegung am Montag- und Mittwochabend teilnehmen.
Meine Lieblingssportart ist Schwimmen. Ich treibe oft Sport: Ich gehe zweimal pro Woche schwimmen. Manchmal gehe ich auch im Park laufen.
Mit freundlichen Grüßen,
[dein Name]
Übung 2: Ein Wort zuordnen
Anleitung: Ordne jeden Anfang mit dem richtigen Ende zu.
Übung 3: Mehrfachauswahl
Anleitung: Wählen Sie die richtige Lösung
1. Ik ___ soms in het zwembad naast mijn kantoor.
(Ich ___ manchmal im Schwimmbad neben meinem Büro.)2. Mijn collega ___ altijd voetbal in de pauze.
(Mein Kollege ___ immer Fußball in der Pause.)3. Wij ___ vorig jaar nooit in een team gesport.
(Wir ___ letztes Jahr nie in einem Team Sport gemacht.)4. In het weekend ___ mijn buren vaak in het park.
(Am Wochenende ___ meine Nachbarn oft im Park.)Übung 4: Dialogkarten
Anleitung: Wähle eine Situation aus und übe das Gespräch mit deinem Lehrer oder deinen Mitschülern.
Übung 5: Auf die Situation reagieren
Anleitung: Übe zu zweit oder mit deiner Lehrkraft.
1. Je collega vraagt in de pauze: "Welke sport doe jij?" Vertel wat jij doet. (Gebruik: de sport, ik doe, in het weekend)
(Dein Kollege fragt in der Pause: "Welke sport doe jij?" Erzähle, welche Sportart du machst. (Verwende: de sport, ik doe, in het weekend))De sport die ik
(De sport die ik ...)Beispiel:
De sport die ik doe is voetbal. Ik speel in het weekend met vrienden.
(De sport die ik doe is voetbal. Ik speel in het weekend met vrienden.)2. Je wilt na het werk met een collega gaan lopen in het park. Je stelt het voor. (Gebruik: lopen, na het werk, samen)
(Du möchtest nach der Arbeit mit einem Kollegen im Park laufen gehen. Du schlägst es vor. (Verwende: lopen, na het werk, samen))Zullen we na het
(Zullen we na het ...)Beispiel:
Zullen we na het werk samen gaan lopen in het park?
(Zullen we na het werk samen gaan lopen in het park?)3. Je belt naar een sportclub en vraagt of je mee kunt doen met een wedstrijd. (Gebruik: de wedstrijd, meedoen, aanmelden)
(Du rufst einen Sportverein an und fragst, ob du an einem Wettkampf teilnehmen kannst. (Verwende: de wedstrijd, meedoen, aanmelden))Ik wil graag
(Ik wil graag ...)Beispiel:
Ik wil graag meedoen aan de wedstrijd. Hoe kan ik mij aanmelden?
(Ik wil graag meedoen aan de wedstrijd. Hoe kan ik mij aanmelden?)4. Je praat met een buurman over gezond blijven. Vertel welke sport jij vaak doet. (Gebruik: sporten, drie keer per week, gezond)
(Du sprichst mit einem Nachbarn über gesund bleiben. Erzähle, welchen Sport du oft machst. (Verwende: sporten, drie keer per week, gezond))Ik sport vaak
(Ik sport vaak ...)Beispiel:
Ik sport vaak drie keer per week. Dat is gezond en ik voel me goed.
(Ik sport vaak drie keer per week. Dat is gezond en ik voel me goed.)Übung 6: Schreibübung
Anleitung: Schreibe 4 oder 5 Sätze darüber, welchen Sport du machst (oder machen möchtest) und wie oft du Sport treibst, zum Beispiel mit Kolleginnen und Kollegen oder Freundinnen und Freunden.
Nützliche Ausdrücke:
Ik doe aan … / Ik sport altijd / vaak / soms / nooit. / Na het werk wil ik … / Ik sport graag met … omdat …
Oefening 7: Gesprächsübung
Instructie:
- Noem de sport en zeg of je deze in een team (of paar) doet of alleen. (Nennen Sie die Sportart und sagen Sie, ob Sie sie im Team (oder im Paar) oder allein ausüben.)
- Doe je aan sport? Hoe vaak? (Treibst du Sport? Wie oft?)
- Hou je van sport kijken? (Schaust du gerne Sport?)
Unterrichtsrichtlinien +/- 10 Minuten
Beispielsätze:
|
Voetbal is een teamsport. Fußball ist ein Teamsport. |
|
Zwemmen is een individuele sport. Schwimmen ist ein Einzelsport. |
|
Als sport doe ik aan boksen. Als Sport mache ich Boxen. |
|
Ik speel graag tennis. Ik speel elke woensdag en zaterdag tennis. Ich spiele gerne Tennis. Ich spiele jeden Mittwoch und Samstag Tennis. |
|
Ik kijk niet graag naar sport. Ik word er moe van. Ich schaue nicht gerne Sport. Ich werde müde. |
|
Ik kijk graag naar basketbalwedstrijden. Ich schaue gerne Basketballspiele. |
| ... |