A2.27 - Clothing styles and fashion
A2.27 - Clothing styles and fashion

A2.27 - Clothing styles and fashion - Vocabulary

Kledingstijlen en mode


Vocabulary (16)

De sokken

De sokken Show

Socks Show

De onderbroek

De onderbroek Show

Underwear Show

De paskamer

De paskamer Show

Fitting room Show

Het merk

Het merk Show

Brand Show

De mode

De mode Show

Fashion Show

De stijl

De stijl Show

Style Show

De trend

De trend Show

Trend Show

De outfit

De outfit Show

Outfit Show

Het tijdperk

Het tijdperk Show

Era Show

Vintage

Vintage Show

Vintage Show

Hip

Hip Show

Trendy Show

Ouderwets

Ouderwets Show

Old-fashioned Show

In de mode

In de mode Show

In fashion Show

Aandoen

Aandoen Show

To put on Show

Aanhebben

Aanhebben Show

To be wearing Show

Uitdoen

Uitdoen Show

To take off Show

Passen (to fit)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb gepast
(jij/je) hebt gepast
(hij/zij/ze/het) heeft gepast
(wij/we) hebben gepast
(jullie) hebben gepast
(zij/ze) hebben gepast

Dragen (to wear)

Onvoltooid verleden tijd (OVT)


(ik) droeg
(jij/je) droeg
(hij/zij/ze/het) droeg
(wij/we) droegen
(jullie) droegen
(zij/ze) droegen

Aandoen (to affect)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb aangedaan
(jij/je) hebt aangedaan
(hij/zij/ze/het) heeft aangedaan
(wij/we) hebben aangedaan
(jullie) hebben aangedaan
(zij/ze) hebben aangedaan