A2.38 - Job interview
A2.38 - Job interview

A2.38 - Job interview - Vocabulary

Sollicitatiegesprek


Vocabulary (12)

De afdeling

De afdeling Show

The department Show

De kennis

De kennis Show

The knowledge Show

De personeelszaken

De personeelszaken Show

Human resources Show

De vereiste

De vereiste Show

The requirement Show

De werkzoekende

De werkzoekende Show

The job seeker Show

Het contract

Het contract Show

The contract Show

Het salaris

Het salaris Show

The salary Show

Het voordeel

Het voordeel Show

The benefit Show

Bruto

Bruto Show

Gross Show

Netto

Netto Show

Net Show

Beschikbaar

Beschikbaar Show

Available Show

In dienst nemen

In dienst nemen Show

To hire Show

Zich voorstellen (to introduce oneself)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) stel me voor
(jij/je) stelt je voor
(hij/zij/ze/het) stelt zich voor
(wij/we) stellen ons voor
(jullie) stellen je voor
(zij/ze) stellen zich voor

Uitnodigen (to invite)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb uitgenodigd
(jij/je) hebt uitgenodigd
(hij/zij/ze/het) heeft uitgenodigd
(wij/we) hebben uitgenodigd
(jullie) hebben uitgenodigd
(zij/ze) hebben uitgenodigd