Exercise 1: Match a word

Instruction: Match the items that have a related meaning.

het openbaar vervoer — de bus, de tram en de trein (het openbaar vervoer — de bus, de tram en de trein)
de elektrische auto — een groene auto (de elektrische auto — een groene auto)
een duurzame keuze — goed voor het milieu (een duurzame keuze — goed voor het milieu)
met de trein reizen — een treinrit maken (met de trein reizen — een treinrit maken)

Exercise 2: Exam preparation

Instruction: Read the text, fill in the gaps with the missing words, and answer the questions below


Nieuwsbrief van de gemeente: duurzaam naar je werk

Fill in the gaps: vervoer, milieu, groene, openbaar, rit, elektrische, zone, keuze, fietsenstalling

(Municipal newsletter: commuting sustainably)

Veel mensen gaan in onze stad nog met de auto naar hun werk. De gemeente wil dat veranderen. In het nieuwe plan krijgen inwoners korting als ze met het reizen. Ook komt er een grote, overdekte bij het station, vlak bij de in het centrum.

De gemeente vindt fietsen en met de trein reizen belangrijk voor het . Een auto is beter dan een oude benzineauto, maar een korte kun je beter met de fiets doen. Medewerkers van kantoren in de binnenstad maken nu een : blijven ze rijden met de auto, of kiezen ze voor een duurzamere vorm van vervoer?
Many people in our city still drive to work. The municipality wants to change that. In the new plan, residents will receive discounts if they travel by public transport. There will also be a large covered bicycle parking facility at the station, close to the green zone in the city centre.

The municipality believes cycling and train travel are important for the environment. An electric car is better than an old petrol car, but a short trip is often best made by bike. Office workers in the city centre now face a choice: do they keep driving, or do they switch to a more sustainable form of transport?

  1. Waarom wil de gemeente het reisgedrag van de inwoners veranderen?

    (Why does the municipality want to change residents' travel behaviour?)

Exercise 3: Listening

Instruction: Listen to the audio fragment and indicate whether the following statements are true or false.

Sinds vorige maand werk ik drie dagen per week op kantoor. Ik woon buiten het centrum, in een groene zone waar weinig auto’s mogen rijden. Daarom kies ik meestal voor het openbaar vervoer. Met de trein reizen is voor mij het snelst en ik kan onderweg mijn e-mail lezen. Als het droog is, ga ik liever met de fiets; de rit duurt ongeveer twintig minuten. Een elektrische auto vind ik goed voor het milieu, maar ik heb er nog geen. De trein blijft mijn favoriete vervoer.
(Since last month I have been working three days a week at the office. I live outside the city centre, in a green zone where few cars are allowed. That's why I usually choose public transport. Traveling by train is the fastest for me and I can read my email on the way. If the weather is dry, I prefer to go by bike; the ride takes about twenty minutes. I think an electric car is good for the environment, but I don't have one yet. The train remains my favourite mode of transport.)
True False

(She lives in an area where few cars are allowed.)

(If the weather is dry, she prefers to go by bike rather than by train.)

(She already owns an electric car.)

Exercise 4: Multiple Choice

Instruction: Choose the correct solution

1. Vorige week ___ ik met een collega in zijn elektrische auto naar ons nieuwe, duurzame kantoor in de groene zone.

(Last week ___ I drove with a colleague in his electric car to our new sustainable office in the green zone.)

2. Gisteren ___ mijn vriendin niet met de auto, maar met de trein naar haar werk, omdat dat beter is voor het milieu.

(Yesterday ___ my girlfriend did not go by car but took the train to work, because that's better for the environment.)

3. Bij mijn vorige baan ___ ik meestal de fiets, maar bij slecht weer reed ik met het openbaar vervoer.

(At my previous job ___ I usually chose the bicycle, but in bad weather I took public transport.)

Exercise 5: Dialogue Cards

Instruction: Practice the conversation with your teacher or fellow students.

Exercise 6: Discussion questions

Instruction: Answer the questions using the vocabulary from this chapter.

Useful expressions:

Meestal ga ik met ... omdat ... / Ik kies voor dit vervoer omdat ... / Voor het milieu is het beter om ...

  1. Hoe reis je meestal naar je werk of studie op een normale dag? Waarom kies je daarvoor?
    How do you usually get to work or to your studies on a normal day? Why do you choose that way?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Beschrijf een rit die je vaak maakt (bijvoorbeeld naar de supermarkt of het station). Hoe lang duurt die rit?
    Describe a trip you make often (for example to the supermarket or the train station). How long does it take?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Is het in jouw stad makkelijk om met het openbaar vervoer of met de fiets te reizen? Leg kort uit waarom.
    In your city, is it easy to get around by public transport or by bike? Briefly explain why or why not.

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Wat vind jij een duurzame manier van reizen? Zou je iets willen veranderen aan hoe je nu reist?
    What do you consider a sustainable way to travel? Would you like to change anything about how you travel now?

    __________________________________________________________________________________________________________

Exercise 7: Writing correspondence

Instruction: Write a reply to the following message appropriate to the situation


Beste collega,

Ons bedrijf wil duurzaam vervoer stimuleren. We denken aan extra fietsenstalling en een vergoeding voor openbaar vervoer.

Wil je ons vertellen hoe jij nu naar het werk reist? Geef ook aan of je in de toekomst vaker met de fiets, de trein of een elektrische auto wilt komen, en waarom.

Alvast bedankt voor je reactie.

Met vriendelijke groet,
Marieke Jansen
HR-afdeling


Dear colleague,

Our company wants to promote sustainable commuting. We are considering additional bicycle parking and a subsidy for public transport.

Could you tell us how you currently travel to work? Please also indicate whether you would like to come more often by bicycle, train or an electric car in the future, and why.

Thank you in advance for your response.

Kind regards,
Marieke Jansen
HR Department


Useful phrases:

  1. Ik reis nu meestal met ...

    (I usually travel by ...)

  2. In de toekomst wil ik liever ... omdat ...

    (In the future I would prefer to ... because ...)

  3. Voor mij is duurzaam vervoer belangrijk/niet zo belangrijk, want ...

    (Sustainable commuting is important/not so important to me because ...)

Beste Marieke,

Dank je voor je e-mail. Ik reis nu elke dag met de auto naar het werk. De rit duurt ongeveer 30 minuten. Soms kom ik met de bus, maar dat duurt lang.

In de toekomst wil ik vaker met de trein en de fiets reizen. Het station is dicht bij mijn huis en bij het kantoor. Dat is handig en beter voor het milieu. Een goede fietsenstalling bij het werk zou voor mij heel fijn zijn.

Met vriendelijke groet,
[Je naam]

Dear Marieke,

Thank you for your email. I currently drive to work every day. The commute takes about 30 minutes. Occasionally I take the bus, but that takes longer.

In the future I would like to travel more often by train and by bicycle. The station is close to both my home and the office. That is convenient and better for the environment. A secure bicycle parking area at work would be very helpful for me.

Kind regards,
[Your name]