Choosing the right MBO course
Choosing the right MBO course

Choosing the right MBO course

De juiste MBO-opleiding kiezen


In Nederland ga je na de middelbare school naar MBO, HBO of universiteit. De video bespreekt het MBO en het kiezen van de juiste opleiding. Deze tips kunnen ook helpen bij andere persoonlijke keuzes.
In the Netherlands, after secondary school you go to MBO, HBO or university. The video discusses MBO and choosing the right course. These tips can also help with other personal decisions.

Exercise 1: Language immersion

Instruction: Watch the video and answer the related questions.

Fetching your corrections... Please don't close this page yet.

Word Translation
De opleiding The program
Iets interessants leren Learning something interesting
Studeren Studying
Een grote of kleine school A big or small school
De talenten The talents
Iets goed kunnen Being good at something
De richting die bij jou past The direction that suits you
De opleiding kiezen Choosing the program
Het beroep uitzoeken Choosing a profession
Het vinden van de juiste opleiding is voor iedereen anders. (Finding the right program is different for everyone.)
Stel jezelf vier vragen om de juiste opleiding te vinden. (Ask yourself four questions to find the right program.)
Wat vind je interessant om te leren? (What do you find interesting to learn?)
Wil je met mensen werken of iets maken met je handen? (Do you want to work with people or make something with your hands?)
Vind je het belangrijk om veel geld te verdienen? (Do you think it is important to earn a lot of money?)
Wil je afwisseling in je werk of juist niet? (Do you want variety in your work or not?)
Vind je een grote of kleine school beter? (Do you prefer a big or a small school?)
Vraag je ouders, vrienden of familie wat zij denken dat je goed kunt. (Ask your parents, friends, or family what they think you are good at.)
Maak een lijst van richtingen die je leuk of niet leuk vindt. (Make a list of directions you like or don’t like.)
Kijk naar de leuke en minder leuke kanten van een beroep. (Look at the good and less good sides of a profession.)

1. Wie kan je vragen om te ontdekken wat je goed kunt?

(Who can you ask to find out what you are good at?)

2. Welke vraag helpt bij het kiezen van het soort werk dat je wilt?

(Which question helps when choosing the type of work you want?)

3. Wat wordt aangeraden bij onderzoek naar een beroep?

(What is recommended when researching a profession?)

Exercise 2: Dialogue

Instruction: Read the dialogue and answer the questions.

Fetching your corrections... Please don't close this page yet.

Twee junior collega’s bespreken een vervolgopleiding

Two junior colleagues discuss further education
1. Dieter: Hé Lena, heb jij ooit aan een vervolgopleiding gedacht? (Hey Lena, have you ever thought about further education?)
2. Lena: Ja, Dieter, wat toevallig. Ik denk er ook over na. (Yes, Dieter, what a coincidence. I’ve been thinking about it too.)
3. Dieter: Leuk! Het is belangrijk om je kennis up-to-date te houden, vooral in ons vakgebied. (Nice! It’s important to keep your knowledge up to date, especially in our field.)
4. Lena: Ja, precies. Ik ben goed in mijn werk, maar ik wil mijn talenten verder ontwikkelen. (Yes, exactly. I’m good at my job, but I want to develop my talents further.)
5. Dieter: Goed idee. Welke richting wil je volgen? (Good idea. Which direction do you want to pursue?)
6. Lena: Ik denk aan iets in management of leiderschap. Wat vind jij belangrijk aan een opleiding? (I’m thinking of something in management or leadership. What do you think is important in a program?)
7. Dieter: Ik vind het belangrijk dat de opleiding bij me past, praktisch is en goed aansluit op mijn werk. Waar wil jij de opleiding volgen? (I think it’s important that the program suits me, is practical, and fits well with my job. Where do you want to take the program?)
8. Lena: Ik ga liever naar een kleinere instelling, waar je meer persoonlijke aandacht krijgt. (I’d rather go to a smaller institution, where you get more personal attention.)
9. Dieter: Denk je dat je de opleiding kunt combineren met je werk? (Do you think you can combine the program with your work?)
10. Lena: Ja, dat is het plan. Het moet dus flexibel zijn, zodat ik mijn werk niet hoef op te geven. (Yes, that’s the plan. So it has to be flexible, so that I don’t have to give up my job.)
11. Dieter: Super, ik steun je in je keuze! En ik ben blij dat je hier wilt blijven werken. (Great, I support you in your choice! And I’m glad you want to keep working here.)

1. Wat wil Lena met een vervolgopleiding bereiken?

(What does Lena want to achieve with further education?)

2. Waarom wil Lena naar een kleinere instelling?

(Why does Lena want to go to a smaller institution?)

Exercise 3: Use the website or the reading text

Instruction: You are choosing a study program or course at the Amsterdam University of Applied Sciences.

Fetching your corrections... Please don't close this page yet.

Task: Kies twee opleidingen of cursussen, schrijf welke jij het meest interessant vindt en leg kort uit waarom.

(Choose two study programs or courses, write which one you find most interesting and briefly explain why.)

URL: Alle opleidingen en cursussen

De Hogeschool van Amsterdam biedt veel opleidingen en cursussen. Er zijn bachelors (meestal 3 of 4 jaar), associate degrees (2 jaar) en masters. Je kunt voltijd of deeltijd studeren. Voorbeelden zijn HBO-ICT, Accountancy, Communicatie, Social Work en Pabo.

Sommige cursussen zijn kort, zoals Projectmanagement of Digital Marketing. Mensen kiezen een opleiding omdat het past bij hun ervaring en hun herinnering aan school. Vroeger was school soms anders, maar nu kun je een nieuwe richting kiezen. Belangrijk zijn de duur, de taal en wat je later wilt doen. Daarna kun je je zich inschrijven voor de opleiding of cursus.

  • Je kunt filters gebruiken, bijvoorbeeld voor niveau en taal.
  • Er zijn veel keuzes: opleidingen en cursussen voor verschillende beroepen.

Use in your answer: opleiding / cursus / Bachelor / Master / zich inschrijven / interessant