Vocabulary (13)
Antwoorden (to answer)
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
| (ik) antwoordde |
| (jij/je) antwoordde |
| (hij/zij/ze/het) antwoordde |
| (wij/we) antwoordden |
| (jullie) antwoordden |
| (zij/ze) antwoordden |
Geloven (to believe)
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
| (ik) geloofde |
| (jij/je) geloofde |
| (hij/zij/ze/het) geloofde |
| (wij/we) geloofden |
| (jullie) geloofden |
| (zij/ze) geloofden |