Ejercicio: Gespreksoefening

Instrucción:

  1. ¿En qué piso vive cada persona? (Op welke verdieping woont elke persoon?)
  2. ¿Vives en un piso? ¿En qué planta vives? (Woon je in een appartement? Op welke verdieping woon je?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten