Ejercicio: Gespreksoefening

Instrucción:

  1. Describe lo opuesto en las imágenes usando comparativos (más que, tan como, menos que). (Beschrijf de tegenstelling in de afbeeldingen met vergelijkingen (meer dan, zo ... als, minder dan).)
  2. Crea un diálogo preguntando preferencias: comida dulce o salada, bebidas dulces o amargas, etc. (Maak een dialoog waarin voorkeuren worden gevraagd: zoet of zout eten, zoete of bittere dranken, enzovoort.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten