A1.11 - Rangtelwoorden
A1.11 - Rangtelwoorden

A1.11 - Rangtelwoorden - Spreken

Números ordinales


Ejercicio: Gespreksoefening

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

  1. ¿En qué piso vive cada persona? (Op welke verdieping woont elke persoon?)
  2. ¿Vives en un piso? ¿En qué planta vives? (Woon je in een appartement? Op welke verdieping woon je?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Oefening: Schrijfopdracht (AI+)

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over een gebouw dat je kent (je kantoor of je huis) en leg uit wat er op de eerste verdieping, de tweede verdieping en de derde verdieping is. (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

En la primera planta hay… / En la segunda planta está… / Mi oficina está en la… planta. / Después quiero ir a…