Vocabulary (13)

Het compromis

Het compromis Show

The compromise Show

De onderhandeling

De onderhandeling Show

The negotiation Show

Het argument

Het argument Show

The argument Show

Het tegenargument

Het tegenargument Show

The counterargument Show

De mening

De mening Show

The opinion Show

Het debat

Het debat Show

The debate Show

Je mening geven

Je mening geven Show

To give your opinion Show

Geloven

Geloven Show

To believe Show

Zonder twijfel

Zonder twijfel Show

Without a doubt Show

Positief

Positief Show

Positive Show

Negatief

Negatief Show

Negative Show

Juist

Juist Show

Correct Show

Fout

Fout Show

Incorrect Show

Antwoorden (to answer)

Onvoltooid verleden tijd (OVT)


(ik) antwoordde
(jij/je) antwoordde
(hij/zij/ze/het) antwoordde
(wij/we) antwoordden
(jullie) antwoordden
(zij/ze) antwoordden

Geloven (to believe)

Onvoltooid verleden tijd (OVT)


(ik) geloofde
(jij/je) geloofde
(hij/zij/ze/het) geloofde
(wij/we) geloofden
(jullie) geloofden
(zij/ze) geloofden