Word Translation
Het gesprek The conversation
Vertel eens iets over jezelf. Tell me something about yourself.
De job The job
Professionele ervaring Professional experience
Studies Studies
Je toekomstige bedrijf Your future company
Je vorige werkgever Your previous employer
De werknemer The employee

Oefen een sollicitatiegesprek, en vertel over jezelf.

1. Interviewer: Goedemorgen, welkom. Kunt u uzelf even voorstellen? (Good morning, welcome. Can you please introduce yourself?) Show
2. Sollicitant: Goedemorgen. Mijn naam is Fatima, ik ben 27 jaar en ik woon in Utrecht. (Good morning. My name is Fatima, I am 27 years old and I live in Utrecht.) Show
3. Interviewer: Fijn. Voor welke functie solliciteert u? (Nice. What position are you applying for?) Show
4. Sollicitant: Ik solliciteer naar de functie van winkelmedewerker. (I am applying for the position of store employee.) Show
5. Interviewer: Heeft u ervaring in een winkel? (Do you have experience in a store?) Show
6. Sollicitant: Ja, ik heb twee jaar in een supermarkt gewerkt. (Yes, I worked for two years in a supermarket.) Show
7. Interviewer: Wat vond u leuk aan dat werk? (What did you like about that job?) Show
8. Sollicitant: Ik vond het fijn om klanten te helpen en met collega’s samen te werken. (I liked helping customers and working together with colleagues.) Show
9. Interviewer: Wat zijn uw sterke punten? (What are your strong points?) Show
10. Sollicitant: Ik ben vriendelijk, nauwkeurig en kan goed luisteren. (I am friendly, accurate, and a good listener.) Show
11. Interviewer: Wat zijn uw salarisverwachtingen? Kunt u ook in het weekend werken? (What are your salary expectations? Can you also work on weekends?) Show
12. Sollicitant: Ik zoek een parttime baan, maar in het weekend werken is geen probleem. (I am looking for a part-time job, but working on weekends is no problem.) Show
13. Interviewer: Prima, we nemen contact met u op. (Fine, we will contact you.) Show

Exercise 1: Discussion questions

Instruction: Discuss the questions after listening to the audio or reading through the text.

  1. Waar / niet waar: de sollicitant zoekt een voltijdse baan.
  2. True / false: the applicant is looking for a full-time job.
  3. Wat zijn de sterke punten van de sollicitant?
  4. What are the applicant's strengths?
  5. Welke vragen heb jij gekregen in een sollicitatiegesprek?
  6. What questions have you been asked in a job interview?
  7. Wat zijn jouw sterke en zwakke punten?
  8. What are your strengths and weaknesses?
  9. Kun jij jezelf in 1 woord omschrijven?
  10. Can you describe yourself in one word?