Vocabulary (15)
Vinden (to find)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb gevonden |
| (jij/je) hebt gevonden / hebt gevonden |
| (hij/zij/ze/het) heeft gevonden |
| (wij/we) hebben gevonden |
| (jullie) hebben gevonden |
| (zij/ze) hebben gevonden |
Ontdekken (to discover)
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
| (ik) zal ontdekken |
| (jij/je) zal ontdekken |
| (hij/zij/ze/het) zal ontdekken |
| (wij/we) zullen ontdekken |
| (jullie) zullen ontdekken |
| (zij/ze) zullen ontdekken |
Voeden (to feed)
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
| (ik) zal voeden |
| (jij/je) zult voeden |
| (hij/zij/ze/het) zal voeden |
| (wij/we) zullen voeden |
| (jullie) zullen voeden |
| (zij/ze) zullen voeden |