A2.42 - Organisation and delegation
A2.42 - Organisation and delegation

A2.42 - Organisation and delegation - Vocabulary

Organisatie en delegatie


Vocabulary (11)

De organisatie

De organisatie Show

The organization Show

Het project

Het project Show

The project Show

De taak

De taak Show

The task Show

De melding

De melding Show

The notification Show

Het systeem

Het systeem Show

The system Show

De leider

De leider Show

The leader Show

Organiseren

Organiseren Show

To organize Show

Informeren

Informeren Show

To inform Show

Voltooien

Voltooien Show

To complete Show

Voltooid

Voltooid Show

Completed Show

Dringend

Dringend Show

Urgent Show

Veranderen (to change)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb veranderd
(jij/je) hebt veranderd
(hij/zij/ze/het) heeft veranderd
(wij/we) hebben veranderd
(jullie) hebben veranderd
(zij/ze) hebben veranderd

Organiseren (to organise)

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)


(ik) zal organiseren
(jij/je) zult organiseren
(hij/zij/ze/het) zal organiseren
(wij/we) zullen organiseren
(jullie) zullen organiseren
(zij/ze) zullen organiseren